Gejuich in straten Bangui over vertrek van president

Weg is nu vrij voor een nieuwe regering.

Onder zware nationale en internationale druk kondigde interim-president Michel Djotodia van de Centraal-Afrikaanse Republiek vrijdag zijn aftreden aan. Daarmee is de weg vrijgemaakt voor een nieuwe regering in het door religieus geweld geteisterde land, waar zich afgelopen maanden een humanitaire ramp heeft voltrokken met mogelijk meer dan duizend doden en bijna een miljoen vluchtelingen.

Het doek voor Djotodia, een in Rusland opgeleide ex-bureaucraat en rebellenleider, viel gisteren in N’Djamena, de hoofdstad van buurland Tsjaad. Daar waren de regeringsleiders van de omringende landen in Centraal-Afrika bijeen voor crisisberaad over de situatie in de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR). Ze vrezen dat een implosie van het land destabiliserend zal werken voor hun eigen landen.

Van tevoren stond eigenlijk al vast dat de rol van Djotodia was uitgespeeld. Hem wordt verweten dat hij de recente slachtpartijen tussen christenen en moslims, met name in de hoofdstad Bangui, niet heeft kunnen voorkomen, en dat hij geen efficiënt bestuur voor het land op poten heeft gezet. Afgelopen maand vielen alleen al in Bangui tussen de 400 en 600 doden. Door een Franse militaire interventie (met in totaal 1.600 man) werd nog meer bloedvergieten voorkomen.

Op straat in Bangui weerklonk gejuich toen het nieuws van het ontslag van Djotodia bekend werd. „Eindelijk zijn we vrij. We kunnen eindelijk naar huis”, zei een inwoner van de hoofdstad die sinds het uitbreken van de gewelddadigheden vorige maand in een geïmproviseerd kamp in een buitenwijk leeft. In Bangui verblijven momenteel ruim een half miljoen mensen (de helft van het totale inwonertal) in dergelijke tijdelijke onderkomens. Volgens de VN is het de afgelopen dagen relatief rustig gebleven in Bangui, maar blijft het risico groot dat gevechten tussen christelijke en islamitische milities oplaaien. In Bangui patrouilleren zowel Franse militairen als vredestroepen van de Afrikaanse Unie.

De vraag is of het vertrek van interim-president Djotodia, en van premier Nicolas Tiengaye, snel tot verbetering zal leiden. Er is op dit moment geen alternatief leiderschap voorhanden. Om uit de impasse te komen hadden de Centraal-Afrikaanse regeringsleiders gisteren alle 135 leden van het overgangsparlement van de CAR naar N’Djamena laten overvliegen om mee te denken. Na afloop werd meegedeeld dat het overgangsparlement nu 15 dagen de tijd heeft om een nieuwe regeringsleider te benoemen.

In de van oudsher straatarme Centraal-Afrikaanse Republiek (4,5 miljoen inwoners) werden de verhoudingen tussen christenen (80 procent van de bevolking) en moslims (15 procent) drastisch verstoord door de opmars van de islamitische Séléka: een allegaartje van milities uit Tsjaad en Soedan, criminele bendes, kindsoldaten en gelukzoekers.

Djotodia stond aan het hoofd van één zo’n islamitische rebellengroep. Begin vorig jaar werd hij, na een aanvankelijk gesloten akkoord met toenmalig president François Bozizé, minister van Defensie. Maar in maart verdreef de Séléka de zittende president en schoof zij Djotodia naar voren als eerste islamitische president van het overwegend christelijke land.