Racisme tegen blanken bestaat heus, Dieudonné

De solidariteit tussen zwarten en Joden maakte plaats voor woede dat de slavernij zou verbleken bij de Shoah, aldus Pascal Bruckner.

Terwijl de Franse regering nadenkt over maatregelen tegen Dieudonné M’bala M’bala, de cabaretier die zich beledigend heeft uitgelaten jegens journalist Patrick Cohen van de publieke radiozender France Inter vallen elders alweer verontschuldigende geluiden te beluisteren over discriminatie en aanverwante verschijnselen.

De Antilliaanse schrijver Frantz Fanon haalde graag zijn leraar filosofie aan: „Als je kwaad hoort spreken over Joden, spits dan je oren, dan gaat het over jou.” Een antisemiet was vanzelfsprekend een negerhater, hij stond net zo vijandig tegenover Joden als tegenover zwarten.

In Frankrijk en in de Verenigde Staten deelden zwarten en Joden lange tijd hun lot als sociale outcasts : zij waren de onzichtbaren van de maatschappij, verbannen uit de openbare ruimte die was gereserveerd voor Wasps (white anglo-saxon protestants). Die hechte band ligt in duigen: de Jood is niet langer ‘de ongelukkige broeder’, volgens Frantz Fanon, maar degene naast wiens tragische lot, de Shoah, het mijne verbleekt en mij verhindert om nog langer zijn broeder te zijn.

Ook vóór 1942 waren er volkerenmoorden, de hele geschiedenis van de mensheid is doordrenkt van misdaden tegen de menselijkheid. Nu lijkt het alsof de Holocaust ruimte biedt voor interpretatie: enerzijds als gebeurtenis die het bestaan van massamoorden en andere grootscheepse misdaden aan het licht bracht, zodat we de uitroeiing van de indianen, de aboriginals, de Armeniërs, de Herero’s in Namibië, de misdaden in de koloniën en tijdens de slavernij met andere ogen kunnen bekijken; anderzijds is het een negatieve theologie die Joden, en hen alleen, tot vervloekte uitverkorenen maakt.

Het is een ding om te zeggen dat het tragische lot van de Joden het pad heeft geëffend waar wij dan het onze over mogen denken, het is heel iets anders om te beweren dat het onze eigen misère aan het oog onttrekt en verwijderd moet worden. Pijnlijke herinneringen gaan de concurrentie aan in naam van de maximale belediging.

Dieudonné heeft voor die tweede weg gekozen. Hij beschuldigt de zionistische autoriteiten ervan de oorlog te hebben verklaard aan de zwarte wereld. De Joden krijgen het verwijt dat zij de drijvende krachten waren achter de trans-Atlantische slavernij. Dat was nota bene toen in Frankrijk de ‘Code noir’ (een verzameling teksten die in 1685 werd uitgevaardigd door Lodewijk XIV en die het leven van de slaven op de Franse eilanden regelde) in het eerste artikel de Joden, ‘verklaarde vijanden van de christenen’, verbood deel te nemen aan het verdrag en de aanbeveling deed hen van de eilanden, waar ze zich hadden gevestigd, te verjagen.

Maar de historische waarheid is van weinig belang voor de cabaretier, zijn haat is groter dan zijn respect voor de feiten en de aandrang om even onderzoek te doen. Daarin staat hij dichtbij de voormalige Tribu Ka, een kleine, zwarte, antisemitische groep die nu niet meer bestaat, die de raciale superioriteit van het Afrikaanse ras predikte en elke vorm van vriendschap tussen Joden en zwarten afwees (‘die makaken van de judeo-zwarte vriendschap’).

Racisme tegen blanken kan niet bestaan, leggen deskundigen ons uit, tenzij het een reactie is, want alleen de blanke is schuldig aan de uitvinding van hiërarchie tussen rassen, een vloek die hij heeft verspreid overal waar hij zich vestigde. Welnu, dat racisme bestaat wel degelijk, en dat is het antisemitisme, aanwezig in de Maghreb, in het Midden-Oosten, in Afrika ten zuiden van de Sahara en in onze voorsteden. Het blaast de oude Jodenhaat van extreem-rechts nieuw leven in.

Het is verbazingwekkend dat een antiracistische organisatie als de Indivisibles, een groep onder leiding van Rokhaya Diallo die discriminatie van onder meer moslims en immigranten afwijst, aan Dieudonné nooit een Y'a bon Award heeft toegekend, haar jaarlijkse spotprijs, alsof hij werd beschermd door zijn huidskleur en zijn antisemitische woorden geen kwaad konden. Met twee maten meten, heet dat.

Hedendaags racisme drukt zich altijd uit in antiracistische woorden, alsof het ontkend moet worden. Dat deed ook voetballer Anelka, die uitriep nadat hij in het stadion het quenelle-gebaar had gemaakt, bij wijze van steun aan zijn vriend Dieudonné: „Ik ben noch racist noch antisemiet.” Niemand spuugt in het openbaar op de Joden, het zijn juist Israël en zijn Amerikaanse bondgenoot die de wereld willen domineren en volken willen onderdrukken, die zich vervolgens verdedigen.

Niettemin beschikt Dieudonné onmiskenbaar over talent en hij heeft een groot publiek om zich heen verzameld. Hij weet hoe hij moet spelen met taboes en met de wet. Eerlijk is eerlijk: hij is vaak grappig, ook al kunnen zijn teksten walging oproepen. Afkeer wordt komisch als het een bepaalde omvang krijgt. Zal de quenelle, ook de naam voor een worstje, in restaurants verboden worden?

Als je de humorist een verbod oplegt, speel je hem juist in de kaart. Dan verschaf je zijn complottheorieën een basis, geef je hem publiciteit die hij niet verdient. Het is slimmer om de boetes die hij krijgt als hij uit de bocht vliegt tien maal zo hoog te maken en hem zo uit te schakelen.

Sinds de Franse minister van Binnenlandse Zaken overweegt om de voorstellingen van Dieudonné te verbieden, is de cabaretier wereldberoemd. Qua vrijheid van meningsuiting lijkt het Angelsaksische liberalisme beter dan de Franse censuur. Haat doof je niet met decreten met als risico dat je het zo tien keer zo erg maakt.