‘Er zijn maar twee of drie schakers die beter zijn dan ik’

Anish Giri (19) staat negentiende op de wereldranglijst. En hij wil hogerop. In het Tata Steel-schaaktoernooi, dat vandaag in Wijk aan Zee begint, hoopt hij het resultaat te zien van het werk dat hij de laatste tijd verzette.

Anish Giri: „Schaken is niet de logische uitkomst van het werk dat je verricht.” Foto Merlijn Doomernik

Hij heeft het niet uitgerekend, maar het voelt alsof hij zeker meer dan de helft van het jaar van huis is. Hij reist veel en hij is eraan gewend geraakt. Je kunt een lange vlucht ook omarmen. „Zelfs van het wachten in de rij voor het inchecken kan ik genieten. Denken hoe ze warme handdoekjes of zoutjes zullen brengen wanneer het vliegtuig eenmaal in de lucht is. Het uitdelen van de menu’s. Welke nieuwe films ze hebben. Wanneer iemand één keer per jaar op reis gaat, is het voornamelijk stress, voor mij is het een prettige routine geworden.”

De afgelopen maand genoot Anish Giri zo ongeveer een week van zijn eigen bed. Nauwelijks was hij met de Nederlandse ploeg teruggekeerd van het WK voor teams in Turkije of hij was alweer op weg naar de Mind Games in Beijing. Kort voor Kerst was hij een paar dagen in Rijswijk voordat hij terugvloog naar het oosten, deze keer voor een vakantie met zijn ouders en zijn twee zusjes in Japan. Op 2 januari keerde hij terug op Schiphol, op 3 januari meldde hij zich in Papendal, waar hij zich een week lang voorbereidde op het Tata Steel-toernooi.

Het reizen is ook een verrijking. Hij komt graag in nieuwe steden, vindt het boeiend om nieuwe mensen te ontmoeten. Maar hij keert ook graag terug naar plaatsen zoals Wijk aan Zee, waar hij al jaren komt en waar het vertrouwd is. Drie jaar geleden maakte hij er als zestienjarige scholier zijn debuut in de hoofdgroep. Hij was jong en gretig, maar een toekomst als schaakprof leek hem niets. Tijdens een vakantie had hij zich weleens voorgesteld hoe het zou zijn. Nadat hij een paar dagen alleen maar met schaken was bezig geweest, voelde hij een akelige leegte. Als hij er nu aan wordt herinnerd, begint hij hard te lachen. „Zei ik dat? Natuurlijk is het niet zo afgezaagd als ik het me toen voorstelde. Vaak werk je met een trainer of een collega, het is heel divers. Bovendien hoef je niet steeds tien uur per dag te werken. Toen kon ik me niet voorstellen dat ik tijd zou maken om een roman te lezen. Nu heb ik net Tolstojs Anna Karenina gelezen. Een tip van mijn moeder. Eerlijk gezegd dacht ik dat ik na drie pagina’s verveeld zou raken, maar het pakte me en het was prettig om te lezen.”

Het vwo ligt inmiddels achter hem, afgelopen jaar deed hij eindexamen. Twijfels of hem dat naast zijn drukke schaakleven zou gaan lukken, had hij eigenlijk niet, ook al was hij een flink deel van het jaar met permissie van zijn school afwezig. Toch was er opluchting. „Ik had er tijd voor vrijgemaakt. Een maand lang geen toernooien, geen trainingssessies. Het werkte niet echt. Ik had moeite me te concentreren. Iedere dag ging ik een uur sporten en daarna zat ik voordat ik het wist online te snelschaken, een welbekende manier om als schaker je tijd te verprutsen. Natuurlijk zat ik ook wel te leren en ik had geluk dat het genoeg was. Het kost me niet veel moeite om een boek te lezen en het te begrijpen. Misschien voelde ik daarom ook niet de behoefte om al mijn tijd aan leren te besteden. En slaagde ik daarom toch redelijk eenvoudig.”

De diploma-uitreiking kon hij helaas niet bijwonen, omdat hij zat te schaken in het buitenland. Zoals hij ook enkele maanden later om dezelfde reden verstek moest laten gaan bij de inburgeringsceremonie, nadat hij zijn Nederlandse paspoort had gekregen. Die ceremonie zal hij nu kort na het Tata Steel-toernooi alsnog meemaken. Giri is blij met zijn Nederlandse paspoort. Het gevaar dat hij in zijn geboorteland Rusland zal worden opgeroepen voor het leger is geweken en ook reizen wordt gemakkelijker. „Voor veel mensen is het een erg emotionele zaak. Eerlijk gezegd zie ik het niet zo dramatisch. Ik voel me al voor een deel Nederlander, want ik ben hier al vanaf mijn twaalfde. Ik heb hier veel vrienden en weet hoe de mensen denken en leven. Je komt ook mensen tegen die weinig reizen en een hele sterke band hebben met hun land. Voor mij is dat lastiger. Mijn ouders komen uit Rusland en Nepal, ik heb in verschillende landen geleefd, ben in zoveel landen geweest. Ik voel me niet zozeer aan een bepaalde plaats gebonden. Ik voel me meer verbonden met mensen.”

Ontwikkelen als mens

Eén of twee jaar wil hij zich volledig op schaken toeleggen. Daarna verwacht hij dat hij gaat studeren. „Dat lijkt me nuttig, om me te ontwikkelen als mens. Maar ook als ik ga studeren, blijf ik schaken. Nu ben ik erg intensief met mijn schaakcarrière bezig. Ik wil serieus naar mezelf kijken, om uit te vinden wat ik kan verbeteren. Dat wil niet zeggen dat ik alles moet winnen. Schaken is niet de logische uitkomst van het werk dat je verricht, er zijn ups en downs. Het moet ook meezitten. Ik doe er veel aan om dit jaar een belangrijke stap te zetten, maar of het zich meteen al uitbetaalt, dat kan ik alleen hopen.”

Tijdens de sessie in Papendal trainde hij voor het eerst met de Oekraïense coach Vladimir Tukmakov. Die zal hem ook bijstaan in de twee weken die hem wachten in Wijk aan Zee. Giri leerde Tukmakov kennen tijdens de Europa Cup op Rhodos waar zij allebei, als speler en als captain, uitkwamen voor het sterrenteam van Socar uit Azerbajdzjan. Een paar keer maakten ze een lange wandeling en de gesprekken maakten indruk. „Je weet nooit wat je precies nodig hebt, maar ik denk dat ik een hoop van hem kan leren. Hij heeft het topschaak niet alleen tijdens de laatste vier of vijf jaar gevolgd, zoals ik, maar zit al tientallen jaren in deze wereld. Hij heeft alle ontwikkelingen gezien en heeft tegen spelers als Bobby Fischer gespeeld. Toen ze nog geen legendes waren, maar zijn collega’s. Schaken is een gecompliceerd spel en na onze eerste sessie zie ik dingen al anders. Hij laat me dingen zien waar ik nog niet over had nagedacht.”

Niet de mindere van concurrenten

Op de onlangs verschenen wereldranglijst staat Anish Giri op de negentiende plaats. Als hij naar de spelers boven hem kijkt, vindt hij dat er maar twee of drie echt beter zijn dan hijzelf. De rest heeft voorlopig betere resultaten, maar wanneer hij tegen ze speelt, voelt hij zich niet de mindere. „Ik heb een slechte score tegen Kramnik en Aronian. In mijn laatste partijen tegen hen ging het heel erg mis op het psychologische vlak. En er is nog een andere speler die me geregeld overspeelt. Die naam zal ik geheim houden, maar het is in elk geval niet Magnus Carlsen.”

Hij lacht erbij. Natuurlijk erkent ook hij dat Carlsen de onomstreden wereldkampioen is en dat de publiciteit die de Noor weet te creëren een zegen is voor het schaken, maar het is niet een onderwerp waar hij heel lang bij stil wil staan. Met een kwinkslag verwijst hij naar de partij die hij drie jaar geleden won in Wijk aan Zee, de enige keer dat er in een serieuze partij tussen hen een beslissing viel. „Magnus heeft iedereen laten zien dat hij de beste speler van de wereld is, maar mij moet hij het nog persoonlijk bewijzen.”

De overmacht die Carlsen de afgelopen jaren tentoonspreidde, was zo groot dat er geregeld gespeculeerd werd dat niemand de komende tien jaar in zijn buurt zal komen. Zover wil Giri niet gaan. „De oude generatie, zelfs een relatief jonge speler als Kramnik, begint te klagen over een gebrek aan energie, terwijl de jonge garde, Caruana, Karjakin en Nakamura, nog te jong is. Maar zo gauw zij, en ik ben het natuurlijk zelf ook van plan, verder zullen groeien, zal dat een nieuwe uitdaging voor Magnus zijn.”

Maar eigenlijk wil hij niet zo veel woorden vuil maken aan de wereldkampioen, die in Wijk aan Zee ontbreekt vanwege sponsorverplichtingen in de Verenigde Staten. „Misschien maken Kramnik of Aronian zich druk om hem. Ik maak me voornamelijk druk om mezelf. Voor hen of voor Anand zou de wereld er beter uitzien zonder Magnus Carlsen, maar ik heb nog zo veel mensen boven me staan, laat ik daar maar eerst iets aan doen. Magnus is voor mij nog niet in beeld. Je had jarenlang dat Kasparov en Karpov elkaar hadden, ik heb voorlopig mezelf.”