Mediadokter die geliefd was en verguisd werd

Foto Dirk Brand

Wat wilt u, lezer? Leon de Wolff wist het. U wilt artikelen met een duidelijke functie, een helder perspectief, een menselijke toon, een aantrekkelijke opmaak. De Wolff was mediadokter. Hij gaf advies hoe journalisten rekening kunnen houden met hun publiek „zónder serieus nieuws te verkleuteren of op te leuken”. Hij liet duizenden proefpersonen kranten lezen en aanstrepen wat ze hadden bekeken. De Wolff was geliefd bij hoofdredacteuren en uitgevers, maar werd verguisd door journalisten. Die wilden liever zelf bepalen hoe zij hun stukken zouden opdienen dan te luisteren naar de ‘verplatter van de journalistiek’, aldus een criticus.

De Wolff overleed op 3 januari, thuis in Epse, bij Deventer. Hij was al zo’n tien jaar ziek. Hij leed aan Multi Systeem Atrofie (MSA), een neurologische aandoening die lijkt op Parkinson. „Hij had mij beloofd dat hij 2014 zou halen”, zegt zijn weduwe Suzanne Weusten, journalist en oud-adjuncthoofdredacteur van de Volkskrant. „Dat is gelukt. Dankzij zijn enorme wilskracht.”

De Wolff kon zich al een tijd moeilijk verstaanbaar maken. Het is een van de symptomen van MSA. „Het was heel erg lastig voor hem dat hij zich niet meer kon uitdrukken”, vertelt Weusten. „Leon was zo’n enorme prater.” Problemen met spreken had hij al in de zomer van 2012. Toch wist De Wolff te promoveren aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Die promotie was een „bijzondere, bizarre bijeenkomst”, vertelt zijn promotor Henri Beunders, hoogleraar geschiedenis van maatschappij, media en cultuur. De Wolff deed sinds 2005 onderzoek bij hem. „Leon zat in een rolstoel, hij kon niet meer praten. Zijn paranimfen Arendo Joustra [hoofdredacteur Elsevier] en Aad van Cortenberghe lazen zijn antwoorden voor op vragen van de promotiecommissie. Leon glunderde van oor tot oor.”

De Wolff had eindelijk zijn vurig gewenste wetenschappelijke onderbouwing van zijn visie op journalistiek. Na een studie sociologie en een korte loopbaan als journalist bij NRC Handelsblad, Haagse Post en FEM Business richtte hij in 1987 een bureau op dat zich specialiseerde in onderzoek en advies in de media. In 2005 schreef hij het boek De krant was koning. De Wolff werkte bij vrijwel alle grote Nederlandse mediabedrijven. Hij opereerde in een ‘paniekmarkt’, zegt zijn promotor Beunders. De kranten verloren lezers en adverteerders. „Zijn advies werd niet altijd juichend ontvangen”, zegt de Rotterdamse hoogleraar. „Maar kijk naar de kranten van tegenwoordig. Alle restylings tonen het gelijk van Leon de Wolff.”