Drukventiel voor de bevolking

Recht

Folkert Jensma Het is inmiddels traditie: geweld en burgeropstand op oudejaarsavond. Daar is heus wel iets aan te doen. Maar kom niet aan met zero tolerance.

Mag ik nog over Oud en Nieuw beginnen? De jaarlijkse nationale rampenoefening Uitgaansgeweld, maar dan mét vuurwerkgooien, brandstichten en uniformpje pesten?

Criminoloog Bas van Stokkom schreef vorige week dat bij gezag aanvaarden het accepteren van ongelijkheid hoort, waar de postmoderne burger niet toe in staat is. Het ‘wie denk jij wel niet dat je bent’-taboe: namelijk de baas over jou, want ik ben van de politie of brandweer. Maar dat gaat er niet meer in, al helemaal niet tijdens Oudejaarsnacht. En dus krijgt de agent/brandweerman een bierfles naar zijn hoofd.

Ook de verklaring van de socioloog Gabriël van den Brink voor de ‘Facebookrellen’ in Haren dook op. Oud en Nieuw als een moderne expressie van verveling, sensatiezoeken en levenslust. Meer ‘lol dan woede’. Uitdagen en jennen tot het gezag ‘helemaal gek’ is. En dan weghollen, stilletjes benieuwd naar een klap van de gummistok en hoe dat écht voelt.

Oké, Oudejaar als anarchistisch, tevens narcistisch hoogtepunt in een rechtsorde waarin autoriteiten wel zero tolerance kunnen preken, maar het zeker dán niet zullen krijgen. Al was het maar omdat de doelgroep te ver heen is qua drugs en drank om nog enige greep op zichzelf te hebben.

De oudejaarstraditie van geweld en burgeropstand is intussen al redelijk doorgrond. Hoewel dat niet bij veel media is doorgedrongen, die ieder jaar weer verbaasd doen alsof er iets nieuws aan de hand is. Terwijl oudejaarsgeweld al decennia voorkomt – het enige verschil is dat een spraakmakend deel van de publieke opinie zich er steeds meer aan ergert. En ook dat is al een paar jaar het geval. Mede daardoor wint oudejaarsgeweld nog ieder jaar aan politieke betekenis. Het wordt nu geframed als ‘gericht tegen hulpverleners’ en daarmee dus tegen de staat zelf. Met brandende auto’s als quasicitaat van de banlieue-rellen. Een verhaallijn die de overheid zelf onderschrijft, wat mij niet verstandig lijkt.

De publieke opinie sloeg in 2007/2008 om. Overigens het jaar waarin tijdens Oudejaar in dit land tweeëntwintig scholen afbrandden. De autoriteiten waren tot dan gewend om de jaarlijkse explosie te relativeren als fact of life. De politie vond het ‘relatief rustig’, wetend dat het vroeger nog erger was.

Oud en Nieuw was erkend als drukventiel voor de bevolking die één keer per jaar rebelleert. En als dekmantel, om oude vetes te beslechten en één keer per jaar ‘los te gaan’. In het bijzonder in kleine christelijke dorpen of volkswijken was Oudejaar dé gelegenheid om de confrontatie te zoeken. Een jaarlijkse ontsporing die vanzelf weer overging. Een residu van de oud-Germaanse joelfeesten, waar met vuren de zonnewende werd gevierd en de geesten met lawaai verjaagd. Niks banlieue-in-de-dop, maar een restje tribalisme.

Die beschrijving haal ik uit een voetnoot in Hoezo Rustig , een onderzoek van de Politieacademie uit 2007. Politiechef Henk van Zwam van Gelderland-Zuid was de eerste die van het oudejaarsgeweld een politiek issue maakte. Hij vond het ‘volstrekt onacceptabel’ en ‘te gek voor woorden’ en trof een snaar. Sindsdien praten alle politici hem na. Minister Opstelten beloofde eind december nog zero tolerance voor onruststokers. Repressie en confrontatie dus, precies waar de autostokers op uit zijn.

Dergelijke retoriek schept verwachtingen. Namelijk dat de overheid hier echt wat aan kan doen. Terwijl het gezag de laatste decennia nog nooit in staat is geweest om geweld op oudejaarsnacht te voorkomen. En dat zal ook nooit gebeuren. Beheersen, controleren, dempen – meer kan niet verwacht worden en meer beloven is onverstandig. Ieder jaar zijn het dezelfde incidenten, altijd veroorzaakt door groepen mannen, meestal gesteund door hun gemeenschap die dan ook geen aangifte doet.

In 2007 werd al vastgesteld dat iedere poging om tijdens Oudejaar zero tolerance van bovenop op te leggen tot mislukken is gedoemd. ‘De beste resultaten zijn bereikt bij gemeenten waar de burgemeester zich aanspreekbaar opstelde, grenzen trok, maar realistisch bleef.’ De ‘nuloptie’ was nergens een succes. De sleutel was steeds overleg met de burgers, helder communiceren, consequent handelen, ver tevoren beginnen en duidelijke grenzen stellen. Ook culturele gebruiken kunnen veranderd worden. Maar ex cathedra verbieden zit er niet in.