Doodgewoon in Absurdistan

Wat is het verschil tussen de ene Range Rover en de andere? De doelgroep zal het wel zien, vermoedt Bas van Putten.

Foto Lars van den Brink

Hij heet Sport. Hij moet dus harder kunnen dan gewone Range Rovers. En jawel, dit is volgens de fabrikant „de meest dynamische Land Rover ooit”. Zou het? De sloomste Range Rover Sport met de drieliter zescilinder basisdiesel, 258 pk, zeecontainert al in 7,6 seconden naar de honderd; de snelste – de 5.0 V8 Supercharged benzine, top 250 kilometer per uur – nog dik twee seconden sneller. Dat zijn inderdaad fiere, om niet te zeggen bezopen prestaties voor een vierwiel aangedreven terreinwagen van tenminste 2.100 kilo. Van Land Rover mag je deze actie-suv trouwens niet zwaar noemen. Door grootscheeps gebruik van aluminium werd een gewichtsreductie van honderden kilo’s bereikt, die de nieuwe Sport sneller en zuiniger maakt dan het vorige model, dat hij volgens de reclameboys ook op uitstraling riant verslaat.

Het persdossier kronkelt retorisch als een Nationaal Dictee. Zie zelf hoe gloedvol met het ‘slankere koplampontwerp’ een ‘agressievere, technisch sterkere uitstraling’ is bereikt. Voel hoe de ‘Sports Command Driving Position’ – bedoeld wordt: de zitpositie – de übermenschsensaties voedt met dat ‘superieure gevoel van zelfvertrouwen en controle’.

De grootspraak had achterwege mogen blijven. Wat de Sport kan, weet je van tevoren: alles. Land Rover, trots, laat ons in een riviertje duiken dat hij tot 85 centimeter diep doorwaadt, in kloven storten die zo steil zijn dat ik zonder gordel door de voorruit was gevlogen. Binnen is de Sport nog mooier dan de vorige. In al mijn geestelijke eenvoud ga ik plat voor de betoverende digitale instrumenten, voor de schuin aflopende middenconsole die vanaf raamhoogte als een tunnel onder het dashboard doorglijdt. Wat begeer ik deze magistraal gemaakte, omnivore glitterbink. Gemaakt door lui die er plezier in hadden.

Toch zijn er vragen. Ik zag dat de gewone Range Rover Supercharged maar eentiende seconde trager naar de honderd trekt dan de Sport met dezelfde motor. Uiterlijk verschillen ze evenmin zo sterk dat de leek ze uit elkaar zou kunnen houden. Ook ik zag aan de Sport niet dat hij vijftien centimeter korter en vijf centimeter lager is. Ik zie twee bijna identieke fullsize terreinwagens die met dezelfde dankbaar stemmende sereniteit, op een matras van luchtgeveerde zachtheid, fluisterstil 200 vliegen op de Autobahn. Wat we dus nu hebben, naast een Heel Grote Range Rover, is een Bijna Net Zo Grote die hetzelfde kan.

Waarom? Goed punt.

Petersburgse sportschoolhouder

De kopers van zo’n auto zijn gewend de wereld naar hun hand te kunnen zetten. Het zijn types die hun leer altijd iets bruiner willen dan het in de folder staat. Om hun minutieuze noden te bevredigen is consumentenzorg op maat vereist. Daarom biedt Land Rover niet één diesel aan maar vier, diesel-hybride inbegrepen, terwijl je met de zwakste broeder al het Pentagon ramkraakt. Het portfolio moet zo fijnmazig zijn dat geen Petersburgse sportschoolhouder nee kan zeggen. Wil hij eentiende sneller naar de honderd? Wil hij hem vijf centimeter lager? Komt dat even mooi uit, mijnheer Trilplankowitsj! Daar staat uw nieuwe Range, de Sport!

Maar het blijft natuurlijk een terreinwagen. Daarom rijden wij van de pers een Boeing 747 vrachtvliegtuig binnen, waar ons nieuwe demonstraties wachten. De weg naar boven is een stalen luchtbrug naar de achteringang, zo steil dat je onderweg alleen de lucht ziet. Binnen bestijgen we na een scherpe bocht naar rechts een angstwekkend scheef plankier dat door het vrachtruim richting cockpit is gelegd om aan te tonen dat de uit het lood hangende Sport niet kan omvallen. Met achtereenvolgens de rechter- en linkerwielen bestijgen we twee bruggetjes die in de rijrichting zo in elkaar haken dat de auto links omhoog komt terwijl hij rechts nog aan het dalen is. De koets kantelt zo heftig dat de wielen van de grond komen. Daarna stijgen wij naar de bovenverdieping in de kop van het toestel, om door het laadgat vóór over een tweede luchtbrug terug te glijden naar de aarde, die hij met liederlijk gemak herovert. De afdaling delegeer je aan de Hill Descent Control, een soort slow motion-cruise control die hem op hellingen zelfremmend in de teugels houdt. Van opluchting willen we nog een keer. Wat nou Sport? Stapvoets is hij veel leuker.

Dat komt goed uit, want hij verkoopt geweldig in New York. Vroeger zou ik dat verbijsterd hebben aangehoord. Maar in Absurdistan is alles, alles doodgewoon.