Het allerliefste land ter wereld

Wie opiniepagina’s en columns leest, blijft vaak in somberheid achter. Het kapitalistische systeem is vastgelopen, net als de democratie. Nieuwe crises staan voor de deur. En sowieso weten nog maar weinigen in ons land wat fatsoen is. Er is een gebrek aan ethisch besef en medemenselijkheid. De rijken winnen en de rest verliest.

Hoe anders is de wereld die ik zie.

Ik zie een bloeiend systeem dat het tijdelijk moeilijk heeft. Raar is die dip niet, want een economie zonder neergang of financiële crises heeft nog nooit bestaan. Ik zie vooruitgang die je hart doet opspringen: honderden miljoenen mensen in Azië, Zuid-Amerika en Afrika wisten de afgelopen decennia - en nog steeds - uit de armoede te ontsnappen. De ongelijkheid tussen het Westen en de rest van de wereld neemt af. Ik zie technologische innovatie die waanzinnig is: je kan de wereld afreizen met al je foto's, films, al je muziek, je computer, internet én al je belcontacten in een handtasje. Hoe fantastisch! Ik zie een wereld, kortom, waar vooruitgang in de levens van mensen de norm is.

En als ik dan inzoom op Nederland, dan zie ik geen verscheurd, economisch kneuzenland zoals sommigen. Ik zie een immens welvarend en gelukkig land waar de politiek en de bevolking zich meer dan in andere Westerse landen bekommeren om hun medemens. Eigenlijk, ik durf het bijna niet te zeggen, zie ik het allerliefste land ter wereld.

Neem een bericht van deze week in deze krant: ‘Minder werklozen in kunst dan voorspeld’. Daarin stond dat Uitkeringsinstantie UWV een jaar geleden 3,8 miljoen euro kreeg van het ministerie van Onderwijs en Cultuur om daarmee 3.000 kunstenaars te helpen, die ontslagen zouden worden door de bezuinigingen op de kunsten. Het UWV deed zijn best, maar kon maar 600 ontslagen kunstenaars helpen.

Waarom word ik hier vrolijk van? Het kabinet ging bezuinigen op de kunsten. Zoals met elke nieuwe wet of bezuiniging trekken dan hordes belanghebbenden en deskundigen voorbij die voorspellen dat dit de doodsteek zal worden voor de sector. Dat kommer, kwel en ellende ons zal overkomen. Somberheid troef. Ik wil hier niet beweren dat de bezuinigingen meevielen voor de kunsten. Volgens mij valt er pas over een paar jaar een conclusie te trekken.

Ik wil hier wel beweren dat we toch een lief land zijn. Een land dat bezuinigt op de kunsten en vervolgens 3,8 miljoen euro klaarzet om kunstenaars te helpen bij het vinden van een baan. Het is geen uitzondering, het is exemplarisch. Welke versobering in overheidsubsidies of sociale regelingen je ook bekijkt, mijn journalistieke ervaring heeft me geleerd dat er zelden mensen aan hun lot worden overgelaten. Er zijn altijd uitgezonderde groepen (55-plussers), overgangsregelingen, nieuwe vormen van hulp.

Ander voorbeeld: de Financial Times publiceerde laatst een stuk over de toenemende ongelijkheid in Westerse landen, inclusief de Scandinavische, vaak geprezen om hun gelijkheid. Erbij stond een grafiek. Grote uitzondering op de regel: Nederland. Hier neemt de ongelijkheid juist àf.

Dat is dus mijn beeld van Nederland: het allerliefste land ter wereld. Nou ben ik slim genoeg om te bedenken dat als ik de wereld diametraal anders zie dan anderen (die zonder twijfel intelligent en geïnformeerd zijn), er op mijn wereldbeeld waarschijnlijk ook heel wat valt af te dingen. Dan ga ik twijfelen. En denk ik bijvoorbeeld, ja de behandeling van asielzoekers, die is waarschijnlijk niet erg lief.

Mijn vraag aan pessimistische opiniemakers is: zouden jullie ook een beetje willen twijfelen aan jullie wereldbeeld?