Wajonger komt financieel in de problemen door nieuwe wetgeving

illustraties cyprian koscielniak

Mijn zoon is dertig jaar en heeft een Wajonguitkering, want hij is licht verstandelijk beperkt met autistische kenmerken. Hij werkt 24 uur per week in een supermarkt en heeft na een stapsgewijs leerproces een eigen huurflatje met woonbegeleiding. Door zijn kleine aanvullende uitkering van de Wajong kan hij dat betalen.

Het blijft overigens een zwaar bestaan, leven met zo’n beperking in deze moderne, snelle maatschappij, waar er van alles van je wordt verwacht. De Participatiewet zal het hem en zijn lotgenoten niet makkelijker maken. De grootste omissie van deze wet is het niet regelen van deeltijd. Van de tientallen Wajongers die ik ben tegengekomen ken ik er maar twee die fulltime werken. Spankracht, conditie, pijn, verwerken van impulsen, dat is niet vergelijkbaar met gewone werknemers. Nu wordt dat opgevangen door een aanvullende Wajonguitkering. In de Participatiewet vervalt deze. Dit betekent dat de grootste groep van mensen met een beperking, waar ze mee geboren zijn en niets aan kunnen doen, hun hele leven op bijstandsniveau blijven ,terwijl ze hard werken naar vermogen. Mijn zoon en vele andere Wajongers hebben hun leven ingericht op basis van deze regeling. De herbeoordeling van huidige Wajongers houdt in dat mijn zoon zijn aanvullende uitkering, 25 procent van zijn inkomen, verliest. De vermogenstoets betekent dat mijn zoon zijn zuurgespaarde geld grotendeels kwijtraakt. De kostendelerstoets betekent een inkomstenverlies voor alle Wajongers die samenwonen.

Het financiële leven van 140.000 Wajongers gaat op de schop. Dat kan toch niet waar zijn?