Het is niet mijn taak om actie te voeren

De voorzitter van het klimaatpanel IPCC geldt als de ‘klimaatpaus’ van de wereld. De komende maanden presenteert hij rapporten over de gevolgen van klimaatverandering en wat daar tegen te doen is.

Tekst Paul Luttikhuis, foto’s Merlijn Doomernik

IPCC-voorzitter Rajendra Pachauri: „Ik werk bij het IPCC nu bijna de helft van de tijd dat het panel bestaat. Er zijn vast mensen die vinden dat ik daar nooit had moeten zijn. Maar ik vertrek met veel voldoening.”

Hij kan het niet vaak genoeg herhalen. De mens is verantwoordelijk voor de opwarming van de aarde. Dat is voor 95 procent zeker. Het is de belangrijkste conclusie van het nieuwste rapport van het Intergouvernementeel Panel voor Klimaatverandering (IPCC), dat in september werd gepubliceerd. Rajendra Pachauri blijft die boodschap onvermoeibaar verkondigen.

De 73-jarige Indiër is sinds 2002 voorzitter van het klimaatpanel van de Verenigde Naties, en daarmee de klimaatpaus van de wereld. Pachauri’s faam steeg tot grote hoogte toen hij namens het IPCC in 2007 de Nobelprijs voor de Vrede in ontvangst nam, een prijs die de organisatie deelde met de voormalige Amerikaanse vicepresident Al Gore.

Nog geen drie jaar later, begin 2010, bereikte zijn reputatie een dieptepunt. Het IPCC bleek een domme fout te hebben gemaakt in een van zijn rapporten. Er stond dat de gletsjers in de Himalaya rond 2035 wel eens gesmolten zouden kunnen zijn – niemand had het bij publicatie in 2007 opgemerkt, ook al was het aantoonbare onzin. Het IPCC, onvoorbereid op dit soort zaken, schoot in een kramp en erkende niet meteen dat er sprake was van een fout.

Het gebeurde terwijl de klimaatwetenschap toch al zwaar onder vuur lag door een affaire die de geschiedenis is ingegaan als ‘Climategate’. Anonieme hackers hadden eind 2009 duizenden e-mails van klimaatwetenschappers op internet gepubliceerd. Ze suggereerden dat wetenschappers de data hadden gemanipuleerd om de opwarming van de aarde ernstiger voor te stellen dan die was. Bovendien zouden ze ervoor hebben gezorgd dat hun onwelgevallige studies niet in de IPCC-rapporten terecht waren gekomen. De betrokken wetenschappers werden later door acht verschillende commissies vrijgepleit, maar de klimatologie was wel besmet geraakt.

„Het was een moeilijke periode”, zegt Pachauri nu, in een anoniem kantoortje van het KNMI in De Bilt, terwijl hij achterover leunt in zijn stoel. „Maar we hebben ervan geleerd en we zijn er sterker uitgekomen. We hebben een protocol gemaakt voor hoe we moeten omgaan met fouten. We wijzen auteurs nog meer dan voorheen op de noodzaak om alles te checken en te dubbelchecken. En we zijn ons meer bewust geworden van de noodzaak om ons verhaal te vertellen.”

Toen Pachauri in 2002 werd gekozen tot voorzitter van het IPCC, had hij onder anderen de steun van de Amerikaanse president George W. Bush, die niets moest hebben van klimaatbeleid. Bush dacht waarschijnlijk dat hij met de ingenieur en econoom, die vooral zijn sporen had verdiend op het gebied van energiebeleid, een medestander binnenhaalde. Maar dat viel tegen. Pachauri ontpopte zich al snel tot pleitbezorger van een krachtig klimaatbeleid. En hij nam daarbij geen blad voor de mond.

Pachauri kapittelt regeringen die volgens hem onvoldoende verantwoordelijkheid nemen voor het probleem. Hij zegt dat ontwikkelingslanden niet een westerse levensstijl moeten nastreven, maar dat westerse landen juist hun levensstijl moeten veranderen. Hij bepleit dat mensen minder vlees eten – zelf is hij overtuigd vegetariër. En hij heeft zich geschaard achter degenen die vinden dat de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer veel verder terug moet dan bij klimaatonderhandelingen is afgesproken – dat laatste vindt hij nadrukkelijk ‘als mens’ en niet als voorzitter van het IPCC – want het IPCC behoort ‘beleidsneutraal’ te zijn en niet ‘prescriptief’. Het zijn uitspraken die hem veel vijanden hebben opgeleverd.

Moet u zich niet beperken tot de klimaatwetenschap en het klimaatbeleid overlaten aan politici?

„Maakt u zich geen zorgen, ik ben niet van plan aan verkiezingen deel te nemen”, zegt Pachauri lachend. „Ik bemoei me niet met politiek. Kennis verschaffen over de gevolgen van bepaalde ontwikkelingen, dat is precies wat het IPCC behoort te doen. Ik daag iedereen uit die durft te beweren dat India net zoveel auto’s per hoofd van de bevolking kan hebben als de VS.”

De westerse levensstijl in twijfel te trekken, is dat geen politieke uitspraak? President Bush senior zei op de grote milieutop in 1992 dat ‘de Amerikaanse manier van leven’ niet ter discussie kan staan.

(Cynisch:) „God bless him for saying that. Laat de Amerikanen zelf maar beslissen of dat goed of fout is. In een democratie maken mensen hun eigen keuzes. Maar een van de mogelijkheden om broeikasgassen terug te dringen is een verandering van levensstijl. Dat staat gewoon in de IPCC-rapporten. Ik beweer niets nieuws door dat te zeggen.”

Is het niet frustrerend om te zien hoe politici falen als het om klimaatbeleid gaat?

„Het goede nieuws is dat er heel veel gebeurt op lokaal en regionaal niveau. Ik zit sinds 1988 in de klimaatbusiness. Het bewustzijn over het thema is gegroeid. Als je tegenwoordig met schoolkinderen praat, kunnen ze je vertellen over klimaatverandering. Dat was vijftien jaar geleden wel anders. Kijk naar Europa. Een paar weken geleden sprak ik in Istanbul op de World Business Council on Sustainable Development. Daar waren veel mensen uit het bedrijfsleven, die heel goed weten wat ze moeten doen. Maar het is niet mijn taak om actie te voeren, het IPCC verspreidt de boodschap. Ik heb geen reden voor frustratie, maar juist voor tevredenheid.”

Volgens het IPCC staat nu wel bijna vast dat klimaatverandering door de mens wordt veroorzaakt. Is de organisatie daarmee niet overbodig geworden?

„In het nieuwste rapport worden citaten gebruikt uit 9.200 onderzoeken. Tweederde daarvan werd gepubliceerd na 2007, dus na de vorige evaluatie. Daar zit heel veel nieuwe kennis bij. Kijk bijvoorbeeld naar onze toekomstprojecties. We hebben vier scenario’s gemaakt, waaronder één die uitgaat van een temperatuurstijging van 4,8 graden aan het eind van de eeuw. Daarmee correspondeert een zeespiegelstijging van 98 centimeter. Dat zijn zaken die zorgen baren en waar de wereld rekening mee moet houden.”

Maar het zijn ook abstracte getallen. Hoe gaat u om met onzekerheid over het klimaat?

„Niemand kan het gat in de ozonlaag zien, maar de wereld heeft toch een akkoord gesloten om er iets tegen te doen. We weten inmiddels genoeg over klimaatverandering om actie te ondernemen.”

Toch weten we ook nog veel niet.

„Net als in elke wetenschap, maar er is geen controverse over de fysische basis. Wel moeten we nog meer kennis verzamelen. We hebben bijvoorbeeld geen goed idee van de impact van de opwarming voor verschillende delen van de wereld. Daar is grote behoefte aan.”

Het IPCC zit midden in zijn vijfde evaluatie van de wereldwijde kennis over het klimaat, de vorige stamt uit 2007. Meer dan duizend wetenschappers – en een veelvoud aan meelezers – zijn er al maanden mee bezig. In september verschenen het vuistdikke rapport dat de fysische basis van klimaatverandering beschrijft en de daaruit gedistilleerde ‘samenvatting voor beleidsmakers’, het meest gevoelige document. De samenvatting is het resultaat van een week onderhandelen achter gesloten deuren tussen de auteurs en beleidsmakers, die het rapport uiteindelijk aan hun regering moeten kunnen ‘verkopen’.

Zouden die onderhandelingen niet openbaar moeten zijn?

„Wetenschappers moeten in alle vrijheid kunnen overleggen en hun mening geven. Waarom bepaalde passages wel en niet in de samenvatting moeten worden opgenomen, hoe ze geformuleerd moeten worden. Dat is een intensieve, professionele en serieuze zaak. De wetenschappers staan tijdens die onderhandelingen onder zware druk. Landen zetten niet zomaar hun stempel op het rapport.”

De komende maanden verschijnen er nog twee rapporten. In maart gaat het over de gevolgen van klimaatverandering, over kwetsbaarheid en aanpassing. In april over manieren om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren. De afgelopen week was Pachauri met een groep wetenschappers in De Bilt om te praten over het ‘syntheserapport’, een ook voor niet-ingewijden leesbare samenvatting van de alle rapporten. De synthese verschijnt in oktober.

Het IPCC is wel omschreven als een ‘sociaal innovatieve’ organisatie. „En dat zijn we ook”, zegt Pachauri enthousiast. „Niet eerder was er een organisatie die zoveel beleidsrelevante wetenschap heeft verzameld, met zulke directe gevolgen voor het menselijk handelen.”

Wat zijn volgens u de belangrijkste bevindingen van de nieuwe evaluatie?

„We weten nu dat zo’n 90 procent van de extra hitte die door klimaatverandering wordt veroorzaakt door de oceanen is geabsorbeerd. De temperatuur van het oceaanwater is substantieel gestegen tot op een diepte van zo’n 700 meter. En 30 procent van de kooldioxide wordt opgenomen door de oceanen, waardoor het water verzuurt.”

Is het een probleem voor de klimaatwetenschap dat de temperatuur al meer dan tien jaar nauwelijks stijgt?

„Lees het rapport. Daar staat heel duidelijk in dat ook in de laatste dertig jaar ieder decennium warmer was dan het voorgaande. En dat de periode van 1983 tot 2012 de warmste was in de afgelopen 1.400 jaar. Dat laat geen ruimte voor twijfel. Dat hele gedoe over het hiaat hangt samen met de keuze van het beginjaar. 1998 was uitzonderlijk warm, dan lijkt het al gauw dat de temperatuur sindsdien niet is gestegen. Er zijn nou eenmaal altijd fluctuaties.

„Volgens mij was het iemand van een grote verzekeringsmaatschappij, die een tijdje geleden een grappige vergelijking maakte: als je een hardloper die zojuist het wereldrecord op de 100 meter heeft verbeterd, nog een keer de honderd meter laat lopen, zal hij minder hard gaan. Is hij dan ineens een slechtere hardloper?

„En trouwens, temperatuurstijging is niet het enige waarover we ons druk moeten maken. Wat te denken van zeespiegelstijging – er is geen reden om daaraan te twijfelen. Of extreme weersgebeurtenissen – die nemen toe, vooral op het gebied van neerslag en hittegolven.”

Is het IPCC te alarmistisch geweest?

„Er zijn veel mensen die zeggen dat we juist te voorzichtig zijn. We doen zelf geen onderzoek, we kijken wat de wetenschap zegt en maken daarvan een objectieve, transparante samenvatting. Daarbij zijn duizenden mensen betrokken. Als we werkelijk een onwetenschappelijke conclusie trekken, zijn er wetenschappers die daarop zullen wijzen.”

Het IPCC werd vanaf de eerste rapporten regelmatig aangevallen door zogeheten klimaatsceptici, mensen die – soms uit overtuiging, soms uit ideologische motieven – de hele klimaatwetenschap in twijfel trekken. Hoe meer het IPCC de mens de ‘schuld’ gaf van de opwarming, hoe harder de aanvallen werden.

Ook persoonlijk kreeg Pachauri het zwaar te verduren. Zo beschuldigde de Britse krant The Sunday Telegraph hem, naar later bleek ten onrechte, van zelfverrijking door opdrachten in de wacht te slepen voor het onderzoeksinstituut TERI (The Energy and Resources Institute), waaraan hij leiding geeft. Pachauri zou er miljoenen aan hebben verdiend.

Vooral na de Himalaya-fout gingen er steeds meer stemmen op – en niet alleen van sceptici – die vonden dat de voorzitter moest aftreden. De statuten werden zo veranderd dat de toekomstige IPCC-voorzitter voortaan voor slechts één termijn kan worden gekozen. Maar Pachauri was in 2008 nog met algemene stemmen herkozen en peinsde niet over vertrek.

„Ik zou zijn vertrokken als ik fouten had gemaakt, maar dat is niet zo”, zegt Pachauri, een beetje geïrriteerd. „Ik heb de Sunday Telegraph gevraagd hun artikel te rectificeren. Toen ze daar niet op ingingen, heb ik een jurist in de arm genomen. Ik heb de zaak gewonnen, de krant moest het artikel terugnemen, excuus aanbieden en de juristen 53.000 pond betalen.

„Ik had kunnen weglopen. Maar zou daarmee de leugen de wereld uit geholpen zijn? Nee. Ik ben gebleven om te vechten. Niet alleen voor mezelf, maar ook voor het IPCC. Want ze vielen mij aan als voorzitter van die organisatie.”

In 2015 eindigt uw tweede termijn. Vertrekt u met pijn in het hart?

„Nee. Ik werk zeven dagen per week, ga nooit met vakantie, en ben verantwoordelijk voor een groot onderzoeksinstituut waar 1.200 mensen werken, dat ik van de grond af heb opgebouwd. Verder heb ik het Yale Climate and Energy Institute opgericht en ben daar nog steeds adviseur – een functie die ik waarschijnlijk over een paar maanden zal neerleggen. Ik heb veel te schrijven en ik hou ervan in het weekend af en toe een partij cricket te spelen.

„Ik werk bij het IPCC nu bijna de helft van de tijd dat het panel bestaat. Er zijn vast mensen die vinden dat ik daar nooit had moeten zijn. Maar ik vertrek met veel voldoening. En in de hoop dat het IPCC kan voortbouwen op wat ik achterlaat.”