Weekje skiën, acht weken niet werken

Het wintersportseizoen is weer begonnen. Leuk, maar het levert ook elk jaar 90.000 blessures op. Voor wie is dat het meest vervelend? De baas.

Foto’s Merlin Daleman

Ze hoorde ’m kraken. Bij het eerste bochtje, en ook nog eens op de meest simpele piste. „Ik ski al meer dan veertig jaar, dacht niet dat ik een blessure zou oplopen.” Daar lag de 46-jarige Marlous Kelderman in de sneeuw. Verstijfd van de pijn. „De reddingsbrigade bracht me op zo’n slee van de berg naar het ziekenhuis.” Een zes uur durende operatie volgde, en uiteindelijk met de beruchte gipsvlucht terug naar Nederland. Resultaat: drie platen en vijftien schroeven in haar knie, en zeker zes maanden revalideren. „Allemaal door een sulligheidje.”

Eén miljoen mensen gaat jaarlijks op wintersport, volgens het Centraal Bureau voor de statistiek (CBS). Het liefst naar Oostenrijk, om te skiën. De keerzijde: 90.000 blessures per jaar. Vooral aan knieën, schouders, enkels en hoofden. Bert Romani, directeur van de Nederlandse Ski Vereniging: „Een deel van die ongevallen is te wijten aan technische fouten, mensen die het niet goed kunnen of geen goed materiaal gebruiken. Maar onderschat niet de botte pech: uitglijden, tegen iemand aanbotsen, of na de après-ski de kroeg uitlopen en vergeten dat het glad is.”

Vervelend, maar qua kosten voor de doorsneewerknemer niet onoverkomelijk. Want wie zich goed verzekert voor wintersport krijgt alles vergoed, óók de 4.000 euro voor de traumahelikopter, of de 2.000 euro voor de gipsvlucht. En eenmaal thuis belanden ze gelijk in de ziektewet.

Voor de werkgever daarentegen kost het meer: het loon van de geblesseerde werknemer loopt door, en er moet vervanging komen. En wat als Piet élk jaar gaat skiën, en élk jaar terugkomt met een enkel in het gips? In hoeverre is dat dan nog ‘botte pech’?

„Dat is inderdaad een vraag die tijdens het wintersportseizoen leeft bij werkgevers”, zegt arbeidsrecht- en sportadvocaat Michiel van Dijk van CMS Derks Star Busmann. „Het is zuur voor de werkgever als elk jaar weer hetzelfde clubje mensen geblesseerd raakt.”

Maar blessures zijn er niet alleen bij wintersport. Jaarlijks lopen we met sport naar schatting 3,7 miljoen blessures op, volgens cijfers van VeiligheidNL, een organisatie die werkt aan het voorkomen van letsel door ongevallen. Ze berekende ook hoeveel dat de maatschappij jaarlijks kost: 1,3 miljard euro, bestaande uit directe medische kosten van 430 miljoen euro en verzuimkosten à 910 miljoen.

Wintersport is daar maar een klein deel van, en bovendien niet zo blessuregevoelig. Zaalvoetbal, squashen en hardlopen is veel riskanter. Op de 1.000 uur dat iemand zaalvoetbalt, loopt hij 9,3 blessures op. Bij skiën is dat aantal 2,2. Bij hardlopen, een van de populairste sporten, zijn 1.000 sporturen goed voor 5,1 blessures.

Henk van der Weele (51), informatiespecialist bij International Card Services, liep een scheur in een beenspier op tijdens een potje zaalvoetbal, georganiseerd door het bedrijf. Na twee weken thuiszitten met een laptop van de zaak, gaat hij nu weer met loopgips naar het werk. „Ze komen me ophalen met de taxi.”

Zijn bedrijf zegt desgevraagd er inderdaad een ‘actief verzuimbeleid’ op na te houden. Taxiservice, maar ook bootcamps, fitness. En wie ziek is wordt regelmatig door de leidinggevende gebeld. Resultaat: het verzuim is er een stuk lager dan het landelijk gemiddelde van 3,9 procent.

Dat blijft hét argument voor sport: de voordelen van bewegen wegen zwaarder dan de nadelen.

Een TNO-onderzoek uit 2010 wees al uit dat bedrijven werknemers het beste kan stimuleren ‘intensief’ te sporten: sportende werknemers verzuimen gemiddeld veel minder dan hun niet-sportende collega’s, ondanks blessures. Het verzuim door sportblessures is heel klein, ongeveer 5,5 procent. Claire Bernaards, bewegingswetenschapper bij TNO: „Sportende werknemers zijn vaak gezonder. Sporten verlaagt de kans op chronische aandoeningen en bewegen is goed voor de mentale gezondheid.”

Daarbij: het is lastig om mensen te verbieden om te sporten, zegt advocaat Van Dijk. „ Het is een grondrecht om in je vrije tijd te mogen doen wat je wilt.” Dus rest de werkgever niets dan hopen dat werknemers zich niet blesseren.

Toch kunnen werknemer zelf ook voorzorgsmaatregelen treffen, vindt de woordvoerder van de Federatie van Sportmedische Instellingen. „Wij adviseren iedereen boven de 35 jaar om eens in de twee jaar een sportmedische keuring doen, om te kijken of de sport bij het lichaam past. De laatste tijd is het een trend om steeds extremer te sporten, zoals marathons lopen.”

Ook arbeidsrecht- en sportadvocaat advocaat Michiel van Dijk vindt dat werknemers hun eigen verantwoordelijkheid moeten nemen. „Ik heb jarenlang in mijn vrije tijd op hoog niveau gerugbyd”, zegt hij. „Maar als je continue met een blauw oog op kantoor komt, staat dat niet professioneel.” Ook van collega’s kreeg hij opmerkingen. „Nu loop ik marathons.”