On-Zweedse vrolijkheid

Jonas Jonasson schrijft geen thrillers, maar is toch een succesauteur. Hij heeft een hernia en woont afgelegen. „Misschien ben ik wel de eerste Zweedse schrijver die niet suïcidaal en niet depressief is.”

Foto Hollandse Hoogte

‘Zorgelijk’: dat is het laatste woord dat van toepassing lijkt op de Zweedse schrijver Jonas Jonasson (1961), auteur van twee omvangrijke romans over twee onverschrokken avonturiers. Hij verwierf wereldwijde faam met zijn debuut De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween (2010), gevolgd door De zonderlinge avonturen van het geniale bommenmeisje (2013). Beide boeken vertonen een on-Zweedse opgewektheid. Hij zegt: „Met mijn boeken wil ik de lezer hoop en vrolijkheid geven.” Met gepast gevoel voor understatement vervolgt hij: „Misschien ben ik wel de eerste Zweedse schrijver die niet suïcidaal en niet depressief is. Onlangs bezocht ik Frankrijk. Ik rekende erop dat Franse journalisten mij met arrogantie bekeken en dat ze een sombere Zweed verwachtten. Maar gelukkig was geen van tweeën waar.”

Desalniettemin, melancholiek. Jonasson woont met zijn zevenjarige zoon op een afgelegen, achttiende eeuwse boerenhofstede op het eiland Gotland in de Oostzee. Het is zijn voornemen deze boerderij geheel in traditionele stijl te renoveren. Hier heeft hij zich teruggetrokken na een pijnlijke scheiding, die in de Zweedse roddelpers breed werd uitgemeten. De rechtszaak loopt nog steeds. Hij wil zijn zoon een zo normaal mogelijke jeugd geven met school en vriendjes. En Jonasson moet medicijnen nemen tegen de pijn, veroorzaakt door hernia die al meer dan twintig jaar opspeelt. Om beide redenen moet hij uitnodigingen afslaan voor tournees naar Mexico naar Australië, van Spanje naar Engeland. Wereldwijd verkocht Jonasson zes miljoen boeken.

U heeft een droomcarrière gemaakt. Begonnen als journalist, daarna oprichter van een uiterst winstgevend mediabedrijf en nu bestsellerauteur. Waarom koos u voor het schrijverschap?

„Ik ben altijd al schrijver geweest, maar er waren altijd domme omstandigheden die me van het schrijverschap afhielden. Ik heb een bibliotheek aan verhalen in me.

„Bij het Zweedse avondblad Expressen werkte ik als reporter en nieuwsverslaggever. Ook was ik verbonden aan de sportredactie. Nieuws heeft me altijd geïnteresseerd. De 100-jarige en Het bommenmeisje spelen zich af tegen het decor van het wereldnieuws.

„De lezer komt zowel Jimmy Carter tegen als de koning van Zweden, we komen terecht bij de atoombommakers in Zuid-Afrika en staan oog in oog met president Roosevelt. Want Allan Karlsson, hij is de honderdjarige, was in de Tweede Wereldoorlog werkzaam bij de geallieerde explosievendienst en werd door Roosevelt met een hoge militaire onderscheiding gehonoreerd.

„Maar op een gegeven moment stortte ik in, I ran out of gas, en daarom had ik geen andere keuze dan uit mijn eigen raam te klimmen en te verdwijnen. Het schrijven heeft me mijn identiteit teruggegeven. Nadat de Berlijnse Muur was gevallen, heb ik jonge journalisten in Estland, Letland en Litouwen lesgegeven. Ze waren enorm talentvol en gretig, maar er was voor hen te weinig toekomst. Dat greep me aan.”

Voor de bejaarde Allan lijkt het leven in het bejaardenhuis verschrikkelijk eentonig en uitzichtloos. Daarom besluit hij op de dag van zijn honderdste verjaardag te vluchten. Hoe kwam u op het idee?

„Het verbaast me dat het boek inmiddels is uitgegroeid tot een fenomeen. Ik geef de lezers iets hoopvols met dit boek. Er zijn voldoende romans over ouderdom en nog erger die geschreven zijn in de stijl van ouderdom en nog erger. Maar ik houd juist van omkering: als je gevangen zit, bevrijd je dan.

„Het analfabete bommenmeisje uit de sloppenwijk van Soweto werkt in de latrines. Ze heeft geen enkele toekomst, evenmin als miljoenen van haar leeftijdgenoten. Een dronken blanke ingenieur rijdt haar aan. Ze overleeft het ongeluk op miraculeuze wijze. Het lijkt allemaal treurnis. En juist daarom heb ik een passage nodig waarin alles goed komt.

„Feitelijk klaag ik de apartheidspolitiek van Zuid-Afrika aan. De dronken blanke die met een fles cognac in zijn kraag achter het stuur zit krijgt vrijspraak, het onschuldige zwarte meisje dat nota bene op de stoep liep krijgt alle schuld. De rechter legt haar een astronomische geldboete op. Dat kan ze nooit betalen.

„Tijdens de zitting blijkt het hoogbegaafde meisje in een enkele seconde uit te kunnen rekenen hoeveel uren taakstraf ze hiervoor moet vervullen. Dergelijke omkeringen zijn voor mij de motor van een roman. Altijd onverwachte wendingen die de lezer sturen naar de hoop.”

Biedt escapisme hoop? Zowel de honderdjarige Allan als het Afrikaanse tienermeisje Nombeko ontvlucht het leven.

„Nee, ze vluchten niet weg uit hun leven, ze geven het welbewust een nieuwe, dynamische wending. Daarbij spelen onwaarschijnlijke lotgevallen en fantasierijke gebeurtenissen een beslissende rol. Als je uitrekent hoe groot de kans is dat een meisje uit Soweto ooit de Zweedse koning van een terreuraanslag redt, dan is dat statisch gezien een op de bijna 46 miljard. In mijn boek rekent Nombeko dat feilloos uit. Nuchter berekend kan het niet, en toch kan het wel. Een van de Zweedse critici oordeelde dat mijn personages ‘dun’ zouden zijn, ‘flat characters’. Maar ik heb er juist twee jaar aan gewerkt om ze ‘dun’ te laten zijn. Dat geeft ze bewegingsvrijheid en de mogelijkheid licht en in zelfverkozen vrijheid te leven.”

Uw werk is opvallend anders dan de traditionele Scandinavische literatuur. Uw boeken bezitten humor en spelen zich niet in beklemmend lange, donkere nachten af, maar op het wereldtoneel van Amerika tot Zuid-Afrika.

„Nadat ik had besloten me geheel aan het schrijverschap te wijden, werd ik opeens geconfronteerd met collega-auteurs als Stieg Larsson en Henning Mangkell. Ik bevond me literair gezien in hun gezelschap, in hun nabijheid. Maar de verschillen zijn te groot. In tegenstelling tot Larsson heb ik nooit aan openlijke maatschappijkritiek gedaan.

„Ik ben absoluut geen Zweedse misdaadschrijver, terwijl dat toch een van onze belangrijkste literaire exportproducten is. Ik schrijf evenmin documentaire literatuur. Ik schep personages om met hen mee te gaan op avontuur. Mijn boeken zijn picaresk, het zijn schelmenromans in de traditionele betekenis van het woord.

„Bovendien zijn Allan en Nombeko vervuld van het goede. Het bommenmeisje smokkelt een atoombom uit Zuid-Afrika naar Zweden om haar geboorteland te vrijwaren van een nucleaire ramp. Is ze eenmaal per vrachtwagen in Zweden beland dan komt ze in contact met twee anti-monarchisten. De aanslag die zij op de koning beramen weet zij te verijdelen. Wat een heerlijk meisje is zij toch!”

Uw eerste boek is verfilmd met acteur Robert Gustafsson in de hoofdrol. Hoe was het om uw fictieve Allan als filmpersonage terug te zien?

„In Zweden staat Gustafsson bekend als de man van het grote gebaar. Maar dat klopt niet. In de film speelt hij juist heel klein en dun. Samen met regisseur Felix Herngren hebben we hem verteld dat zijn karakter subtiele nuances moet laten zien, anders is het niet geloofwaardig. Want zijn wederwaardigheden als man die zo oud is als de eeuw zelf zijn al merkwaardig genoeg. De laatste tien dagen hebben 750.000 Zweden de film gezien. Dat betekent eentiende van alle Zweden in tien dagen...”

Werkt u inmiddels aan een derde boek?

„Jazeker, en dat wordt mijn beste, hoewel de lezer dat moet uitmaken. Eigenlijk wilde ik destijds Allan naar Zuid-Afrika sturen, maar dat lukte me niet. Dan had hij Mandela uit de gevangenis moeten bevrijden. Daarna wilde ik het Afrikaanse bommenmeisje naar Vietnam sturen, maar logistiek gezien kan dat niet. Nu heb ik bedacht of iemand een Vietnam-veteraan kan zijn die na de oorlog in Vietnam is geboren. Dat zijn fantasieën en overwegingen die voorafgaan aan het schrijven van een boek. Ben ik eenmaal begonnen, dan brengt nieuwsgierigheid naar hun lotgevallen en ontmoetingen mij verder. Telkens creëer ik geluk en verwachting. Dreigt het verhaal te versomberen, dan is een vrolijke, opgewekte zin voldoende om de toon helemaal te veranderen.”