Hamsteren! Hamsteren!

Lijken mensen die niks kunnen weggooien op verzamelaars onder de dieren? // Wetenschappers willen de biologie van hoarding graag beter begrijpen // De mens vergelijken met een knaagdier werkt het beste

Bijen, dat zijn pas verzamelaars. Nectar. Stuifmeel. Zelfgemaakte honing, keurig geordend in zeshoekige hokjes die langzaam dichtgroeien met zoetigheid. Zou je dat verzamelen van bijen kunnen vergelijken met het pathologisch verzamelen dat sommige mensen doen – mensen die hun huis laten dichtgroeien met kranten, kleren, lege verpakkingen?

Nee, dat gaat toch te ver, schrijven Amerikaanse psychologen in het decembernummer van Review of General Psychology. Al is het wel verleidelijk om die vergelijking te maken. Zo zijn er bij bijen twee genen ontdekt die zowel geassocieerd zijn met de grootte van de eierstokken als met verzamelgedrag. En zwangere en lacterende mensenvrouwen hebben een hormonaal bepaalde, bovengemiddelde neiging tot voedsel verzamelen. Interessante parallel? Nee, schrijven de psychologen bijna teleurgesteld, want de verschillen tussen mens en insect zijn té groot, ze zijn te weinig verwant om uit dit soort observaties betekenisvolle conclusies te trekken. Maar intussen hebben ze het toch maar even genoemd.

Welke dieren zijn hoarders?

In hun overzichtsartikel over parallellen in verzamelgedrag bij dier en mens doen de psychologen een verkennende poging om een diermodel te vinden voor compulsive hoarding, pathologisch verzamelen. Vorig jaar werd deze psychische stoornis opgenomen in het psychiatrisch handboek DSM 5. Pathologische verzamelzucht is moeilijk te behandelen. Het kan gevaarlijk zijn voor de patiënt omdat diens huis niet meer schoon te houden is; dat trekt ongedierte en schimmels aan. Intussen lijdt ook het sociale leven van de (vaak eenzame en werkloze) verzamelaar eronder. En de pathologische verzamelaar lijdt zelf: onder zijn rotzooi, zijn problemen met keuzes maken. Hij schaamt zich; in zijn huis valt amper nog te lopen of überhaupt te leven. Relatief veel hoarders zijn depressief of angstig. Vaak lijden ze ook aan compulsief kopen of kleptomanie, of hebben ze een aandachtsstoornis.

Of vrouwen of juist mannen vaker ziekelijk verzamelen, is nog onduidelijk. Het begint in elk geval vaak in de puberteit en wordt erger naarmate de hoarder ouder wordt. Vaak zit het in de familie. Psychologen hebben Freuds idee dat een ‘anale persoonlijkheid’ aan verzameldwang ten grondslag ligt – enorme koppigheid, gierigheid en netheid als gevolg van te strenge zindelijkheidstraining – inmiddels verlaten. Tegenwoordig is het gangbare idee dat pathologische verzamelaars problemen hebben met informatie verwerken, besluiten nemen, categoriseren, plannen. Is dit bruikbaar, is dit waardevol, kan het weg – dat zijn voor hoarders moeilijke vragen.

Biologie beter snappen

Een diermodel vinden voor ziekelijke verzamelzucht zou betekenen dat de wetenschap de biologie erachter beter begrijpt. En dat kan aanknopingspunten bieden voor een geneesmiddel of therapie. Het is natuurlijk zo, beseffen de psychologen, dat veel dieren vooral voedsel verzamelen, terwijl menselijke hoarders vooral oneetbare spullen verzamelen. Maar er zijn ook mensen die voedsel verzamelen, en er zijn dieren die dingen verzamelen die ze niet kunnen eten – en dat biedt hoop.

Voor de wetenschapper op zoek naar een diermodel zou het prettig zijn als andere primaten dan de mens ook verzamelgedrag vertoonden, maar dat doen er niet zo veel. Er is één studie waarin doodshoofdaapjes voedsel en speelgoedjes verzamelden en agressief verdedigden, maar dat is maar één studie. Van de geelgroene meerkat, een West-Afrikaanse aap, is bekend dat hij appels verzamelt en verstopt – maar slechts heel kort, die worden al snel opgegeten. En makaken verzamelen wel voedsel in hun wangzakken, maar of je dat gedrag nu wel mag vergelijken met ander verzamelen en verstoppen?

Ratten met verzameldrift

Ook vogels zijn waarschijnlijk geen goed diermodel voor menselijk pathologisch verzamelen, menen de psychologen. Er zijn weliswaar allerlei soorten vogels die (met name voedsel) verzamelen, zoals mezen en kraaiachtigen, maar die staan genetisch erg ver van de mens af – niet zover als de bijen, maar toch. Ook heeft het verzamelen bij vogels waarschijnlijk echt een andere plaats in het gedragsrepertoire dan pathologisch verzamelen bij de mens. Sommige jonge kraaiachtigen lijken bijvoorbeeld oneetbare objecten te verstoppen om zo het verbergen van hun verzameling voor soortgenoten te oefenen. En mannelijke prieelvogels leggen een hele verzameling aan van bloemen, steentjes en andere spulletjes om een vrouwtje mee te versieren – maar dat lijkt ook niet goed vergelijkbaar met het onbegaanbare, met rotzooi dichtgegroeide huis van de eenzame menselijke hoarder.

Uiteindelijk is de beste diermodel-kandidaat voor hoarding volgens de psychologen het knaagdier. En nee, niet de eekhoorn – die noemen ze niet eens. Het meeste knaagdier-verzamelonderzoek is gedaan bij ratten. Die staan ook ver van mensen af, maar ze bergen net als mensen hun verzameling op één plek op en hun verzameldrift neemt ook toe met de leeftijd. En bij zowel ratten als mensen doet amfetamine de verzamelzucht groeien en lijkt pathologische verzamelwoede (deels) gereguleerd te worden in de nucleus accumbens in de hersenen, het ‘belonings- en verslavingscentrum’, door de neurotransmitter dopamine. De rat is geen perfect diermodel voor hoarding, schrijven de psychologen, maar hun review is een begin. Nu kan meer vergelijkend genetisch en neurologisch verzamelonderzoek bij mensen en ratten beginnen.