Spier maakt stof die vet verbrandt

Actieve spieren scheiden een stof uit die overal in het lichaam de vetverbranding aanzet. Onderzoekers van de Harvard Medical School in Boston lossen met die vondst een oud probleem op: het is nu duidelijk hoe spieractiviteit niet alleen plaatselijk vet laat verdwijnen. Mensen die veel van het gevonden signaalstofje (β-amino-isoboterzuur (BAIBA)) in hun bloed hebben zijn gemiddeld gezonder.

Het stofje is gevonden in muizen, maar onderzoek aan het bloed van ruim 2.000 maakt duidelijk dat gezonde mensen er gemiddeld meer van in hun bloed hebben. Een hoger gehalte BAIBA ging altijd gepaard met lage concentraties cholesterol en triglyceriden, een verhoogde gevoeligheid voor insuline en (daardoor) een verminderde kans op diabetes type 2 (Cell Metabolism, 7 januari). Wellicht is de stof ooit bruikbaar bij de behandeling van obesitas en diabetes type 2, schrijven de onderzoekers.

Spieren die trainen veranderen. Er komen bijvoorbeeld meer mitochondriën in de spiercel. Dat zijn de energiecentrales van de cel. Het eiwit PGC-1a speelt een centrale rol bij die aanpassing aan krachtlevering. Nadat bij muizen in hun spieren een extra exemplaar van het PGC-1a-gen was ingebracht, hadden die dieren niet eens meer spieractiviteit meer nodig om vetverbranding in het vetweefsel en de lever op gang te brengen. En dat extra gen had ook tot gevolg dat de muizen ook zonder oefening al extra BAIBA produceerden.