Twee uitspraken over snorfietsers

◯ Grotendeels waar ◯ Onwaar

Dat stond op 26 mei in nrc.next.

De aanleiding

Wat is er zo aan het begin van het jaar leuker dan een beetje vooruitblikken? Dat is precies wat de Amsterdamse burgemeester Van der Laan vorig weekend deed bij het programma Buitenhof. Hij wil snorfietsers van het fietspad af hebben. „Ik voorspel dat dat in 2014 gaat lukken”, zei de burgemeester.

Of dat er ook van komt is nog niet te zeggen. Maar veel media pakten de uitspraak op en berichtten over snorfietsproblematiek. „Uit onderzoek blijkt dat snorscooters in 77 procent van de gevallen harder rijden dan de toegestane 25 kilometer per uur. Volgens de gemeente is de helft van alle verkeersdoden een snorfietser”, stond er maandag in Het Parool. In NRC Handelsblad (woensdag) en nrc.next (donderdag) stonden deze percentages ook. We gaan ze checken.

‘In 77 procent van de gevallen rijden snorscooters harder dan de toegestane 25 kilometer per uur.’

Eerst even een definitiekwestie. Je hebt brom- en snorfietsen. Op bromfietsen mag je tot 45 kilometer per uur. In de stad moet je daarmee op de gewone rijbaan. De snorfietsen gaan (als het goed is) veel langzamer, tot 25 kilometer per uur. Je hoeft er geen helm bij op en je moet ermee op het fietspad blijven. Snorfietsen hebben een blauw nummerplaatje, bromfietsen een gele. Een scooter kan zowel een langzamere snorfiets zijn (snorscooter) als een snellere bromfiets. Een snorscooter is dus een snorfiets, maar niet elke snorfiets is een snorscooter.

De gemeente Amsterdam heeft laten onderzoeken hoe hard snorfietsers en bromfietsers in de stad rijden. Onderzoeksbureau Dufec mat in oktober 2012 bij verschillende punten in de stad waar de liefhebber het pedaal flink kan intrappen, zoals in de Kinkerstraat, op de Geldersekade en in de Wibautstraat, hoe hard er gereden werd. Voor de volledigheid moet worden gezegd dat er dus geen onderzoek is gedaan naar alleen de snorscooters, maar alle snorfietsen samen. Uit de grote hoeveelheid van 1.302 metingen kwam inderdaad naar voren dat in 77 procent van de gevallen de snorfietser te hard reed, dus harder dan 25 kilometer per uur.

Het percentage klopt dus, de stelling is alleen een beetje slordig geformuleerd, want er wordt gesproken over snorscooters, terwijl het over alle snorfietsers gaat. De uitspraak is daarom grotendeels waar.

‘De helft van alle verkeersdoden is een snorfietser.’

Begin december stuurden de G4 – Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht – een brief aan minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) en minister Schultz van Haegen (Infrastructuur, VVD). Daarin de boodschap dat de stadsfietser „bedwelmd en geïntimiderd” wordt door „langsracende en stinkende scooters”. Daarnaast zouden bestuurders van snorfietsen ook gevaar lopen in het verkeer. Een goede brief is natuurlijk niets zonder aansprekende cijfers en statistieken. „Dit jaar was bijna de helft van de Amsterdamse verkeersdoden een snorfietser”, wordt er dan ook vermeld. Dat komt overeen met de stelling, al wordt er hier alleen gesproken over 2013.

Maar hoeveel zijn het er dan? Op de gemeentesite Amsterdam.nl is een speciaal hoekje ingericht voor scooters. Daarin de volgende bewering: „van de negen verkeersdoden in 2013 reden er vier op een scooter.” Verwarrend is dat hier gesproken wordt over scooters, terwijl het in de brief gaat over snorfietsers.

We komen een soortgelijke uitspraak – weer net iets anders gesteld – ook tegen in een rapport met de catchy titel Educated Guess van gevolgen voor verkeersslachtoffers door maatregel Snorfiets op de rijbaan. „Het aantal snorfietsdoden per jaar is beperkt. Daarbij moet ook worden opgemerkt dat DIVV [Dienst Infrastructuur Verkeer en Vervoer] Amsterdam heeft aangegeven dat er in 2013 (tot en met september) vier snorfietsdoden zijn geregistreerd.”

Aha, tot en met september vorig jaar dus. Dat bevestigt ook de woordvoerder van de Amsterdamse wethouder van Verkeer, Eric Wiebes. Hoe zit het dan met de aantallen nu? Met het laatste kwartaal erbij is de stand van vorig jaar dat vier van de vijftien dodelijke verkeersongevallen met een snorfiets was. Niet de helft dus, maar ongeveer een kwart. Overigens waren dat er de zes jaar ervoor (2007-2012) elke keer nul, met uitzondering van 2010 en 2011, toen er één snorfietsdode viel in Amsterdam. Volgens de gemeente een aanwijzing dat het snorfietsprobleem groeit.

De brief van de G4 werd verstuurd toen de cijfers over heel 2013 nog niet bekend waren, dus daar is niets mis mee, maar de site Amsterdam.nl is niet up-to-date en spreekt daarnaast van scooters, waar snorfietsers bedoeld worden. De uitspraak dat de helft van de verkeersdoden een snorfietser is, is onwaar. De gemeente laat weten de site te actualiseren.