Een oorlog tot het bittere eind

De politieke crisis in Turkije kan de ondergang van de AK-partij inluiden – en mogelijk die van Erdogan. De premier is onderwerp van een grootschalig corruptieonderzoek. In de straten van Istanbul is de machteloosheid voelbaar. „Ik ben boos op de AK-partij, maar er is geen alternatief.”

De Turkse premier Erdogan voor een portret van hemzelf tijdens een bijeenkomst van zijn AK-partij in 2013. Foto Reuters

Het Taksimplein in hartje Istanbul ligt er vredig bij. Op de volle terrasjes warmen mensen zich aan thee en zonnestralen. De tram baant zich klingelend een weg langs het slenterende publiek richting Istiklal, de populairste winkelstraat. Niets herinnert aan de ongekend massale protesten van afgelopen zomer, toen ruim honderdduizend Turken op Taksim demonstreerden tegen de autoritaire regeerstijl van premier Recep Tayyip Erdogan.

Nou ja, bijna niets. Wie oplet, ziet opvallend veel agenten in burger. Naast Istiklal zijn pantserwagens met waterkanonnen geparkeerd. Aan de andere kant van het plein een lange grijze afscheidingsmuur. Twee imposante agenten met kogelvrije vesten en machinegeweren houden de wacht. „We zijn hier om te voorkomen dat er opnieuw protesten ontstaan op Taksim”, zegt een van hen. „Zodra mensen in te grote groepen samenkomen, grijpen we in.”

Turkije is sinds enkele weken in de greep van een politieke crisis die de implosie van de regerende AK-partij kan inluiden en wellicht de ondergang van Erdogan. In de crisis komen alle elementen samen die van hem zo’n succesvolle leider maken: de allianties die hem aan de macht hielpen, de economische groei en bouwwoede die hij leidt, de cultus rond zijn persoon en de steeds autoritairdere wijze waarop hij het land naar zijn hand zet.

De directe aanleiding voor de crisis is een verstrekkend onderzoek naar corruptie in de bouwsector. Het raakt de regering in het hart. De politie heeft al 91 mensen gearresteerd, van wie de meesten weer vrij zijn. Bijna allen zijn nauw verbonden aan de AK-partij, onder wie grote ondernemers, de directeur van een staatsbank en de burgemeester van een stadsdistrict. Bij huiszoekingen vond de politie in totaal 17,5 miljoen dollar in contanten. Met Kerst legden drie ministers hun functie neer. Zonen van twee van hen waren gearresteerd naar aanleiding van het onderzoek. Een van de ministers impliceerde Erdogans betrokkenheid en riep hem op om op te stappen.

De premier reageert met de verbetenheid en het machtsvertoon waarmee hij de protesten van vorige zomer neersloeg. Hij heeft een onverholen aanval gelanceerd op de politie en justitie in een poging het onderzoek te torpederen. Veel analisten spreken inmiddels van een „staatscrisis” die de scheiding der machten ondergraaft.

De voorbije weken volgden de gebeurtenissen elkaar in razend tempo op. Eerst haalde Erdogan de hoofdaanklager van het onderzoek af toen bleek dat die achter zijn eigen zoon aanzat. En hij zette tientallen politiemensen uit hun functie, onder wie korpschefs van Istanbul, Ankara en Izmir. Deze week werden honderden politiemensen overgeplaatst. De hoofdaanklager die uit zijn functie werd gehaald zegt dat de nieuw aangestelde politiefunctionarissen weigeren om verdachten te arresteren en het onderzoek frustreren.

Ook de rechterlijke macht wordt aan de leiband gelegd. Dinsdag diende de regering een voorstel in om meer greep te krijgen op de benoeming van rechters en aanklagers. Daarmee draait de AK-partij een van de grondwetsherzieningen terug die het drie jaar geleden in een referendum aan de bevolking heeft voorgelegd. De EU en de VS tonen hun grote bezorgdheid.

„Onze staatsinstellingen verkruimelen voor onze ogen” zegt Soli Ozel, politicoloog aan de Kadir Has Universiteit in Istanbul. „In een rechtsstaat luistert de politie naar een aanklager als die opdracht geeft mensen te arresteren. Nu zegt de politie: fuck you. De staatsinstellingen doen er niet meer toe. De scheiding der machten doet er niet meer toe. Dit is zeer beangstigend.”

Waar is de oude AK-partij gebleven, vragen veel Turken zich af. De islamitische partij die in 2002 een einde maakte aan een decennium van politieke instabiliteit. Die de arme, gelovige plattelandsbevolking, die zo lang door de seculiere elite in Istanbul en Ankara was genegeerd, emancipeerde en uit de armoede haalde. De partij zette democratische hervormingen in gang, aangespoord door het vooruitzicht van EU-lidmaatschap. En ze wist met wetswijzigingen en rechtszaken de politieke macht van het leger te breken. De buitenwereld zag in Turkije het bewijs dat democratie en islam wél kunnen samengaan.

Door dit alles groeide Erdogan uit tot de populairste Turkse leider sinds Atatürk, grondlegger van de seculiere staat. „Maar de afgelopen jaren heeft hij bijna al zijn bondgenoten aan de kant geschoven, in de overtuiging dat zijn populariteit alleen genoeg is om aan de macht te blijven en niemand anders verantwoordelijk is voor het succes van Turkije”, zegt Ozel.

Laatste bondgenoot

Zijn laatste en machtigste bondgenoot was de islamitische geestelijke Fethullah Gülen, die een geheimzinnige beweging van scholen, welzijnsorganisaties, bedrijven en media leidt met vertakkingen in 160 landen, waaronder Nederland. Hij heeft miljoenen aanhangers in Turkije, veelal onberispelijk geklede en vroom glimlachende mensen die in alle haarvaten van de samenleving zitten en hoge posities bekleden binnen de politie en de rechterlijke macht. De meeste Turken kennen de beweging van haar scholen, die leerlingen helpen zich voor te bereiden op toelatingsexamens voor de middelbare school en de universiteit. Zij zien de AK-partij en de Gülen-beweging als twee kanten van dezelfde medaille: ze combineren geloof in Allah met instinct voor zaken.

Zo’n 10 procent van de parlementsleden zou lid zijn, evenals president Abdullah Gül. Niemand weet het zeker, de Gülen-beweging heeft geen formele organisatiestructuur of lidmaatschap. Dit is een erfenis uit de tijd dat het leger nog een politieke machtsfactor vormde en elke religieuze partij of beweging zag als bedreiging voor de seculiere orde. Toen het leger in 1999 Gülen dreigde te arresteren en te vervolgen, vluchtte hij naar de VS waar hij nog woont, ook al is hij in 2008 vrijgesproken.

Het is niet verwonderlijk dat Erdogan hulp kreeg van Gülen-aanhangers binnen de politie en justitie, om de legermacht te breken. In processen werden honderden hoge militairen, onder wie de legerleider, veroordeeld wegens het beramen van een staatsgreep tegen de zittende regering.

Maar velen denken nu dat de Gülen-beweging achter het corruptieonderzoek zit, om Erdogan ten val te brengen. Onduidelijk is wanneer de breuk precies is ontstaan. Hun relatie was al verzuurd. In zijn wekelijkse preken op internet, en via zijn media in Turkije, uitte Gülen kritiek op de autoritaire koers van Erdogan, de beperkte persvrijheid en de harde wijze waarop de politie reageerde op de Taksimprotesten. Het conflict laaide in november op, toen de regering met plannen kwam alle privéscholen te sluiten, ook Gülens 900 scholen. Het zou een enorme klap zijn, ze zijn een belangrijke bron van inkomsten en nieuwe aanhangers. „Dit is een oorlog tot het bittere eind”, zegt Ilter Turan, politicoloog aan de Bilgi Universiteit in Istanbul.

„Maar het is alleen een machtsstrijd als beide partijen aan elkaar gewaagd zijn”, zegt Mustafa Yesil, als voorzitter van de Journalists and Writers Foundation een van de machtigste personen binnen Gülen. „Het ene kamp is een politieke partij die alle staatsinstellingen controleert, wij zijn een burgerbeweging die haar rechten verdedigt.” Hij ontkent niet dat sommige agenten en aanklagers Gülen-aanhangers zijn, maar volgens hem doen ze gewoon hun werk.

„Het is onmogelijk om met zekerheid te zeggen of deze mensen opereren in opdracht van Gülen”, zegt politicoloog Turan. „Er zijn sterke aanwijzingen voor omvangrijke corruptie bij openbare aanbestedingen, die absoluut niet transparant zijn. Vooral bij het ministerie van Milieu en Stadsplanning en het agentschap van Volkshuisvesting, dat onder de premier valt. Ze verkopen grond aan bouwbedrijven en hebben het laatste woord over de kavelgrenzen. Uit afgeluisterde gesprekken blijkt dat de ambtenaren betaald kregen om de grenzen op te rekken. Dit geld gebruikte de AK-partij om evenementen te organiseren en de steun voor de partij te vergroten.”

Smerig complot

Erdogan houdt vol dat het onderzoek een „smerig complot” is met hemzelf als ultiem doelwit. Hij bezweert niet toe te staan dat een „staat binnen een staat” wordt gevormd – een nauwelijks verhulde verwijzing naar de Gülen-beweging. Om te kunnen winnen heeft hij een opmerkelijke bondgenoot gevonden: het leger. Deze week kondigde Erdogan aan dat hij de rechtszaken tegen de veroordelen leden van de legertop wil heropenen, omdat de zaken een complot zouden zijn geweest van dezelfde groepen binnen politie en justitie die zich nu tegen hem hebben gekeerd.

Lokale verkiezingen in maart zullen uitwijzen in hoeverre het vertrouwen in Erdogan is geschaad. Volgens analisten twijfelt een deel van zijn aanhang aan zijn leiderschap. Erdogans achterban bestaat uit grofweg drie groepen. „De grootste wordt gevormd door arme mensen wier welvaart enorm is gegroeid onder zijn leiderschap”, zegt Rüstü Bozkurt, journalist van zakenkrant Dünya Gazetesi . „Zij geloven zijn verhalen over een complot en blijven hem ondanks alles steunen, bang dat ze zonder hem terugvallen in armoede.”

De rest van zijn aanhang dreigt te eroderen, zoals de grotere ondernemers die dankzij Erdogan meer kansen kregen buitenlandse markten aan te boren. „Zij maken zich zorgen over de reactie van de regering en de ondermijning van de rechtsstaat”, zegt Bozkurt. „Hun les: dit wapen kan ook tegen ons worden ingezet als we iets doen wat Erdogan niet bevalt. En dan zijn er de liberalen, die op hem hebben gestemd omdat hij Turkije een echte democratie zou maken. Deze groep twijfelde al aan hem door zijn reactie op de Taksimprotesten. Nu drijven ze verder weg.”

„Ik ben boos op de AK-partij, maar er is geen alternatief”, zegt Mahmoud Çelikkol, een grof gebouwde kapper met een kleine zaak in de wijk Gümüssuyu in Istanbul. „Ik wil niet terug naar de politieke instabiliteit van de jaren negentig. Daarom stem ik weer op de AK-partij. Ik kan alleen maar bidden dat ze niet te veel stelen.”