‘In Amerika was ik voor het eerst gewoon Meike’

Meike van Schijndel (40) is illustrator, ontwerper en ondernemer. Door Brenda van Osch

Maurice Boyer

Leerschool

„Mijn ouders waren altijd aan het werk. Ik was enig kind, wilde aandacht, erbij horen, dus draaide ik mee. Folders vouwen, de boekhouding narekenen. Mijn moeder was producent bij de Utrechtse Theater Initiatieven, op m’n zevende speelde ik mijn eerste voorstelling. Mijn vader was Mart van Schijndel, architect en ontwerper. Hij had al vroeg een Mac. Ik begreep meer van computers dan hij, dus werd ik regelmatig geroepen. Onze vakanties waren vaak architectuurreizen naar de oostkust van Amerika. In de musea had ik niet altijd zin, maar van die reizen heb wel leren kijken. Ik zie details die anderen niet opvallen.”

Identiteit

„Als ‘de dochter van’ werd er al van alles van me verwacht voor ik zelf wist wat ik wilde of kon. Na de middelbare school ben ik naar Amerika gegaan. Daar was ik voor het eerst gewoon Meike en werd ik beoordeeld op wie ik was. Vlak voor zijn dood zei Mart tegen me: ‘Er zijn te veel dingen waar je goed in bent, maar niets waar je in uitblinkt.’ Dat was raak. Ik heb affiniteit met alles wat creatief is. Tekenen, ontwerpen, schrijven, schilderen, fotografie. Maar misschien heb ik me ook verzet tegen een passie zo groot als die van mijn vader, die vaak ten koste ging van ons gezin.”

Inspiratie

„Vlak voor mijn eindexamenjaar van de Hogeschool voor de Kunsten werd Mart ziek. ‘Jij moet naar Javier Mariscal’, zei hij. In zijn atelier werd ik weggeblazen. Ik zag decorstukken, meubels, boeken, animatiefilmpjes en in alles de hand van Mariscal. Ik dacht: dat kan je als illustrator dus allemaal! Daar besloot ik dat ik zou afstuderen met illustratief vormgegeven objecten. 3D, dat had nog niemand van mijn studierichting gedaan. Als voorbeeld kwam ik al snel uit bij de keukenspullen van Alessi. Ik dacht: dan ga ik de badkamer doen.”

Vernieuwing

„Bij Alessi zag ik dat een product goed was als het verhaal klopte. Badkameraccessoires worden snel vies, dus stortte ik me op het sanitair. Als eerste ontwierp ik een toilet in de vorm van een bloempot. Iedereen probeert bloemengeur in de wc te krijgen en bloemen moet je dagelijks bewateren en bemesten. Mijn Kisses-urinoir in de vorm van een rood gestifte vrouwenmond was eerst een wastafel met een microfoonkraan. Zingen, mooi maken, sexy zijn. Maar iets klopte niet. Toen ik er een urinoir van tekende was het opeens een spannend ding.”

Controverse

„Misschien is het naïef, maar ik werd overvallen door alle ophef. Virgin Atlantic bestelde mijn urinoirs voor hun VIP-lounche op JFK Airport. Voor ik het wist had ik CNN aan de lijn, de National Organisation for Women demonstreerde tegen mijn ontwerp. Ik kreeg zelfs doodsbedreigingen. De associatie met pijpen had ik gelegd, maar zij vonden het vrouwenmishandeling. Een man plast in de mond van een vrouw, dat is vernederend. Als ik een man was geweest had het urinoir het niet overleefd, dat weet ik zeker. Maar tien jaar later verkoop ik hem nog steeds. Ieder jaar wordt hij weer ergens verwijderd na protest.”

Eerbetoon

„Ik vond dat mijn vaders Delta-vaas opnieuw geproduceerd moest worden. Maar dan moest er ook iets nieuws mee gebeuren, de vaas is tenslotte uit 1981. Ik heb kunstenaars en ontwerpers gevraagd om een creatie geïnspireerd op de vaas. Vooraf had ik me dit niet gerealiseerd, maar de tentoonstelling The Delta Mart is een ode aan Mart geworden. Ik heb een kast gebouwd waarin zijn ontwerpen staan en een film samengesteld waarin hij verteld over zijn producten. De eerste keer dat ik die naast elkaar zag, schoot ik vol.”

Vooruitzicht

„Grafisch vormgeven is eenzaam. Nu ik weer producten heb vormgegeven voel ik dat daar toch mijn hart ligt. Ik heb koffiekopjes ontworpen geïnspireerd op de Delta-vaas, die wil ik gaan produceren. Met The Delta Mart hoop ik naar de designbeurs in Milaan te gaan. Ik wil een werkplaats, dingen maken. Ik ben niet opgeleid als productontwerper, maar heb er wel de meeste levenservaring in. Mijn koppigheid komt goed van pas. Iedere Europese sanitairfabrikant zei destijds ‘rood glazuur op sanitair kan niet’. Het kon. In Azië.”