Een BIC-pen met inscriptie

Monique Snoeijen schrijft de soundtrack van haar leven. Deze week: twintig jaar bij de zaak.

Op jubileum.nl zocht ik naar wat mij zoal te wachten stond. „Wat vaak voorkomt”, las ik, „is dat bedrijven een klein feest organiseren om de jubilaris in het zonnetje te zetten”. Ik wreef in mijn handen van de voorpret en bedacht hoe jammer het was dat mijn ouders dit niet meer mochten meemaken. De baas zou een speech houden. Op de jubileumwebsite kon hij geschikte openingszinnen vinden („Time flies when you are having fun”) en leuke oneliners („Je hebt geen 9 tot 5 mentaliteit, eerder een van 10 tot 3”). Ook zou de feestruimte mooi worden aangekleed. („Versier de werkplek – of het hele bedrijf – met een bewerkte foto van de betreffende jubilaris.”)

Nu moet ik er wel bij zeggen dat bovenstaande richtlijnen van toepassing zijn op een twaalf-en-een-halfjarig dienstverband. Ik had dus beter kunnen weten, want dat jubileum was destijds in stilte aan mij voorbijgegaan. Ik had nog wel geprobeerd er de aandacht op te vestigen: „De afgelopen twaalf-en-een-half jaar zijn omgevlogen”, mailde ik aan de baas. „Doe maar geen bloemen of dure cadeaus. Liever iets storten op een goed doel.” Maar hij had het waarschijnlijk of ongepast of volstrekt onbelangrijk gevonden, in ieder geval nam hij nooit de moeite te reageren.

Maar nu: 20 jaar! TWINTIG! Twintig jaar bij de zaak in een tijdperk dat wordt gedomineerd door losse dienstverbanden en wisselende contacten. Dat is net zo zeldzaam als een olifant in een dierentuin die bevalt van een tweeling. Dat vraagt om slingers. Informatie op een tekstbordje. Aandacht in de lokale krant.

Om een lang verhaal kort te maken: die avond kreeg ik geen klapzoenen van de baas, maar zat ik met twee puberdochters in een buurtkroeg waar ik van hen zachter praten moest en niets meer drinken mocht („Nu weet iedereen wel dat je twintig jaar in dienst bent, mam”).

Hoe verder de avond vorderde, hoe sterker ik ervan overtuigd raakte dat een twintigjarig dienstverband helemaal niets is om trots op te zijn. Het is geen verworvenheid, het is gebrek aan ambitie. Het is niet dat ze me graag houden, het is omdat ze me nergens anders willen. Ze waarderen me niet, ze vinden me gewoon te duur om te ontslaan.

Ooit was ik een stagiaire met een beugel die een belofte voor de toekomst was, nu een medewerker met opkruipend tandvlees die niet meer weg te krijgen is. Als over 25 jaar op ieders Googlebril de mededeling verschijnt: ‘Taart voor iedereen. Het is de laatste werkdag van Monique Snoeijen’, dan zullen overal in het gebouw wenkbrauwen omhoog schieten. „Snoeijen? Gaat die weg? Ik wist niet dat ze er was.”

Als ik de volgende ochtend wakker word met een zwaar hoofd, brengt mijn dochter een brief binnen. „Van je werk”, fluistert ze. Zie je wel. Toch nog mooie woorden. Ik nestel me in de kussens en open de envelop. Luister, zeg ik tegen mijn dochter. Nu zal ze het meemaken, een gloedvol betoog over het baanbrekend werk dat ik heb verricht en mijn niet aflatende enthousiasme tijdens bedrijfsuitjes.

De brief bevat welgeteld veertig woorden. Meer dan de helft daarvan bestaat uit de feitelijke mededeling dat mij een jubileumuitkering zal worden uitgekeerd. Maar dat wist ik natuurlijk al lang. Sterker nog: die heb ik al uitgegeven.

Gelukkig vond ik toen in mijn tas, op zoek naar paracetamol, het cadeau dat ik kreeg van de meisjes van de afdeling. Een pen met inscriptie. Vermoedelijk de enige gegraveerde BIC-ballpoint van Nederland.