‘Als het moet, doe ik een helm op’

‘Ik vind het een heerlijk ding. Je hoeft niet te trappen, je hebt geen last met parkeren. Dit is mijn vierde.

„Mijn moeder is kort geleden overleden, toen ze nog leefde, bracht ik haar elke avond een prakkie. Op de scooter. Boodschappen doen, gegrilde kip halen. De lekkerste gegrilde kip hebben ze in Capelle. Daar zit nog een ouderwetse poelier. Dan is een scooter zo handig. En als ik naar de dansschool ga. Ik ben gek op stijldansen.

„Twee keer werd een scooter gestolen. Eentje stond pal voor de dansschool. Dan komt er een groepje jongens, die klitten erom heen. Dat hebben ze gezien op een camera. Dan prutsen ze het slot open, niemand heeft wat in de gaten. En weg is-ie. Ze waren wel verzekerd. Maar toch is het rot. Je moet zes weken wachten, want hij kan nog teruggevonden worden. En dan zit je zonder vervoer.

„Als ik een helm op moet, doe ik een helm op. Maar ik mis dat ding niet. Tenzij het vriest, dan is het wel lekker warm voor je oren.

„Het maakt mij niet zo veel uit of ik op de rijbaan moet of op het fietspad. Ik let altijd wel goed op. Ik neem nooit voorrang als ik het niet krijg. Ook al heb ik er recht op. Ik ben de kwetsbaarste, dat weet ik.

„Ik hou me ook altijd aan de maximumsnelheid. Nou ja, bijna altijd. Als ik ’s avonds naar huis ga, op dat rechte stuk, dan ga ik wel eens wat harder. Dat kan die wel hoor.”