Afrikaanse burgeroorlogen worden nu ook ons probleem

Afrika vervalt in burgeroorlogen. Wanhopige slachtoffers riskeren verdrinking in hun vlucht naar Europa, dat zich afwendt. Maar het is in ons belang om onze defensie te versterken en Afrika te helpen met het bouwen van instituties, vinden Jeroen de Lange en Ferrie Pot .

Zuid-Soedanese vluchtelingen uit de oliehoofdstad Bor arriveren in evacuatiekampen. FOTO AFP

Zuid-Soedan is pas twee jaar oud en toneel van een burgeroorlog. Twee grote mannen van verschillende stammen vechten om olie en macht en de massa dreigt te worden vermorzeld. Buurlanden proberen met sussende woorden het vechten te stoppen. Voor de rest kijkt de wereld weg.

In december zaten wij als consultants in de hoofdstad Juba om het Zuid-Soedanese ministerie van Financiën te ondersteunen. Zuid-Soedan is een van de armste landen ter wereld met nauwelijks infrastructuur en zeer zwakke instituties. Op zondagavond 15 december braken de gevechten uit. Soldaten schoten met Kalasjnikovs en mortieren. Naast het hotel waar een van ons verbleef, lag een huis van Riek Machar, de in juli afgezette vicepresident die nu als rebellenleider de president bevecht. Het werd met tanks in puin geschoten. President Salva Kiir is een Dinka, Machar een Nuer. De Dinka en Nuer zijn de grootste bevolkingsgroepen in Zuid-Soedan en na 1991 leverden ze jarenlang bloedige strijd.

In een maand tijd vielen ruim tienduizend doden en sloegen tweehonderdduizend mensen op de vlucht. Dertigduizend hebben een veilig heenkomen gezocht op VN-compounds en in kerken – we kennen de beelden van Srebrenica en van Rwanda. De VN zijn alleen nog bezig vluchtelingen van water en voedsel te voorzien.

Dit mag klinken als een TakkieTakkie-land waar niet eens een TjoekieTjoekie-stoomboot naartoe gaat. Maar Zuid-Soedan is slechts een van de vele fragiele staten die op instorten staan, en dat is niet alleen een Afrikaans probleem. Een uitdijend gebied waar de staat niet functioneert en waar bendes van drugs-, wapen-, en mensensmokkelaars, kindsoldaten, rebellen, jihadisten en Al-Qaida de dienst uitmaken, is ook een probleem voor Europa.

In buurland CAR (Centraal-Afrikaanse Republiek) proberen Franse militairen een massaslachting te voorkomen. Eerder moesten Franse militairen Mali redden uit handen van Al-Qaida in de islamitische Maghreb. Dwars door Afrika heen, van Mauritanië aan de Atlantische oceaan, via Mali, Nigeria, Tsjaad, CAR, Noord-Kenia naar Somalië aan de Indische oceaan, liggen landen die geteisterd worden door (vaak islamistisch) geweld en waar effectief bestuur ontbreekt.

Google ‘the true size of Africa’ en zie hoe immens groot het is. Pak dan de gewone kaart van Afrika en besef de grootte van het gebied van chaos en wetteloosheid waar mensen geen uitzicht hebben op een veilig en waardig bestaan. Dat gebied is groter dan de Europese Unie. Met een enorme bevolkingsgroei. De helft van de Zuid-Soedanese bevolking is onder de vijftien.

De instabiliteit is ook ons probleem. Onze planeet is klein gewordenen en heeft geen hekken. Alle Eritrese vluchtelingen in Zuid-Soedan kennen de verhalen van de dapperen, de gelukszoekers, die verdronken op de Middellandse Zee. De ruim 300 mannen, vrouwen en kinderen die in oktober bij Lampedusa verdronken, waren ook nieuws in Zuid-Soedan. In 2013 stierf volgens de Internationale Organisatie voor Migratie een recordaantal van 2.360 mensen op weg naar een beter leven. En toch wagen ze het erop, want ze staan met de rug tegen de muur. Ze zien geen toekomst voor hun kinderen dus nemen ze het risico te verdrinken op weg naar Europa.

De van oorsprong Nederlander Ivo Daalder, tot voor kort de Amerikaanse ambassadeur bij de NAVO, zei op een bijeenkomst in Den Haag dat de Afrikaanse gordel van instabiliteit allereerst een veiligheidsprobleem is voor de Europese Unie. Maar de NAVO-actie tegen Libië was niet mogelijk zonder forse Amerikaanse inzet. De Europese legers zaten al snel door hun munitie heen. Ze misten zelfs de capaciteit om precisiebombardementen uit te voeren.

In zijn afscheidsspeech als NAVO-ambassadeur waarschuwde Daalder Europa: „Wanneer Europa zijn legers verder uitholt, zullen Amerika’s bondgenoten niet langer in staat zijn om samen met de VS de veiligheidsuitdagingen van de toekomst aan te gaan – uitdagingen die in toenemende mate globaal in bereik en impact zijn.”

Op onze kleine planeet bestaan alleen nog gedeelde veiligheid en welzijn. Wij zijn niet veilig als ze aan de overkant van de plas geen perspectief hebben. De humanitaire redenen om te zorgen voor stabiliteit en ontwikkeling in Afrika, vallen steeds meer samen met ons eigenbelang.

Maar in plaats van actieve betrokkenheid, keert de Europese Unie de rest van de wereld de rug toe. Alle Europese landen bezuinigden afgelopen jaren op instrumenten om onszelf te verdedigen, en om fragiele landen bij te staan in het garanderen van veiligheid en stabiliteit.

Die trend moeten we keren. Omdat de wereld ons niet met rust zal laten, ook al keren wij ons van de wereld af.

Wat staat ons te doen? Eerst moeten we het probleem van fragiele en falende staten serieus nemen. Dan moeten we onze capaciteit om in te grijpen versterken. En we moeten lessen trekken. Als de geschiedenis van economische ontwikkeling ons iets leert, is het dat betrouwbare instituties vooraf gaan aan economische groei.

De laatste keer dat minister Lilianne Ploumen in Zuid-Soedan was, verklaarde ze opgewekt dat Nederland zich toch vooral moest richten op handel en investeringen. Daar had zelfs een gouverneur om gevraagd.

Maar in de Zuid-Soedanese hoofdstad zijn de mannen die van staatswege zijn aangesteld om burgers te beschermen, voor die burgers het grootste gevaar. Als de zon onder is, gebruiken soldaten en agenten burgers en buitenlandse consultants als geldautomaat. Wie tegensputtert, krijgt een klap met een geweerkolf. De meest elementaire functie van een staat, zijn burgers veiligheid bieden, werkt nog niet. Dappere Hollandse jongen die daar gaat investeren.

Minister Ploumen wil Nederlandse bedrijven ondersteunen bij investeringen in ontwikkelingslanden om ook in deze landen welvaart te laten groeien. Wij onderschrijven dat private investeringen de motor zijn achter economische groei in ontwikkelingslanden. Ook wij vinden dat werk voor met name jonge mannen cruciaal is voor de vrede. Toch zetten wij vraagtekens bij de effectiviteit van het Ploumens beleid.

Private investeringen komen niet of beperkt tot stand in landen waar de instituties te zwak zijn om veiligheid en stabiliteit te garanderen. Investeringen zijn zelden resultaat van een subsidie of ander beleidsinstrument. Dan is de kans op mislukken groot. Ondernemingen investeren op grond van marktmogelijkheden. Stimulerend overheidsbeleid is hooguit een steuntje in de rug. Het beleid van Ploumen lijkt daarmee gericht op landen die geen ontwikkelingssteun meer nodig hebben en waar private investeringen ook vanzelf tot stand zouden zijn gekomen.

Zuid-Soedan toont de lege huls van het ontwikkelingsbeleid van Ploumen. Het is een focusland voor Nederlandse ontwikkelingshulp. Hoe denkt de minister Nederlandse ondernemingen te stimuleren tot investeren als veiligheid, infrastructuur en een stabiele overheid ontbreken?

De oplossing is herwaardering van ‘institution building’ in het ontwikkelingsbeleid. Instituties die veiligheid garanderen (politie, leger), organisatie van ministeries en van lokale overheden, belastingheffing en het maken van begrotingen.

Dit is moeilijk, want het opbouwen van instituties is per definitie politiek. Het vraagt om lange adem en levert niet direct resultaat. Daarom is opbouw van instituties electoraal weinig sexy. Op de lange termijn is het de enige manier om landen te stabiliseren en om de volgende generaties van Zuid-Soedan een toekomst te bieden. Alleen als zij een waardig leven kunnen leiden, zullen ook wij leven in veiligheid en welzijn.