Bij een leesclub drink je wodka

Vanavond doen honderden lezers mee aan een leesclub-evenement // Stoffig? Integendeel! Een leesclub met Maartje Wortel, eerder deze week, ging over grote onderwerpen

Illustratie Thinkstock

‘Klinkt dit vaag? Dan moeten jullie het zeggen, hoor.” Maartje Wortel raakte bijna verstrikt in een lange, ietwat mistige zin. Haar nieuwe roman IJstijd gaat voor haar over „hoe je voor jezelf moet uitzoeken hoe jij kan doen wat goed voor jou is of kunt maken wat jij wilt maken”. De leesclub over Wortels boek is een kwartier geleden begonnen – en nu al gaat het gesprek de diepte in. Over betekenis. Verwachtingen. Onze generatie. Het leven. De leesclubbers luisteren devoot.

Het was begonnen met drank. Met wodka. De deelnemers – ongeveer twintig mensen, vooral twintigers, vooral vrouwen, afkomstig uit Amsterdam, maar ook Nijmegen, Utrecht, Leiden – beantwoorden quizvragen over het boek. Voor een goed antwoord krijgen ze een shotglaasje wodka. „Je mag het zelf opdrinken of weggeven, maar er zál gedronken worden”, zegt gespreksleider Daniël van der Meer ironisch.

Literatuur als bacchanaal? Dát is overdreven, dat verhaal dat literaire avondjes momenteel gekaapt worden door hipsters die literatuur gebruiken als intellectuele modeaccessoire. Afgelopen dinsdagavond, in een zaaltje in een Amsterdams hotel, ging het in de eerste plaats om de literatuur – en waar die literatuur toe kan leiden. De drank was er hoogstens om de tongen los te maken.

Maar het moge duidelijk zijn: leesclubs zijn niet meer het domein van middelbare vriendinnen rond een pot thee. Vanavond beleeft de hernieuwde leesclubpopulariteit een hoogtepunt met vijftien gelijktijdige leesclubs in het centrum van Amsterdam: 500 fans van Haruki Murakami komen in groepjes bijeen, om te praten over de nieuwe roman.

Iedereen A4’tjes op schoot

Een maand eerder dan de rest van Nederland mochten zij het boek al lezen. Ook bij de Wortel-leesclub zat iedereen met een stapel A4’tjes op schoot, de drukproef van IJstijd.

De leesclubs zijn een idee van het jonge literaire tijdschrift Das Magazin – en het Murakami-evenement is een vervolg op het succesvolle eerste ‘festival’ vorig jaar, dat uit dertig gelijktijdige leesclubs bestond, rond dertig verschillende boeken. Na afloop was er een feest voor iedereen.

Das Magazin blies de leesclub anderhalf jaar geleden nieuw leven. Inmiddels is er vrijwel maandelijks zo’n bijeenkomst, vertelt hoofdredacteur Daniël van der Meer. „We begonnen met het boek Extra tijd van Anton Dautzenberg. Dat was al af, maar nog niet verschenen. Voor de leesclub konden mensen de eersten zijn die het lazen – eerder dan de recensenten. Binnen no time meldden zich 25 mensen aan. Voor de schrijver was het ook interessant, want dit waren de allereerste reacties op zijn nieuwe boek.”

Maartje Wortel zit op een bed – omdat haar hoofdpersoon zijn dagen slijt in hotelkamers – maar comfortabel voelt ze zich niet. Ze is „nog nooit zo zenuwachtig geweest”. Het blijkt niet echt nodig. De stemming tijdens een Das Magazin-leesclub is doorgaans positief. Welwillend. In tegenstelling tot een klassieke leesclub gaat het er niet echt om meningen geven. Om die reden was iedereen bij de leesclub rond Het bamischandaal van P.F. Thomése een beetje zenuwachtig, vertelt Van der Meer. In de Facebookgroep van de club waren de reacties op het boek niet mals. „Een jongen vond het niet goed en zei dat ook, maar hij was tijdens de leesclub de enige. Hij voelde zich verraden dat hij geen bijval kreeg.” Een „logisch mechanisme”, volgens Van der Meer. „Als je iemand hoort uitleggen wat hij bedoeld heeft, kan dat je mening veranderen.” Maar ook: „Met de auteur erbij wordt het wat liever.”

Ook op deze avond is het rondje langs alle leesclubbers, die iets noemen wat hen opviel, vooral een reeks bewonderende complimenten en geïnteresseerde vragen. Deelneemster Elske begint haar ‘beurt’ met te zeggen dat ze het „heel gezellig” vindt – „jullie zijn leuke mensen” – en ze complimenteert Wortel met de „hoge esthetische dichtheid” van IJstijd. En ze wil van de schrijfster weten hoeveel belang ze aan details moet hechten: „Hoe intentioneel construeer je dat?”

Ik dacht: jongen, get a life!

Maar literaire opmerkingen gaan samen met kwesties die je wel levensbeschouwelijk kunt noemen. Deelnemer Jan benoemt de beeldspraak van het touwtjespringen, die hem bijgebleven was: Wortels hoofdpersoon James Dillard leidt een passief bestaan, piekerend over wat hij met zijn leven moet – hij moet inspringen in een ronddraaiend springtouw.

„Mag ik jou dan een vraag stellen?” vraagt Wortel aan Jan. „Denk je dan aan jezelf, als je dat leest? Vraag je je dan af: heb ik dat zelf wel gedaan? Of blijft het in het boek?”

„Zonder uit te pakken over mijn leven…” aarzelt Jan, „denk ik dat mensen zich vaak afvragen of ze de juiste keuzes maken in hun leven.”

Iris irriteerde zich aan James’ passiviteit: „Ik dacht: jongen, get a life!” Mark herkende zich juist „heel erg in wat James doet en in de vraagstukken waarover hij piekert”. Edith vond dat de roman „dichtbij” kwam, waardoor het „voor mij persoonlijk hoopvol” werd: „Mij wordt thuis wel verweten dat ik niet tot daden overga. James’ verhaal leert me dat je niet per se al je gedachten hoeft om te zetten in daden. Dat vond ik heel mooi.” Verontschuldigend: „Maar dat is niet echt een vraag.”

Praten over levensvragen

Maar Wortel geeft ook geen antwoorden , ze doet niet alsof ze de waarheid in pacht heeft: deelnemers en schrijvers wisselen gretig van gedachten – soms vaag, zoekend, maar niet prekerig. Wortel: „Ik merk dat ik me er soms schuldig over voel, dat het ons wel heel makkelijk wordt gemaakt. Oorlog, bittere armoede, dat kennen we niet. Dat is mooi, maar ik mis soms wel dat we niet echt ergens voor gáán. Omdat het moet.”

Dát is de leesclub van nu: een soort moderne kerk, waar gepraat wordt over devragen die de literatuur oproept. Waar iedereen hetzelfde boek gelezen heeft en bijeenkomt om over inhoud en interpretaties na te denken, om het zich als spiegel voor te laten houden, naar elkaar luisterend, met licht ontzag voor de schrijver. Gelovend in de zingevende kracht van literatuur. En na afloop is de bar open.