Enkel een plek voor de slimsten

Babette Hellemans (39) wil haar zorgen spuien over het academisch onderwijs in Nederland. Afgesproken is bij haar thuis, in hartje Amsterdam. Ze zet een pot lapsang-thee. „Mijn familie komt uit Nederlands-Indië.”

Ze heeft ook een pied-à-terre in Groningen, vertelt ze. Daar zit ze door de week. Want ze werkt aan de Rijksuniversiteit Groningen, als universitair docent Middeleeuwse en Cultuurgeschiedenis. Hellemans gaat zitten in een roodleren fauteuil. „Aan universiteiten is het de afgelopen decennia steeds meer gaan draaien om productie en geld”, zegt ze. Zoveel mogelijk studenten aantrekken en laten afstuderen, zoveel mogelijk proefschriften afleveren. Dat is wat de overheid beloont. Universiteiten zijn ook steeds meer nadruk gaan leggen op onderzoek. Dat is waarmee ze scoren, met wetenschappelijke publicaties, liefst in topbladen. Het gaat allemaal ten koste van onderwijs. „De balans tussen onderwijs en onderzoek is weg, in ieder geval in de geesteswetenschappen”, zegt ze.

Hellemans ziet het bij alle universiteiten in Nederland gebeuren. Onderzoekers die een flinke subsidie hebben bemachtigd, stromen zonder sollicitatie de universiteiten binnen en mogen automatisch college gaan geven. „Zonder enige onderwijsbevoegdheid. Ik ken briljante docenten die op die manier zijn weggeduwd.”

Zelf heeft ze drie onderwijskwalificaties. Zulke kwalificaties zouden belangrijker moeten worden, vindt Hellemans. Want de collegezalen worden alleen maar voller. En de studenten gemêleerder. In Groningen groeit het aantal studenten geschiedenis elk jaar met zo’n 10 procent. Dit jaar zijn er al 245 eerstejaars. „Er zijn goeie studenten, maar er komen ook steeds meer slechte bij”, zegt ze. „We mogen van de minister geen studenten weigeren. Ik heb meegemaakt dat iemand, via slim in- en uitschrijven, zich voor de zesde keer als eerstejaars heeft kunnen aanmelden.”

De begeleiding van al die studenten, met name de mindere, vraagt steeds meer aandacht en tijd. Scripties en essays nakijken, gesprekken voeren. Maar extra tijd krijgt ze er niet voor. Ze heeft een zogenoemd 60-40-contract. Ze moet in principe 60 procent van haar voltijdbaan besteden aan onderwijs, en 40 procent aan onderzoek. „Op onderwijs ga en kan ik niet korten. Dat vind ik veel te leuk. En ik wil studenten helpen.” Maar ze wil ook niet korten op haar onderzoek. „Ik wil tijd houden voor lezingen en buitenlandse congressen, in Tunesië, Frankrijk, de VS.” Ze werkt aan een boek over de Franse middeleeuwse theoloog en filosoof Peter Abelard. Ook leidt ze een project waarin onderzoek wordt gedaan naar de totstandkoming van muziek en kunstwerken in de periode 1000-1700.

Dat is al veel. Daar bovenop heeft de universiteit haar gevraagd mee te doen aan de zogeheten collegecarrousel: af en toe colleges geven voor vwo’ers die willen proeven aan het studentenleven. Ook geeft ze les aan ouderen, over de kruistochten. En sinds kort is ze betrokken bij de begeleiding van promovendi.

Door al die taken gaan er dingen knellen. „Ik heb bijna geen tijd meer om bij te lezen. Dat vind ik het meest problematisch. Rust heb ik ook weinig. Even de tijd nemen om te mediteren is er amper meer bij. Terwijl dat de momenten zijn waarop ik ideeën krijg.”

Hellemans hoopt dat universiteiten weer meer nadruk gaan leggen op goed onderwijs, en daar meer geld voor vrijmaken. „Geef bijvoorbeeld een uitmuntende docent eens een onderzoeksverlof van een half jaar.” Ze vindt ook dat universiteiten strenger moeten zijn bij de toelating van studenten. „Het moeten weer plekken worden waar ook de allerslimsten zich thuis voelen. En je moet het aandurven sommige mensen niet toe te laten.”

Dit is de tweede aflevering van een serie interviews over de toestand van de moderne wetenschap.

De auteurs willen het moderne wetenschappelijke bedrijf doorlichten aan de hand van gesprekken met mensen uit alle gelederen, zoals universiteitsbestuurders, hoogleraren, promovendi, universitair docenten en financiers van onderzoek.

Thema’s die onder meer aan de orde zullen komen zijn: onderlinge competitie, rankings, publicatiedrift en de jacht op subsidies.