Negen arresten die iedere staatsburger zou moeten kennen

In de rubriek ‘de Rechtsstaat’ gaat het vaak over wat rechters doen, of zouden moeten doen. Maar waartoe zijn rechters eigenlijk in staat? Op welke sleutelmomenten zet de rechter een wissel om? Welke gaten in de wet heeft de rechter gevuld? En welke burgers zijn (juridisch) onsterfelijk geworden omdat hùn casus de loop van het recht heeft veranderd?

Recht is uiteindelijk iets wat gevonden wordt, altijd in conflicten. Wetgevers voorzien niet alle ontwikkelingen. Rechters codificeren maatschappelijke opvattingen of komen met eigen inzichten. Sleutelarresten zouden dus tot de bagage van iedere staatsburger moeten horen.

Alleen, dat is niet zo. Dat kan dus anders! Ik vroeg de redactie van het Nederlands Juristen Blad en de volgers van deze rubriek op Twitter om hun favoriete sleutelarrest. Natuurlijk, het resultaat is subjectief. En niet netjes verdeeld over alle rechtsgebieden. Maar dit is mijn lijstje ‘arresten die u zou moeten kennen’. In geheel willekeurige volgorde.

1. Hoe moet je handelen om schade voor een ander te voorkomen bij een gevaarlijke situatie? Het Kelderluikarrest (1965). Een bezoeker van het Amsterdamse café de Singel valt, op weg naar het toilet, in een openstaand kelderluik. De Hoge Raad zegt dat aansprakelijkheid afhangt van de kans dat iemand het luik over het hoofd ziet, de kans er werkelijk in te vallen, de ernst van het eventuele letsel en de moeite die het kost om het te sluiten.

 

2. Mag de overheid tegen een verdachte een ingrijpend dwangmiddel gebruiken dat (nog) niet in de wet staat? Het Bloedproef 2 arrest (1962). De Hoge Raad keurt een veroordeling af omdat het bewijs onrechtmatig is verkregen. De bevoegdheid om te fouilleren mag niet zomaar worden uitgebreid tot het afnemen van bloed. Daar is een aparte wet voor nodig.

 

3. Kan administratief beroep in Nederland als een eerlijk proces worden gezien? Het Benthem arrest (1986, Europese Hof Straatsburg). Pomphouder Albert Benthem uit Noordwolde klaagt over de afwikkeling van zijn conflict met gemeente en Rijk over een lpg-installatie. Hij vindt de procedure via de Kroon en de afdeling geschillen van bestuur van de Raad van State niet onafhankelijk genoeg. Tot verbijstering van de Nederlandse juridische wereld krijgt hij gelijk. In Nederland was geen eerlijk proces mogelijk tegen besluiten van het bestuur. Daarop volgt een ingrijpende reorganisatie van het bestuursrecht.

4. Mag de rechter een algemene maatregel van bestuur of een ministeriële regeling buiten werking laten als daardoor een algemeen rechtsbeginsel wordt geschonden, zoals bijvoorbeeld willekeur? Het Landbouwvliegersarrest (1984). Een strenge milieumaatregel zorgt ervoor dat spuitvliegers tenminste de helft van hun omzet verliezen. Dat vinden zij te ver gaan. De Hoge Raad is het met hen eens. Als rechters vinden dat de wetgever ‘niet in redelijkheid tot het betreffende voorschrift kon komen’, mogen zij die regel buiten werking laten.

5. Mag een burger of bedrijf zich rechtstreeks beroepen op Europese regels? Het Van Gend en Loosarrest (1963, EU-Hof Luxemburg). Een transportbedrijf protesteert tegen een eenzijdige Nederlandse verhoging van het invoertarief van kunsthars uit Duitsland. Het Hof oordeelt dat Europees recht hier rechtstreeks van toepassing, indien de artikelen duidelijk en onvoorwaardelijk zijn.

Het Hof verklaart bovendien dat er een Europese rechtsorde bestaat, waaraan de EU-lidstaten ondergeschikt zijn. Dat betekent dus verlies van soevereiniteit. Nederland mag geen hoger tarief vragen dan wat in 1958 gold bij de ondertekening van het Verdrag van Rome.

 

6. Kan de (lokale) overheid zelf strafrechtelijk worden vervolgd? Pikmeer 1 en 2 (1996, 1998). De gemeente Boarnsterhim dumpt vervuild baggerslib in het Friese Pikmeer. Reinigen is te duur. De vervolging van een gemeenteambtenaar keurt de Hoge Raad echter af. Net als de centrale overheid zijn ook lokale overheden strafrechtelijk immuun. Dat leidt tot opschudding in het parlement. Waarna in Pikmeer 2 die beslissing wordt ‘gepreciseerd’. Lokale overheden blijven immuun voor de strafrechter als het om typische overheidshandelingen gaat. Maar bij handelen namens de overheid door private partijen of in publiek-private samenwerking, kan vervolging wel.

7. Is onrechtmatig hetzelfde als onwetmatig, of mag de rechter ook ‘open normen’ gebruiken? Lindenbaum-Cohen (1910) Twee concurrerende drukkers: de een koopt een medewerker van de ander om, waarna de ander schadevergoeding eist wegens onrechtmatig handelen, namelijk bedrijfsspionage. Dat stond alleen niet in de wet. De Hoge Raad erkent toch onrechtmatig handelen. Er kan voortaan ook een schadeplicht ontstaan als er werd gehandeld „hetzij tegen de goede zeden, hetzij tegen de zorgvuldigheid, welke in het maatschappelijke verkeer betaamt ten aanzien van eens anders persoon of goed”.

8. Mag een rechter zijn geweten laten spreken, in plaats van het recht? Leeuwarder arrest, Kamp Erica (1942) Het Hof Leeuwarden draait een straf voor een dief van negen maanden terug tot vier maanden, exact de lengte van het voorarrest, waardoor de man meteen vrij komt. De rechters willen niemand naar ‘Kamp Erica’ sturen, waar de Duitse bezetter een onmenselijk regime hanteert. Ze worden door de bezetter op staande voet ontslagen wegens grof plichtsverzuim.

9. Is iemand die onwetend een strafbaar feit pleegt strafbaar? Het Melkventerarrest (1916). Een knecht verkoopt aan huis melk die buiten zijn weten door de boer met water is aangelegd. De Hoge Raad spreekt vrij en introduceert hiermee (buitenwettelijk) ‘afwezigheid van alle schuld’ als reden voor vrijspraak.