Zeesterren zien een stukje zee

Als zeesterren langzaam schuifelen over de zeebodem of een koraalrif, kijken ze rond. Ze zien waar ze zijn. Want ja, ze hebben ogen.

Foto thinkstock

Op de vijf armen van een zeester zitten oogjes. Elke arm een oogje, aan het uiteinde. Je hebt ze vast nooit zien zitten. Het zijn heel kleine oogjes, en ze zitten ook nog aan zijn onderkant, dus hij kruipt ermee over de zeebodem. Als een zeester iets wil zien, tilt hij zijn armen een stukje op. Hij kan zijn ogen ook niet scherp stellen: er zit geen lens in.

En toch ziet hij er de zee mee. Dat is best een verrassing. Veel dieren (zoals de meeste wormen, slakken en kwallen) zien met hun kleine, simpele ogen alleen of het buiten donker of licht is. Zo weten ze wel of het dag of nacht is – dus of de roofdieren wakker zijn. En of ze een holletje ingaan, of juist naar buiten.

Zeesterren zien een beetje meer. Biologen hebben dat uitgetest bij een koraalrif in Japan. Ze legden mooie blauwe zeesterren onder water in het zand, op twee meter van het koraalrif waar de zeesterren woonden. De zeesterren kregen 25 minuten om de weg naar het rif terug te vinden. Maar ze raakten hopeloos de weg kwijt. Pas als ze op één meter van het rif mochten beginnen, ging het. Ze liepen de goede kant op, op één zeester na. Zeesterren zien dus alleen heel grote dingen.

Of zouden de zeesterren het rif ruiken of horen? Dat controleerden de biologen. Goed voor de wetenschap, niet zo leuk voor de zeesterren: hun ogen werden afgeknipt. Zonder ogen dwaalden de zeesterren maar wat.

De biologen deden ook nog wat metingen in het lab, met ogen van dode zeesterren. Ze merkten dat zeesterren ook geen snel bewegende dingen zien, en geen kleuren.

Dus nee, de schoonheid van het koraalrif ontgaat de zeester. Hij ziet op het rif niet de oranje clownsvissen en de geel-blauwe papegaaivissen als ze langs zwemmen op het koraalrif. Hij ziet de roze zeeanemonen niet zachtjes met hun armen wapperen. Een rif is voor een zeester een donkere schim tegen een lichte achtergrond.