My cup of chai

Thee met melk is voor kinderen. Maar chai is, helemaal als het buiten koud is, voor iedereen de ideale troostthee.

tekst Janneke Vreugdenhil

W

ie ooit door India heeft gereisd, moet het zich haast wel herinneren: de kruidige, karamelkleurige thee-met-melk die overal langs de weg wordt verkocht. Chai is een onmiskenbaar onderdeel van de Indiase cultuur. Iedereen drinkt het, overal, altijd. De thee is mierzoet, zwaar geparfumeerd met specerijen en soms zo sterk dat je haren er recht van overeind gaan staan. Niet iedere toerist zal de herinnering dan ook koesteren. Toch is chai sinds een aantal jaar bezig de wereld te veroveren. Ook Nederland. Steeds meer koffiebars en lunchtentjes verkopen de drank en steeds meer theemerken brengen hun eigen chaimelanges op de markt.

In een flink aantal talen, waaronder Hindi, Arabisch, Perzisch, Russisch en Bulgaars betekent chai (spreek uit tsjaai) niets anders dan thee. In India heet de drank dan ook officieel ‘masala chai’, ofwel thee van gemengde specerijen. Maar buiten Azië heeft men het vaak over ‘chai tea’. Koffieketen Starbucks bijvoorbeeld, verkoopt ‘chai tea latte’, wat je letterlijk als ‘ thee thee-met-melk met melk’ zou kunnen vertalen. Waarbij dat ‘latte’ dan weer uit het Italiaans komt. Enfin.

De oorspronkelijke chai wordt gemaakt door zwarte thee, melk, een mengsel van aromatische specerijen en suiker of honing samen te laten trekken. De specerijen komen uit de ayurveda, de traditionele Indiase geneeskunst waarin kruiden en specerijen worden aangewend vanwege hun medicinale werking. Welke specerijen precies worden gebruikt, verschilt in India per regio, of zelfs per kruidenier. De meeste chais bevatten in elk geval gember, kardemom, kaneel, kruidnagel, zoethout en zwarte peper. Maar venkelzaad, nootmuskaat, anijs, koriander en piment komen ook veel voor. Complexere melanges kunnen wel tien of meer specerijen bevatten.

Sinds de Indiase thee aan zijn internationale opmars is begonnen, is er een vrolijke wildgroei aan chaivarianten, vergelijkbaar met het eenentwintigste-eeuwse koffielandschap. Voor wie aan de lijn doet, is er chai met magere melk. Voor wie geen koemelk verdraagt, chai met sojamelk. Voor wie geen suiker gebruikt, chai met zoetstof. Wie liever iets kouds drinkt, bestelt iced chai latte. Er zijn chais op basis van kruiden in plaats van zwarte thee. Er zijn chais met toevoegingen als vanille en chocola. In de Verenigde Staten schijn je zelfs chai te kunnen bestellen met een shot espresso erin. De meningen over hoe deze uitvinding moet heten, zijn echter nog verdeeld. Ongetwijfeld gaat dat tot nog meer spraakverwarring leiden. Zoiets als chai tea coffee latte bijvoorbeeld. Thee thee-met-melk-koffie met melk.

Maar hoe leuk al die creatieve varianten ook zijn, de lekkerste chai is nog altijd een eenvoudige, versgemaakte chai. Vanwege de smaak en geur van de etherische olie in specerijen, die het sterkst zijn als ze vers gemalen of gekneusd worden, en die bij fabriekschai dus deels verloren gaat. De keuze van de thee is belangrijk. De thee moet krachtig genoeg zijn om niet door de specerijen overvleugeld te worden. In India geldt mamri, een op een speciale manier bewerkte assam, als de klassieke theesoort voor chai. Maar met gewone assam gaat het ook. Het hoeft in elk geval beslist geen dure thee te zijn. Chai is per slot van rekening, alle hippe toestanden hier in het westen ten spijt, een volksdrank.