‘Ik ben al jaren niet in een supermarkt geweest’

Bij

Hans-Willem de Lint

(35) en zijn vrouw

Anne-Fleur

(36) is het altijd spitsuur. Zij: „Soms zit je in een spagaat tussen kinderen en werk. Als de kinderen moe zijn, als je zelf een rotdag hebt gehad, als je geen tijd hebt voor elkaar, dat soort dingen.”

Hans-Willem: „Het is voor mij ideaal dat ik niet hoef mee te draaien in het huishouden.”

‘Geen papa-mama-hobbybedrijf’

Hans-Willem: „Het is bij ons altijd spitsuur. Dat kan ook moeilijk anders, met twee bedrijven en twee jonge kinderen. Maar we hebben een strakke taakverdeling: ik run de bedrijven, Anne-Fleur doet vooral de kinderen, een bedrijf op zich.”

Anne-Fleur: „En het personeelsmanagement van de zeilscholen. Ik heb tien jaar gewerkt in de werving & selectiebranche en ben twee maanden geleden voor mezelf begonnen. Bij onze eigen zeilscholen.”

Hans-Willem: „Dan heb je het over duizend vrijwilligers die de zeilkampen doen en tien vaste krachten.”

Anne-Fleur: „Er komt veel meer op me af dan ik had verwacht. Maar dat wilde ik juist: brandjes blussen, problemen oplossen, je werkt met heel jonge mensen die je echt moet coachen.”

Hans-Willem: „Ik heb als hobby geïnvesteerd in die zeilscholen, maar ik blijf natuurlijk wel ondernemer, dus er moet een bescheiden winst worden geboekt. En ik wil wel groeien. Maar het moet een financieel gezond bedrijf blijven. Dat ben je gewoon verplicht aan je investeerders. Het is geen papa-mama-hobbybedrijf.”

‘Spagaat tussen kinderen en werk’

Anne-Fleur: „We hebben afgesproken dat we tussen 18 en 20 uur, als de kinderen erbij zijn, niet over ons werk praten. De kinderen weten wel dat papa en mama werken, maar verder begrijpen ze dat natuurlijk nog niet. Na het eten brengen we ze samen naar bed. Maar daarna móét ik met Hans-Willem over mijn werk praten. Dat hoort bij zo’n nieuwe baan. Maar in het weekend staat het gezin centraal. Om de balans tussen werk en gezinsleven goed te houden, gaan de kinderen twee dagen per week naar de crèche, hebben we een schoonmaakster en twee dagen oppas aan huis.”

Hans-Willem: „Heerlijk, want die kookt ook.”

Anne-Fleur: „Dan eten wij wat later.”

Hans-Willem: „En praten we over werk.”

Anne-Fleur: „Maar soms zit je natuurlijk toch in een spagaat tussen kinderen en werk. Als de kinderen moe zijn en huilerig, als je zelf een rotdag hebt gehad, als je geen tijd hebt voor elkaar, dat soort dingen. Dan plannen we even een avondje samen. Zo blijven we een leuke papa en mama.”

Hans-Willem: „Het is voor mij ideaal dat ik niet hoef mee te draaien in het huishouden. Ik ben al jaren niet in een supermarkt geweest. Zo kan ik mijn vrije tijd besteden aan de kinderen. Als ik iets leuks met hen doe, blijft mijn telefoon thuis.”

Anne-Fleur: „Die taakverdeling was geen succes geweest als ik nu geen baan had gehad waarbij ik mijn eigen tijd kan indelen. Bij mijn vorige werkgever moest ik voor 9 uur binnen zijn, dat gaf veel stress. Nu maakt het niet meer uit hoe lang de kinderen ’s ochtends op het potje zitten of afscheid willen nemen bij de crèche.”

‘Zeg ik dat goed, Fleur?’

Hans-Willem: „Begin dit jaar heb ik een lastige periode doorgemaakt. Als je bedrijf hard groeit, heb je veel financiering nodig. En dat stokte doordat nogal wat klanten door de crisis betalingsproblemen hadden. Toen hebben we moeten reorganiseren.”

Anne-Fleur: „Dat je mensen moest ontslaan, was een aanslag op je gezondheid.”

Hans-Willem: „Daar lag ik wakker van.”

Anne-Fleur: „Die dip heeft je wel veranderd.”

Hans-Willem: „Ja, ik raadpleeg nu meer specialisten. En ik heb geleerd dat ik meer naar anderen moet luisteren. Zeg ik dat goed, Fleur?”

‘Spijkerbroek van vier tientjes’

Hans-Willem: „Ik blijf ondernemen tot mijn 70ste. Ik zie nog zoveel dingen die beter kunnen in het bedrijfsleven.”

Anne-Fleur: „Nou, iets eerder stoppen zou ook wel leuk zijn.”

Hans-Willem: „Ik kan nu alles verkopen en op Hawaii gaan zitten, maar ik weet niet of ik daar gelukkig van word. Ik heb nog een zakelijke wensenlijst van hier tot Tokio. Ik heb bijvoorbeeld net een start-up gekocht die boort naar warm water om de glastuinbouw mee te verwarmen.”

Anne-Fleur: „En we proberen duurzaam te ondernemen.”

Hans-Willem: „Ja, mijn bedrijfsauto’s zijn elektrisch, net als mijn privéboten. De zeilscholen krijgen ook elektrische boten. Er zitten al zonnepanelen op de daken. Het is toch zonde dat we ver weg olie oppompen, terwijl we zelf genoeg wind en zon hebben? En we sponsoren microkredieten van Oxfam Novib. Als ondernemer wil ik andere ondernemers helpen.”

Anne-Fleur: „Het gaat ons niet om geld. We kunnen alles doen wat we willen, maar we zijn geen big spenders.”

Hans-Willem: „Kijk hoe ik erbij zit: in een spijkerbroek van vier tientjes.”

Anne-Fleur: „De kinderen moeten weten dat niet alles te koop is. Papa en mama verdienen niet voor niets centjes.”

Hans-Willem: „Ons huis, dat is onze grootste luxe. Er zit een inpandige bootgarage bij.”

Anne-Fleur: „Alleen tijd voor mezelf, daar zou ik wel wat meer van willen hebben. Maar dat is lastig met jonge kinderen. Ik vind het bijvoorbeeld jammer dat ik niet meer hockey, maar ja, dan zou ik op zondagochtend niet naar Artis kunnen met de kinderen.”