Andere opzet EK, als het aan Nederland ligt

EK allround is een aflopende zaak. Maar hoe nu verder?

Ireen Wüst in actie op de 3.000 meter bij de Europese kampioenschappen allround schaatsen. De titelverdedigster zette in Hamar een tijd neer van 4.02,02 en was daarmee de snelste op die afstand. Foto ANP

Zie hem onophoudelijk zwaaien naar de Noorse fans, klappen en buiginkjes maken. „Geweldig dat ik hier mag rijden”, jubelt de Zweedse EK-debutant Nils van der Poel (17), even nadat hij de achttiende tijd heeft gereden op de vijf kilometer. Van een klein bandybaantje in zijn woonplaats Trollhättan naar het machtige Vikingskipet van Hamar. „Dit geeft mij enorm veel motivatie om topschaatser te worden.”

Leeftijdgenote Nikola Zdráhalová, uit het Tsjechische stadje Dvur Králové, kijkt vanuit een hoekje in de catacomben schuchter toe. Voorlaatste op de 500 meter, laatste op de drie kilometer. Geen eerste dag van een EK-debuut om over naar huis te schrijven. „Toch is dit een goede ervaring”, zegt ze. Langs de baan aangemoedigd worden door haar beroemde ploeggenote Martiná Sábliková. „Dit is wat ik wil.”

Als het aan het machtige schaatsland Nederland ligt, gaan de EK danig op de schop. Ook in Hamar kleurden dweilorkest, reclameborden, perstribune en sponsorruimten weer oranje. En klonk volop de vraag wie nog zit te wachten op eindeloze reeksen ritten, vooral op de drie kilometer vrouwen en vijf kilometer mannen, van schaatsers die in de verste verte niet in staat zijn om te duelleren om de prijzen. Schaatsbond KNSB dient bij het komende congres van de Internationale Schaats Unie (ISU) in juni een voorstel in om de formule van de EK te veranderen. Kleine in plaats van grote vierkamp, met drie in plaats van tien kilometer. En naast allroundtitels ook titels op de verschillende afstanden. Afschaffen lijkt op de overvolle kalender het enige alternatief.

„De EK allround zijn een aflopende zaak”, stelt Oystein Haugen, sportdirecteur van de Noorse bond. Hij ziet niets in de Nederlandse voorstellen om het toernooi te reanimeren. „Wie heeft er tegenwoordig nog de tijd om te kijken naar een urenlang programma? Je kunt veel beter een kort, spannend programma maken met wereldbekerwedstrijden per afstand.” Maar die wereldbeker wil Nederland juist inkrimpen. „Dat zou de doodsteek voor het internationale schaatsen zijn”, zegt Haugen. „Dan haken sponsors af en heeft Nederland straks helemaal geen concurrentie meer.”

Marnix Wieberdink, directeur van de KIA Speedskating Academy in Inzell, vindt dat de EK niet mogen verdwijnen. Eindeloos lange wedstrijden? „Je moet het breder zien dan louter vanuit Nederlands perspectief.”

Zie het succes van zijn internationale opleidingsinstituut, in Hamar onder meer aanwezig met jonge debutanten uit Zwitserland en Estland, dat met de negentienjarige Saskia Alusalu voor het eerst sinds 1939 was vertegenwoordigd op de EK. „Het schaatsen heeft internationaal aanwas nodig. Kleine schaatslanden moet je hongerig houden. Zonder deelname aan de EK geven ze het op.” Wieberdink gaat zelfs nog een stap verder. „Je moet de EK gebruiken om met een mobiele ijsbaan elk jaar één titeltoernooi te houden op buitenijs, in Praag, Stockholm of Kopenhagen. Dat zou pas een stimulans zijn voor de schaatssport.”

Wie weet treedt Nils van der Poel ooit in de voetsporen van zijn illustere landgenoot Tomas Gustafson, die bij zijn EK-debuut in 1978 eveneens achttiende werd op de vijf kilometer, en later drie keer olympisch goud won. „We hebben als Zweedse schaatsers weinig geld, maar je kunt bij ons wel op je zeventiende aan de EK meedoen”, zegt Van der Poel, wiens Nederlandse opa in de oorlog naar Zweden vluchtte. EK-deelname geeft hem de kans fulltime te kiezen voor zijn sport. „Mijn droom is om de beste schaatser van de wereld te worden.”