In Moldavië is Europa nog wel populair

Afgelopen zaterdag annuleerde Austrian Airlines een vlucht van Chisinau, in Moldavië, naar Wenen. Austrian weigerde de 150 gestrande passagiers compensatie te betalen, omdat het om een technisch defect van het toestel ging. Volgens de maatschappij hoeft er dan niets vergoed te worden. Niemand kon worden omgeboekt op die dag: er ging geen andere vlucht naar Wenen. De passagiers moesten op het volgende vliegtuig wachten, dat pas een dag later ging.

Waarschijnlijk was de kous hiermee af geweest, als EU-ambassadeur Pirkka Tapiola en zijn vrouw niet toevallig onder de pechvogels hadden gezeten. Tapiola, een voormalig Fins diplomaat die lang voor buitenlandgezant Solana in Brussel heeft gewerkt, meende zich namelijk te herinneren dat technische mankementen aan vliegtuigen geen reden zijn om compensatie uit te sluiten, behalve in uitzonderlijke omstandigheden. Hij sloeg de Europese passagiersrechten erop na, en zag dat hij gelijk had. Vervolgens riep hij via Facebook andere gedupeerde passagiers op om compensatie te claimen bij Austrian Airlines.

Tapiola’s oproep deed het goed in de Moldavische media. Moldaviërs willen dolgraag lid worden van de EU. Of ze dat ooit gaat lukken, is zeer de vraag, maar het maakt Europa populair en geeft de Fin status in Chisinau. Zijn oproep stond binnen de kortste keren in geuren en kleuren op nieuwssites.

Redacties belden de Oostenrijkse luchtvaartmaatschappij om een reactie. Die kwam zondagochtend, via Twitter: excuses aan allen wegens „het ongemak”, een extra vliegtuig naar Chisinau om te zorgen dat iedereen die dag Wenen zou bereiken, plus een toezegging dat „onze collega’s met plezier de zaak met elke passagier persoonlijk zullen bekijken”.

Deze kleine anekdote illustreert nog eens hoe anders het imago van Europa buiten de Europese Unie is dan daarbinnen. Binnen de EU voert de kritiek op Brussel de boventoon. Niets deugt meer, alles is de schuld van Europa. Vrijwel niemand besteedt meer aandacht aan de goede dingen die Europa gebracht heeft en nóg brengt – van bijna 70 jaar geen oorlog tot het recht van passagiers om niet zomaar 24 uur op een vliegveld gedumpt te worden.

Buiten de EU zien veel mensen dit soort rechten juist als deel van de ‘beschaafde’ samenleving die zij ook zouden willen hebben. Zij associëren Europa met ‘rechtsstaat’, met een samenleving waarin normen en waarden centraal staan. Sommige Europese politici waren er als de kippen bij om Oekraïense demonstranten in Kiev toe te spreken: het gaf ze de kans om over Europa als naoorlogs vredesproject te vertellen en vervolgens door tienduizenden mensen te worden toegejuicht. Die kans krijgen ze in de EU nog maar zelden. De meesten proberen het niet eens meer.

In een jaar waarin Europese burgers naar de stembus gaan, is dit een onverantwoorde situatie. Als je de balans wilt opmaken van wat Europa voor ons betekent, van wat er in de toekomst moet veranderen en wat we moeten houden, moet je eerlijk zijn en zowel positieve als negatieve aspecten benadrukken. Wie enkel rozig doet over Europa, negeert de evidente problemen. Die moeten opgelost worden.

Maar Brussel slechts afschilderen als geldverslindende bureaucratie, of Big Brother, is even potsierlijk. Geef de kiezer, in plaats van sentimenten en meninkjes, gewoon de informatie die hij nodig heeft. Hij is zelf intelligent genoeg om de conclusie te trekken.