Negen psychiatrische patiënten kregen vorig jaar euthanasie

Foto Hollandse Hoogte / Flip Franssen

De Levenseindekliniek, waar patiënten een euthanasieverzoek kunnen doen als ze nergens anders gehoor krijgen, heeft in 2013 negen psychiatrische patiënten geëuthanaseerd of geholpen een einde te maken aan hun leven. Dat meldt NRC Handelsblad vandaag. Het betrof mensen die lichamelijk gezond waren. De kliniek, die begin 2012 werd opgericht, kreeg vorig jaar ongeveer 286 euthanasieverzoeken van psychiatrische patiënten, ruim eenderde van het totaal aantal verzoeken.

For an English version, see In The Netherlands, nine psychiatric patients received euthanasia

Door Joke Mat

Euthanasie bij mensen met een psychiatrische aandoening is zeer omstreden. Ruim zestig procent van de huisartsen en specialisten noemde het in een onderzoek eind 2012 “ondenkbaar” zo’n euthanasie ooit uit te voeren. Volgens een peiling uit 2011 van artsenorganisatie KNMG dacht 52 procent van de artsen dat de euthanasiewet dat niet toestaat. Dagblad Trouw bericht vandaag over een conflict rond de euthanasie van een 35-jarige vrouw met psychiatrische klachten. Een huisarts die als onafhankelijk arts over haar euthanasieverzoek werd geraadpleegd, vond dat zij nog niet uitbehandeld was; een psychiater oordeelde vervolgens van wel. Veel psychiaters beschouwen een doodswens van hun patiënten per definitie als onderdeel van het ziektebeeld.

Voor euthanasie in de psychiatrie gelden dezelfde wettelijke eisen als bij mensen die lijden aan een lichamelijke ziekte. Het moet gaan om een vrijwillig en weloverwogen verzoek, er moet sprake zijn van ondraaglijk en uitzichtloos lijden en er mag geen redelijke andere oplossing zijn. Probleem bij psychiatrische patiënten is dat altijd nog wel een behandeling mogelijk is, en dat moeilijker is vast te stellen of iemand wilsbekwaam is, dus in staat tot een weloverwogen verzoek.

‘Psychiaters worden minder terughoudend’

In 2012 werden bij de regionale toetsingscommissies voor euthanasie veertien gevallen gemeld van euthanasie bij of hulp bij zelfdoding aan een psychiatrische patiënt, in 2011 dertien. Dit was voor de Levenseindekliniek ermee begon. De toetsingscommissies beoordeelden alle veertien gevallen uit 2012 als ‘zorgvuldig’, evenals zeven van de negen gevallen van de Levenseindekliniek in 2013. Hoe vaak artsen vorig jaar buiten de Levenseindekliniek euthanasie verleenden aan psychiatrische patiënten is nog niet bekend.

Volgens algemeen secretaris Nicole Visée van de toetsingscommissies is geen sprake van het oprekken van de wet, maar van “zich ontwikkelende opvattingen” over de wettelijke normen. Psychiaters beginnen volgens haar wat minder terughoudend te worden om op euthanasieverzoeken in te gaan. De komst van de Levenseindekliniek heeft volgens Visée de vraag om euthanasie bij psychiatrische patiënten zichtbaar gemaakt.

De Levenseindekliniek heeft dertig teams van een arts en een verpleegkundige die overal in het land euthanasie uitvoeren. Naast twee psychiaters werken er vooral veel huisartsen en internisten. Alle artsen behandelen de euthanasieverzoeken van psychiatrische patiënten. Een van de psychiaters van de Levenseindekliniek, Gerty Casteelen, heeft voor deze patiënten een tweewekelijks spreekuur ingesteld, waarop zij een uur de tijd krijgen om hun doodswens toe te lichten.

Smetvrees

De eerste psychiatrische patiënt die de Levenseindekliniek hielp te sterven was begin 2013 een vrouw met smetvrees. Psychiater Gerty Casteelen heeft eerst zo’n acht urenlange gesprekken met de vrouw gevoerd, in een half jaar tijd, en wel tachtig mailtjes van haar gekregen. Langzaam is ze haar verlangen naar de dood gaan begrijpen, zegt ze. “In het begin snapte ik er niets van, je moet er echt ingroeien. Ik ben gaan zien dat de angst haar leven volledig beheerst. Altijd alleen maar te moeten schoonmaken. Een relatie is onmogelijk. Haar hele ontwikkeling staat stil.”

De vrouw wilde ’s avonds doodgaan, om elf minuten over acht. De rouwkaarten lagen al klaar. Ze had champagne gekocht voor de vier vrouwen die erbij zouden zijn: een vriendin, de huisarts, Gerty Casteelen en een verpleegkundige van de Levenseindekliniek. Bij de voordeur kregen ze slofjes voor over hun schoenen. Alles in de flat was afgedekt tegen het vuil. De vrouw (54) zat in haar grijze pyjama tussen de grijze lakens. Ze was vrolijk en los. Casteelen: “Om acht uur zei ik: nu moeten we er wel naartoe gaan werken. Nee hoor, zei ze, ik wil nog wel een glaasje. We hebben gevraagd of ze nog steeds wilde sterven. Ze zei: ik heb hier zo naar uitgekeken. Nu zal ik vrij zijn.” Casteelen zette het infuus aan. “We wensten haar een goede reis. Ze viel vrij snel in slaap. Toen heb ik de spierverslapper toegediend.”

Pensioenangst

Een andere patiënt die in 2013 euthanasie kreeg, is een lichamelijk gezonde man van 63. Hij werkte bij een overheidsinstelling, en werken was alles wat hij deed. Hij had nog nooit vakantie opgenomen. In zijn vrije tijd deed hij vrijwilligerswerk. Hij had een keer een mislukte zelfmoordpoging gedaan en wilde dat niet nog een keer meemaken, ook om het andere mensen niet aan te doen. De man was lang behandeld voor depressie, dat had niet geholpen. Nu hij door zijn leeftijd bijna moest stoppen met werken, wilde hij dood. “Hij heeft me ervan overtuigd dat hij absoluut niet kan leven zo. Hij heeft kind noch kraai. Nooit een partner gehad. Wel familie, maar daar is geen contact meer mee. Het is net of hij zich nooit heeft ontwikkeld. Eigenlijk heeft hij geen bestaansrecht, zo voelt hij het. Die zelfhaat van hem is zo groot”, vertelt Casteelen als de man nog leeft. “Als ik het zo vertel… het is wel bizar. Op zijn werk functioneert hij hartstikke goed. Zijn collega’s dragen hem op handen.”

De man gaf een afscheidsborrel voor zijn collega’s, de avond voor zijn dood, in een zaaltje van het café waar ze vaak lunchten. Enkele dagen eerder waren zijn collega’s op de hoogte gebracht. “Er was veel verdriet”, zegt Casteelen, die er ook was. “Hij was zo’n aangenaam, prettig mens. Jammer dat je weggaat, zeiden mensen. Moet dat nou, hoorde je ook wel, hij heeft het toch goed bij ons. Maar hij moest wel bijna met pensioen. Veel mensen wisten ook wel hoe eenzaam hij was en dat hij altijd alleen maar werkte. Hij werd toegesproken en kreeg kleine cadeautjes. Engeltjes met een spreuk erop, die hij mee zou kunnen nemen.” De volgende ochtend ging Casteelen naar zijn huis. “Hij was heel relaxed, overtuigd dat het zo goed was. Hij heeft nog even gezellig zitten praten. Toen is hij op zijn bed gaan liggen en heeft het drankje opgedronken. Zo wilde hij het.” De meeste mensen overlijden dan binnen tien minuten, deze man leefde twee uur later nog steeds. “Hij lag heerlijk te slapen. Echt een diehard. We hadden afgesproken dat ik hem in dat geval alsnog medicatie zou geven via een infuus. Dat heb ik gedaan.”