Kijk, zo’n aardverschuiving kan de mens dus zelf aanrichten

Op de late avond van 10 april 2013 gleed één van de wanden van de reusachtige kopermijn bij Salt Lake City naar beneden: 850 meter diep. Seismologen en geologen hadden het zien aankomen en de open groeve was net 7 uur daarvoor ontruimd. Er werden wat grondverzetmachines en vrachtwagens voor ertstransport vernield en de toegang tot de mijn was versperd. Schade ruwweg een miljard dollar. Maar: geen slachtoffers.

Het was, meldt het geologisch vakblad GSA Today in zijn januarinummer, waarschijnlijk de grootste door de mens opgewekte aardverschuiving die zich in Noord-Amerika heeft voorgedaan.

En zeker de best beschreven. De bewegingen in de flank van de Oquirrh Mountains zijn minutieus gevolgd. De verschuiving is jammer genoeg niet gefilmd, maar de rotsblokken bereikten waarschijnlijk snelheden van meer dan 160 kilometer per uur. Tot op 400 kilometer afstand werden de trillingen waargenomen.

De gebeurtenis wekte een hele serie mini-aardbevinkjes op. Uniek, schrijven trotse aardwetenschappers van de universiteit van Utah, want aardbevingen wekken vaak aardverschuivingen op, maar schuivingen doorgaans geen bevingen. Bij de opgewekte bevinkjes kwam overigens niet meer energie vrij dan die van een modern stuk knalvuurwerk: een kleine handgranaat. Op de schaal van Richter levert dat een negatief getal op.

In de Bingham Canyon Mine werd volgens Wikipedia al rond 1863 met de winning van koper begonnen. Dat was er in 1848 door twee Mormoonse broers ontdekt. Vanaf 1906 werd het koper op industriële schaal gewonnen. Bingham Canyon Mine is lang ’s wereld grootste open groeve geweest. De mijn is in handen van de Britse Rio Tinto Groep. Op 11 september afgelopen jaar volgde een tweede kleine landverschuiving in de mijn.