Hadden we maar een uniform

In elk bedrijf gelden regels voor vrouwenkleding. Maar wel ongeschreven regels, die ook nog overal anders zijn. „Het vreet je op in het begin.”

Zo’n 85 jonge carrièrevrouwen hebben zich op een donderdagavond verzameld in restaurant Symphony’s op de Zuidas voor het Ambitious Women’s Cocktail Hour. Een modeshow en netwerkborrel ineen. Georganiseerd door L.K. Bennett, het Britse modemerk dat vooral bekend is van hun huidkleurige lakpumps, die Kate Middleton volgens de uit Londen overgevlogen PR-jongen Nick Flynn al 28 keer in het openbaar heeft gedragen („En Máxima heeft ze ook!”). Kleding en schoenen staan uitgestald en mogen naar hartelust gepast geworden. Er is een modeshow met een ouderwetse ladyspeaker, en na afloop gaan de bezoekers met een kortingsbon naar huis. In Engeland organiseert het merk dat zich vooral op zakenvrouwen richt, dit soort evenementen al jaren. Hoe je te kleden op je werk, is een kwestie voor vrouwen in de ‘kantoorjungle’.

Vooral voor beginnende werkende vrouwen is het een worsteling. Ze willen zich aanpassen aan de gewoontes in het bedrijf, maar zich tegelijkertijd onderscheiden, en als het even kan ook nog modieus zijn. Niet over je kleding nadenken is geen optie: met een verzorgd uiterlijk laat je zien dat je je baan serieus neemt. Een geslaagde outfit geeft zelfvertrouwen en verbetert volgens talloze onderzoeken je prestaties.

Maar wat precies een geslaagde outfit is, is niet voor iedereen duidelijk. Het zit ’m in subtiliteiten: waar ligt de grens tussen zakelijk en saai? Tussen modieus en overdressed, en tussen vrouwelijk en te sexy?

In veel landen is het gebruikelijk dat kledingvoorschriften zwart-op-wit bij het arbeidscontract geleverd worden. Onlangs kwam nog een 43 pagina’s tellend document van de Zwitserse bank UBS naar buiten waarin voor vrouwen staat: geen rok die strak om de billen zit, geen „ultratrendy” bril en nooit iets in je zakken stoppen. Wel aanschaffen: een vleeskleurige beha voor onder een witte bloes, en een blauw, grijs of zwart pak. In Nederland moeten werknemers het met ongeschreven regels doen, die ook nog eens per bedrijf en sector verschillen. „Het vreet je op in het begin”, zegt Lianne, een junior accountant die in een felblauwe jurk de L.K. Bennett-borrel bijwoont. „Ik lag ’s nachts wakker van wat ik in ’s hemelsnaam aan moest. Ik was zó bang om het fout te doen.”

De aanwezigen zien er opvallend vrouwelijk uit: ze dragen jurken en rokken tot net boven of op de knie, en hebben lang, los haar. Zo’n negentig procent loopt op hakken van minstens acht centimeter. Ellen, een blonde accountant van halverwege de twintig: „Hoge hakken vindt tegenwoordig niemand nog ordinair. Alleen plateauzolen en open schoenen zijn een no go.”

Bij een rondvraag naar andere faux pas komen alle inkoppers voorbij: korte rokjes, kreukels, decolletés, geverfd haar met uitgroei. Verrassender is dat de ultieme kantoorklassieker vanavond door iedereen als not done bestempeld wordt: het broekpak. „Wie een broekpak draagt, zegt eigenlijk: ik snap er niks van”, zegt een hoogblonde beginnende accountant. „Zo’n vormeloos zwart pak, bij ons op kantoor noemen we dat een security outfit. Alleen nieuwe stagiaires lopen er nog wel eens mee.”

Nick Flynn van L.K. Bennett beaamt het: „Sinds een paar jaar verkopen we vrijwel geen setjes meer, alleen nog losse items. Niemand wil nog een jasje dat bij een broek of rok hoort.” Want ook mantelpakjes zijn een zeldzaamheid geworden. Net als parelsnoeren en degelijke ‘KLM-hakken’ van slechts een paar centimeter: hopeloos ouderwets. Al kom je ze nog wel eens tegen bij banken en consultancybedrijven: de twee conservatiefste bedrijfstakken. Maar bij multinationals gaat het er vaak een stuk informeler aan toe.

Claartje Schrijvers van advocatenkantoor NautaDutilh komt bij elke lichting starters weer dezelfde beginnersfouten tegen. „Bijna iedereen gaat door wat ik ‘de tricotfase’ noem. Tricot is een comfortabel en goedkoop materiaal, maar je ziet er álles in: je bh-bandje, je navel, de rand van je panty. Na drie keer wassen is het dun, flodderige tricotjurkjes mogen echt alleen op vakantie.” Een andere valkuil is slaafs de mode volgen. „De peplum (een wijd uitstaand stuk stof rond de taille, red.) was een tijdje in, maar die flatteerde eigenlijk bijna niemand. De slobberlaars zag ik ook een periode veel op kantoor, maar zelfs onder een kokerrok is dat te informeel.” Sarah, sinds twee jaar werkzaam bij een advocatenkantoor, vertelt een keer de fout in te zijn gegaan door kleine vlechtjes in haar haar te maken. „Achteraf was dat véél te bohémien. De boho look moet je te allen tijde vermijden.”

Het grootste obstakel is geld. Sarah: „Op je eerste dag wil je er heel formeel uitzien, maar je hebt geen geld. Dus dan koop je een goedkoop flodderpak van C&A of leen je een slechtzittend pak van je tante.” Maar volgens Claartje Schrijvers hoeft een fatsoenlijke kantooroutfit niet per se duur te zijn. „Voor een vrouw is het makkelijker om er met een klein budget goed uit te zien, dan voor een man. Een goedkoop herenpak ziet er al gauw matig uit, terwijl je voor vrouwen bij winkels als Zara, Mango en Vanilia leuke dingen van prima kwaliteit kunt kopen.” Zolang je maar één cruciaal ding vermijdt: synthetische stoffen. Dat geldt zeker voor accessoires. „Liever geen tas, dan een nepleren tas. En er is niets zo erg als goedkope schoenen met plastic zolen die je door het hele gebouw hoort piepen.”

Personal shopper en kledingadviseur Renée van den Berg Tap werkt onder meer met CEO’s en politic. Zij wil benadrukken dat vooral de pasvorm belangrijk is. „Je ziet vaak vrouwen in pantalons die knellen bij de bovenbenen, dat is heel oncharmant.” En dan de details: houd je nagels kort, spuit slechts „een flufje” parfum op en loop niet op hakken als je dat niet kunt. En: vermijd blote armen, op iedere leeftijd. „Máxima draagt graag mouwloze kleding op staatsbezoek in warme landen, maar dat kan eigenlijk écht niet.”

Dan is er nog een euvel: de huidkleurige panty. In de modewereld een doodzonde, maar op de Zuidas volop in gebruik. Blote benen zijn op sommige kantoren namelijk zelfs bij dertig graden verboden. Van den Berg Tap: „Draag bij twijfel altijd een panty. Zeker bij een bank hoort dat er gewoon bij. Een tip: de huidkleurige panty’s van Wolford zijn zo fijn dat je ze bijna niet ziet.” Maar de meeste meisjes in restaurant Symphony’s willen er niet aan. Consultant Sanne: „Ik draag bij een hittegolf gewoon een doorschijnende zwarte panty of een lange broek.”

„Logisch nadenken, wil HR-manager Claartje Schrijvers starters tot slot nog meegeven. „Kijk wat de mensen om je heen dragen. En wees vooral nooit bang om je leidinggevenden iets te vragen als je twijfelt.”