Uitspraken van en over Ariel Sharon, ‘de bulldozer’ van Israël

Ariel Sharon, met de weinig sympathieke bijnaam ‘de bulldozer’, is vandaag op 85-jarige leeftijd overleden. Zijn karakter was zó complex, dat er vele portretten van hem denkbaar zijn. Daarom een aantal uitspraken van en over de voormalige premier van Israël, die acht jaar lang in coma lag.

Foto van Sharon uit 2005. Hij overleed vandaag op 85-jarige leeftijd na acht jaar in coma te hebben gelegen. Foto ANP / EPA / Jim Hollander

Ariel Sharon, met de weinig sympathieke bijnaam ‘de bulldozer’, is vandaag op 85-jarige leeftijd overleden. Zijn karakter was zó complex, dat er vele portretten van hem denkbaar zijn. Daarom een aantal uitspraken van en over de voormalige premier van Israël, die acht jaar lang in coma lag.

Ariel Sharon over zichzelf

“Ik ben jood, eerst en vooral, een jood die de geschiedenis van de joden kent.”
Zo omschreef Sharon zichzelf. En daarmee was volgens hem alles gezegd. Het was een houding die zijn visie volledig bepaalde, schreef NRC-correspondent Oscar Garschagen eerder over hem.

“Het bepaalde zijn reacties, zijn visie op Israël, de Arabische wereld, de Europeanen. Israël beschouwde hij nog altijd als ‘potentieel slagveld’, omdat de Palestijnen en de Arabische buurlanden ‘nog steeds niet onze historische claims accepteren’.”

David Ben Gurion, de eerste premier van Israël, in de jaren 50

“Als hij zijn slechte gewoonte om niet de waarheid te spreken zou kunnen overwinnen, zou hij een voorbeeldig militair leider kunnen zijn.”

Sharon was in de jaren 50 officier in de elite-eenheid 101. Hij had een niet geringe invloed op de manier waarop het Israëlische leger dacht en handelde, en stond bekend om zijn gewelddadige en wrede manier van optreden tegen de Arabieren. Of het nou strijders waren of onschuldige burgers, Sharon was meedogenloos. Zijn commandanten vonden dat hij minachting had voor mensenlevens. Ook voor die van zijn eigen soldaten - dat kwam hem op hevige kritiek te staan.

Menachem Begin, premier van Israël in de jaren 80

“Sharon is in staat om de werkkamer van de premier te omringen met tanks.”

Sharon was sinds begin jaren 70 architect én uitvoerder van het Israëlisch nederzettingenbeleid. Daarbij ging hij onverschrokken te werk - tienduizenden Palestijnen werden met geweld verdreven. Het is nauwelijks voor te stellen hoe zonder de vastberadenheid, dubieuze methoden en ideologische felheid van Sharon honderden bloeiende nederzettingen in bezette gebieden hadden kunnen worden gebouwd, schreef NRC Handelsblad eerder:

“Als politicus heeft hij het leger en de budgetten van de door hem geleide ministeries gebruikt om steeds meer nederzettingen te bouwen, waarbij hij zorgde dat ze door hun ligging de Arabische bevolkingscentra van elkaar isoleerden en dat ze obstakels vormden voor iedere mogelijke schikking met de Palestijnen.”

Ariel Sharon als minister van Defensie in 1998

“Iedereen moet zich verplaatsen, meer heuvels innemen, het territorium uitbreiden. Alles wat ingenomen wordt, zal in onze handen zijn. En alles wat we niet innemen, zal in hun handen zijn.”

Een oproep aan Joodse kolonisten zo veel mogelijk van de Westoever in te nemen als mogelijk is, voor een permanente territoriale overeenkomst met de Palestijnen zou worden gesloten.

Op 28 september 2000 bezoekt Ariel Sharon, toen minister van Defensie van Israël, de Tempelberg. De Palestijnen noemen het een provocatie. Het is het begin van de Tweede Intifada:

Hosni Mubarak, 2005

“De enige die over is, is Sharon.

Toenmalig president van Egypte Mubarak zag in Sharon de enige leider die vrede kon bereiken met de Palestijnen.

Sir Christopher Meyer, voormalig Britse ambassadeur, 2006

“Het is waarschijnlijker dat de hel bevriest dan dat Bush Sharon bedreigt met een grote stok.”

De Amerikaanse president Bush zag Sharon als een vaderfiguur. Het Israëlische vertrek uit Gaza gaf hem het bewijs voor de buitenwereld dat Sharon echt vrede wilde. De goede band tussen Sharon en Bush werd door Sharon echter gebruikt om het Amerikaanse beleid in het Midden-Oosten te beïnvloeden en ongestoord zijn gang te gaan, schreef Oscar Garschagen:

“Sharon kreeg van Bush de verzekering dat Israël de geannexeerde gebieden rondom Jeruzalem en de grote nederzettingen in een eventuele vredesregeling mag houden. Het Amerikaanse Congres steunde deze toezeggingen voluit.”

Mubarak in gesprek met Sharon in Kairo, 1982. ANP

Ghazi al-Saadi, Palestijns commentator

“Sharon was de eerste Israëlische leider die stopte met beweren dat Israël recht heeft op al het land van de Palestijnen.”

Over de terugtrekking van Israël uit de Gazastrook. Het was de grote vraag of Sharon na zijn herverkiezing in 2006 van plan was vredesonderhandelingen te beginnen met de Palestijnen of nogmaals een grote, unilaterale terugtrekking op de Westoever uit te voeren. Niemand in zijn directe omgeving wist wat zijn tactiek was, en het kon de bevolking niet bijster veel schelen: hij genoot zo veel vertrouwen, dat dat ze er het fijne niet van hoefden te weten. Die herverkiezing kwam er uiteindelijk nooit- Sharon raakte na een hersenbloeding in coma.

Condoleezza Rice, 2006

“Een enorm moedige man. Een prachtig, historisch leider.”

De ontruiming van de nederzettingen in de Gazastrook in 2005 zorgde voor een ommekeer in het imago van Sharon. Van krijgsheer en volgens sommigen zelfs oorlogsmisdadiger werd hij opeens gezien als vredestichter.

Ariel Sharon met toenmalig Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken Condoleeza Rice in 2005. Foto ANP / EPA / Goran Tomasevic

Arnon Perlman, adviseur van Sharon tot 2004

“Hij dacht nooit dat hij vrede zou bereiken. Maar hij dacht wel dat hij de stappen nam die uiteindelijk tot vrede zouden leiden.”

Ook in Israël veranderde zijn aanzien: hij was als militair een van de mensen die door de meeste Israëliërs het meest werden gehaat, maar wist zichzelf te veranderen in een gerespecteerd leider, een vaderfiguur zelfs, die door zijn volk werd aanvaard en zelfs bemind. Het volk beschouwde Sharon als zijn onvergelijkelijke natuurlijke leider, als een rijp en wijs man, die op zijn oude dag in staat was alle krachten, innerlijke tegenstellingen en felle hartstochten van zijn leven tot één geheel te smeden, schreef David Grossman eerder in NRC Handelsblad:

“Er was iets aan hem dat zei: macht, vertrouwen, stabiliteit. Dat verbond hem met joodse strijders en helden uit voorbije tijden. De Israëliërs vergeleken hem met Bar-Kochba, met Juda de Makkabeeër. Zijn menigte bewonderaars verving in een bekend volksliedje de naam van koning David door Sharons bijnaam en zong: “Arik, koning van Israël”.