Sportmuziek

Psychologie

Ellen de Bruin Wat is dat toch met muziek en sporten? Waarom gaat sporten beter als je het op muziek doet?

Soms je kun jezelf auditief verschrikkelijk in de weg zitten. ’s Ochtends, als je naar de radio wilt luisteren tijdens het ontbijt, en je cruesli kraakt zo hard tussen je kiezen dat je het nieuws niet kunt verstaan. ’s Avonds, als je chips of kaaskoekjes zit te eten bij een praatprogramma op tv – weer precies hetzelfde probleem. En de volgende ochtend, als je probeert die lekkere dingen er weer af te sporten.

Met zijn tweeën, dus je doet geen oordopjes in om naar muziek te luisteren, maar je speelt je muziek af via het luidsprekertje van je telefoon. Dat probeerde ik laatst. En dat heeft dus geen enkele zin. De muziek is niet te horen, boven het lawaai dat de crosstrainer, de roeimachine en al die andere tredmolens maken. Daar gaat je opzwepende werking.

Wat is dat toch met muziek en sporten: waarom gaat sporten beter als je het op muziek doet? Daar zijn verschillende redenen voor, schrijven Amerikaanse sportpsychologen in een artikel dat ze vorige maand online hebben gezet bij het wetenschappelijke tijdschrift Sport, Exercise, and Performance Psychology. Ten eerste komt je lichaam in een verhoogde staat van activatie door muziek. Ten tweede geeft muziek een goed gevoel, en dat werkt motiverend. En ten derde vangt muziek een deel van je aandacht weg. Doordat je niet al je aandacht richt op pijntjes in je lichaam en op allerlei (mogelijke) vermoeidheidsverschijnselen, houd je het sporten langer vol. Een beetje snelle, opzwepende muziek is natuurlijk fijn. En de muziek moet hard genoeg staan; hardere muziek leidt sterker af.

Maar het interessante is: dit geldt allemaal alleen voor amateursporters. Professionele sporters willen over het algemeen juist géén muziek bij het sporten, schrijven de psychologen. Die profi’s willen zich op het sporten richten. Amateurs willen daar juist van worden afgeleid, en daarvoor zijn ze onder meer afhankelijk van hun muziek.

Dat was al uit eerder onderzoek gebleken, maar de psychologen hadden zelf ook een klein onderzoekje opgetuigd om te kijken hoe hard 18 amateurs en 24 getrainde duursporters, allemaal in studentenleeftijd, de muziek zelf zetten als ze op de tredmolen staan. De muziek was door de onderzoekers uitgekozen met hulp van studenten, die hun favoriete sportmuziek mochten nomineren.

De grafiekjes die uit het onderzoek kwamen hadden de vorm van de Tafelberg, of eigenlijk twee tafelbergen bovenop elkaar. Amateurs zetten de muziek vanaf het begin van hun training veel harder dan getrainde sporters, tot 88 decibel – volgens Wiki harder dan een boormachine op 1,2 meter. Maar op het moment dat hun cooldown begon zetten ze de muziek direct helemaal zacht, die was dan niet meer nodig. De getrainde duursporters zetten de muziek tijdens het sporten gemiddeld op 79 decibel, iets harder dan een vrachtwagen die 70 km/u rijdt op 15 meter afstand. En tijdens de cooldown hielden ze de muziek op dat volume. Zij hadden die al niet nodig gehad om goed te kunnen sporten; hij hoefde daarna ook niet zachter.

Wie graag naar muziek luistert tijdens het sporten, zoals ik, kan zich dit onderzoek aantrekken. Die is een amateur. Hoewel ik me afvraag of héél zachte muziek, zoals uit mijn telefoontje, je ook niet enorm van het sporten afleidt. Al is het maar omdat je je ergert dat die niet harder kan.