Heldendom maakt niet gelukkig

In Pakistan offerde een jongen van 15 zich op bij een bomaanslag // In Afghanistan bracht een meisje van 10 haar bomgordel níet tot ontploffing // Wat maakt een held, vraagt correspondent Joeri Boom zich af

Aitzaz Hasan, een vijftienjarige mollige jongen met een bloempotkapsel, wordt in Pakistan als held vereerd. Hij stond maandagochtend met twee vriendjes buiten de poort van zijn school in Hamzu, een plaatsje in het noordwesten van Pakistan, waar voornamelijk shi’ietische moslims wonen. Aitzaz en zijn vriendjes waren te laat, dus mochten ze niet naar hun klas.

Binnen waren zo’n tweeduizend leerlingen bezig met het ochtendritueel. Een jongeman van begin twintig in schooluniform kwam op de poort af. Hij kwam zich als nieuwe leerling aanmelden, zei hij. Tijdens het gesprek zagen de jongens opeens het ontstekingsmechanisme van een bomgordel. Twee van hen renden in paniek de school binnen, maar Aitzaz dook bovenop de man, die daarop zijn vest tot ontploffing bracht. Aitzaz was de enige leerling die stierf.

De mislukte aanslag werd opgeëist door Lashkar-e-Jhangvi, een factie van de Pakistaanse Taliban, gespecialiseerd in bloedige aanvallen op shi’ieten. Daarbij kwamen sinds de jaren negentig duizenden mensen om. „Een handvol terreurgroepen probeert de soennieten en shi’ieten tegen elkaar op te zetten. Ze hopen op een burgeroorlog”, vertelde politiek analist Rasul Bakhs Raees, toen ik afgelopen jaar Pakistan bezocht tijdens een aanslagengolf op shi’ietische doelen.

Vele moeders zijn tranen bespaard

Aitzaz vader Mujahid Ali vertelde Pakistaanse journalisten dat hij niet wilde rouwen over zijn zoons dood, maar dat hij zijn leven wilde vieren. „Mijn zoon heeft zijn moeder aan het huilen gebracht, maar hij heeft honderden andere moeders tranen bespaard”, zei hij. „Ik ben blij dat hij een martelaar is geworden door zijn leven te offeren voor een nobel doel.”

In de Pakistaanse media wordt Aitzaz in één adem genoemd met Malala Yousafzai, het schoolmeisje dat door de Talibaan in het hoofd werd geschoten, en de aanslag overleefde. Hoewel de Talibaan beweren haar alsnog te zullen doden, blijft ze zich inzetten voor het recht op onderwijs voor meisjes en jongens. Ze werd vorig jaar genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede. Ook zij is een heldin. In elk geval in de ogen van niet-Pakistanen, zoals is af te meten aan de ruim dertig internationale prijzen en nominaties die haar ten deel vielen.

Heldendom is niet altijd onbetwist. Er zijn Pakistanen die niet op de hand zijn van de Talibaan, maar Malala Yousafzai zien als een verraadster. Nadat ze was behandeld in een Brits ziekenhuis keerden zij en haar familie niet terug.

Voor Malala’s vader werd een baantje geregeld op de Pakistaanse ambassade in Londen. In Pakistan zijn overheidsbanen (net als hier in India) felbegeerd, want ambtenaren kunnen maar moeilijk ontslagen worden. Een overheidsbaan is voor het leven en gaat vaak over van vader op zoon. Veel Pakistanen, die leven in een afbrokkelende economie en maand na maand de inflatie zien stijgen, zagen blauw van afgunst.

Maar Aitzaz is dood, en wie is er jaloers op de doden? Bekende Pakistanen willen dat hij postuum een dapperheidsonderscheiding krijgt. „Alweer een jongere met heartstopping courage”, twitterde een Pakistaanse oud-ambassadeur, waarschijnlijk zonder dat hij dat ironisch bedoelde. „Geef hem op zijn minst een medaille!”

Ook in Afghanistan was de afgelopen week een kind dat een aanslag voorkwam het middelpunt van het nieuws. Het meisje Spogmai, volgens sommige verslagen tien, volgens andere acht jaar oud, gaf zichzelf aan op een politiebureau in de zuidelijke provincie Helmand. Ze droeg een bomvest waarmee ze op dat bureau een aanslag had moeten plegen van haar broer Zahir, die een Talibaancommandant zou zijn. Ze was verstoten uit haar dorp omdat ze ongeoorloofd gedrag zou hebben vertoond in het bijzijn van politiemannen. Als straf zou haar broer haar met het bomvest op de politie hebben afgestuurd.

Was er wel echt een vest?

Er doken verschillende versies van het verhaal op. Volgens sommige verslagen meldde ze zich zonder bomvest bij de politie. Haar broer zou het uit angst of wroeging hebben losgemaakt. Was er eigenlijk ooit wel zo’n vest? Er zijn foto’s gepubliceerd van Spogmai na haar arrestatie, maar niet van haar bomgordel. En was ze wel verstoten? Volgens sommige berichten zei ze dat ze haar stiefmoeder zat was.

Het is moeilijk de verhalen te wegen vanuit Delhi, op ruim duizend kilometer van Helmand. Maar wat hiervandaan opvalt is dat zij niet op het heldenschild wordt gehesen, terwijl het toch behoorlijk heroïsch is wat ze heeft gedaan. Sterker nog: de Afghaanse president Hamid Karzai heeft gezegd dat het maar het beste zou zijn als ze wordt herenigd met haar familie – mits die aan de lokale autoriteiten de verzekering geven dat ze haar niets zullen aandoen. Toen ze dat hoorde, zei ze volgens de BBC: „Als ik terug ga, zullen ze hetzelfde met me doen. Ze zullen me het zelfmoordvest aantrekken.”

De Pakistaanse columnist Ejaz Haider die zo zijn vraagtekens heeft bij al dat heldendom in zijn land, haalde gisteren een tekst aan van de Duitse schrijver Bertolt Brecht. In zijn toneelstuk Het leven van Galileo, zegt personage Andrea Sarti: „Ongelukkig is het land dat geen helden voortbrengt.” Zou dat het zijn? Staat heldendom in verband met geluk? Maken we helden van enkelingen om uit te stijgen boven ons kille bestaan en ons te warmen aan hun gloed? Om ons verdriet te vergeten, en onze angst?

Meestal lijkt het te gaan om zingeving aan zinloze, wrede gebeurtenissen. Dus vind je ‘echte helden’, zij die hun gezondheid of zelfs hun leven hebben geofferd en uitstegen boven doodsangst, vooral waar het oorlog is.

Wij Nederlanders hebben geen helden, althans: niet in de moderne tijd. Veel Nederlanders associëren de term ‘held’ tegenwoordig onwillekeurig met gezwollen teksten als die van het Koningslied. „Daar sta je dan…”

De Britten en Amerikanen, die hebben helden. Ook in Afghanistan. Op de Amerikaanse bases die ik sinds 2004 bezocht kon je niet om de heroïek heen. Posters van kloeke strijders die vuurspuwende mortieren hanteerden in een heroïsche strijd vóór democratie en tegen het kwaad van het moslimextremisme. De Britten deden het subtieler. Zij hadden op de gekste plekken bakjes staan met gleufjes, om geld te doneren. For our heroes.

Waarom Nederland niet aan modern heldendom doet, laat zich niet makkelijk verklaren. Misschien is het omdat wij al sinds de 19e eeuw de oorlogen die wij vechten geen oorlogen meer noemen. De wrede, koloniale veldtochten op Java en Sumatra noemden we ‘pacificaties’. De koloniale oorlog in de Archipel, meteen na de Tweede Wereldoorlog, waarbij we mariniers en legereenheden inzetten ten kostte van ruim honderdduizend slachtoffers, waarvan 5 duizend aan eigen kant, wordt in de geschiedenisboekjes nog steeds vergeleken met een politieoptreden. Zélfs nu we zeker weten dat ook onze eigen militairen, net bevrijd van het nazi-juk, er executies uitvoerden. De oorlog in Korea, waar 122 Nederlanders sneuvelden, noemden wij destijds ‘een conflict’. En de acties in Afghanistan staan te boek als ‘vredesmissies’. Onze Angelsaksische bondgenoten hebben het gewoon over the war in Afghanistan.

Heldendom is niet eenduidig. In het verhaal van de mollige Aitzaz figureert nóg een held, al willen wij Westerlingen – en het overgrote deel van de Pakistanen – dat liever niet zien. Het is de jongeman die zich opblies. Ik schrijf bewust niet ‘de zelfmoordterrorist’, want zo zou hij zich niet noemen. In de ogen van zijn jihadistische kameraden is hij een shahid, een martelaar die zich opofferde in de strijd tegen het goddeloze kwaad.

„Mensen geloven hier echt in. Zo iemand die zich opblaast gelooft dat hij in de hemel komt en dat de mannen, vrouwen en kinderen die hij doodt, mensen met waardevolle levens zoals u en ik en hijzelf, naar de hel gaan. Hij is bang, maar zijn geloof is sterker. Het is misdadig daar misbruik van te maken”, zei Baksh Raeesh in Pakistan.

In Afghanistan is het al lang oorlog

In Afghanistan is het nog veel langer oorlog dan in Pakistan. De strijd van de Pakistaanse Talibaan tegen de staat begon pas grote vormen aan te nemen rond 2005. Maar dan Afghanistan: dat land wordt al overspoeld door oorlogsgeweld sinds de Russen er in 1979 binnenvielen. Ruim dertig jaar lang wordt altijd wel ergens in het land gevochten.

Tijdens een bezoek in mei aan Afghanistans enige psychiatrische ziekenhuis in Kaboel, vertelde dokter Hafizullah Faiz dat Afghanistan een getraumatiseerd land is. „Het geweld heeft de mensen ziek gemaakt”, zei hij. Maar niet alléén het geweld. De laatste jaren zag hij hoe de afbraak van de samenleving, de armoede en het uiteenvallen van de sociale cohesie mensen psychisch afbrak. „Vechten voor de Taliban geeft mensen een doel”, zei hij. „Wie instabiel is, is relatief makkelijk te hersenspoelen met mooie verhalen over martelaarschap.”

Heldendom is met vragen omgeven. Waarom worden kinderen tot held uitgeroepen? Is dat niet meer iets voor volwassenen, van wie we denken dat ze wéten wat ze doen? En waarom Spogmai niet en Malala en Altzai wel?

Het zijn vragen die je jezelf liever niet zou hoeven stellen. Wat dat betreft hebben we het goed in Nederland.

Als Andrea Sarti in het toneelstuk zegt dat een land dat geen helden voortbreng ongelukkig is, laat Brecht Galileo antwoorden: „Nee, Andrea. Ongelukkig is het land dat helden nodig heeft.”