Unicum: boeren werden jagers

Een Mikea graaft eetbare knollen op. Foto hollandse hoogte

De Mikea, de laatste jagers en verzamelaars van Madagaskar, zijn lang beschouwd als nakomelingen van de oudste bewoners van het eiland, die zouden hebben vastgehouden aan hun oude levenswijze. Een genoomvergelijking van drie bevolkingsgroepen van Madagaskar en enkele volken van het Afrikaanse vasteland en Zuid-Oost Azië laat zien dat de Mikea afstammen van twee landbouwende volkeren, Bantoes uit Afrika en Austronesiërs uit Azië. De huidige levenswijze van de Mikea is een zeldzaam geval van ‘terugval’: van landbouw naar jagen en verzamelen.

Madagaskar is antropologisch gezien een heel bijzonder eiland. Hoewel het maar 400 km uit de kust van Oost-Afrika ligt, is nog geen 10 procent van de woordenschat van de Malagasische talen ontleend aan talen van het Afrikaanse vasteland. De rest behoort tot Barito en andere subgroepen van de Austronesische taalfamilie, talen die worden gesproken in Zuid-Oost Azië en Oceanië.

Een team van Franse, Britse en Malagasische antropologen ging na of de Mikea in genetisch opzicht afwijken van landbouwende volken op Madagaskar, zoals de de Vezo en Temoro, en of zij een patroon van genetische diversiteit vertonen dat kan worden toegeschreven aan een bevolking ouder dan de kolonisatie door Bantoes en Austronesiërs. Daartoe analyseerden zij de genomen van enkele tientallen Mikea, Vezo en Temoro, die ze vervolgens vergeleken met genetische datasets uit Afrika en Indonesië (PNAS, 6 januari).

Alle drie Malagasische volken blijken te zijn ontstaan uit een vermenging van Bantoes (60 procent) en Austronesiërs (30 procent). De Austronesische genenstroom is afkomstig van Java, Kalimantan en Sulawesi. De vermenging van Bantoes en Austronesiërs beleefde zijn hoogtepunt tussen 400 en 800 AD.

De onderzoekers vonden geen genetische verschillen van betekenis tussen de jagers/verzamelaars (Mikea) en de landbouwers (Vezo en Temoro) van Madagascar.

Hun conclusie luidt dat de Mikea op zeker moment zijn overgegaan van landbouw naar jagen en verzamelen, een unicum in Afrika. Ze opperen de mogelijkheid dat dit is gebeurd tijdens de zogenoemde Sakalava-expansie in de zeventiende eeuw, toen in het zuiden van Madagaskar nieuwe steden en koninkrijkjes ontstonden. De verdringing van Mikea naar de bossen kan ook het gevolg zijn geweest van de kolonisering door de Fransen in de negentiende eeuw.