Absoluut geheugen is juist afschuwelijk

Niet alleen de NSA slaat alles op, we doen dat zelf net zo goed. Maar kunnen vergeten is ook wat waard, vindt Marian Donner.

foto thinkstock

Er zijn mensen die niet kunnen vergeten. Ze herinneren zich alles. Elke dag van hun leven, tot in detail. Vraag ze wat ze 24 augustus 1987 ‘s ochtends aten en ze weten het. Ze weten nog wat ze op 11 april 1993 voor kleding droegen. Dat ze ‘s middags bananen kochten. Dat het toen zachtjes regende.

Geen moment gaat ooit voorbij. Hyperthymesia heet de aandoening – het is een hersenafwijking die zorgt voor een feilloos autobiografisch geheugen. Wereldwijd lijden er ongeveer vijfentwintig mensen aan. Wat er precies in hun hersenen gebeurt is onbekend.

Alles nog te weten, van dag tot dag, van seconde tot seconde, voor velen is dat de ultieme droom. Wat is een leven immers anders dan de herinnering eraan? We weten wie we zijn omdat we weten wie we waren. Wat we ooit voelden en dachten. Wat we allemaal hebben gedaan. De dingen die we vergeten zijn hadden net zo goed niet hoeven gebeuren – het is letterlijk verloren tijd.

Onlangs herinnerde mijn beste vriendin me aan die keer dat we in Boedapest werden opgepakt in de tram. Politieagenten met geweren begeleidden ons naar buiten. We moesten ons paspoort inleveren, er werd veel geschreeuwd, uiteindelijk redden we ons uit de situatie op onze charme. „Weet je nog?” vroeg ze. Nee, ik had geen flauw idee.

Voor de meer dan zeven miljard mensen die niet aan hyperthymesia lijden is het geheugen een gebrekkig ding. Om het verleden vast te houden, een leven te bouwen, hebben we daarom hulpmiddelen nodig. Hulpmiddelen in de vorm van techniek. Want dat is wat techniek doet – ze compenseert onze tekortkomingen. Maakt ons sneller, sterker en slimmer. Auto’s zijn een verlengstuk van onze benen, heftrucks van onze armen, ooit waren pen en papier een verlengstuk van ons brein; we wisselden er ervaringen en ideeën mee uit. Tegenwoordig hebben we daar een verbeterde versie voor – bits en bytes.

Als mijn beste vriendin en ik destijds een smartphone hadden gehad, zouden we een selfie hebben gemaakt met de politieagenten. Dan zouden we de foto op Facebook hebben geplaatst met veel smileys en hartjes erbij. Het moment zou voorgoed bewaard zijn gebleven.

Of nog beter – vandaag de dag zou ik Autographer of Memeto kunnen hebben, de kleine clip-on-camera’s die om de paar seconden automatisch een foto maken. Dan zou ik nu een soort fotostrip van die middag in Boedapest hebben.

Autographer en Memeto maken deel uit van de ‘quantified self’-trend – via allerhande apps, polsbandjes en pleisters leggen steeds meer mensen hun dagelijkse gang van zaken vast. Hoeveel stappen ze elke dag zetten, welke route daarbij werd afgelegd, wat er gegeten en gedronken werd en hoe de hartslag en bloeddruk ondertussen functioneerden. Alle gegevens worden automatisch opgeslagen in een computer. Over tien jaar weten we precies waar we op 24 augustus 2014 mee ontbeten.

Want niet alleen de NSA maakt er een sport van om alles op te slaan, we doen het net zo goed zelf. Omdat dit is wat we kennelijk willen. Een leven vastgelegd in data. Een leven waarin niets ooit verloren gaat.

De vraag is alleen wat dat met een mens doet.

Onlangs zag Google Earth zich genoodzaakt om een beeld te verwijderen waarop een lijk te zien was. Een veertienjarige jongen werd op 15 augustus 2009 langs het treinspoor tussen North Richmond en San Pablo in de Verenigde Staten vermoord, net op de dag dat de Google-auto langs reed. Zijn vader deed zijn beklag: „Als ik dit beeld zie, lijkt het of het gisteren is gebeurd.” Tegen beter weten in zocht hij de foto steeds weer op.

„Het is alsof ik rondloop met een open borstkas, altijd rauw” zei Jill Price ooit bij de Oprah Winfrey Show. Price staat te boek als de eerste vrouw die de diagnose hyperthymesia kreeg. Aan Oprah vertelde ze over alle ruzies, teleurstellingen en beledigingen die ze maar niet vergeten kon. Ze herinnerde zich elk onvertogen woord dat ooit gevallen was. Het waren woorden die haar elke dag opnieuw kwetsten. Volgens eigen zeggen was het moeilijkste om te leren leven met een woede die nooit overging.

Vanuit technisch oogpunt lijkt de mens misschien imperfect, iets dat voor verbetering vatbaar is. Maar ons geheugen laat het niet voor niets afweten. We vergeten de saaie dingen die we deden zodat we onszelf niet saai gaan vinden. We vergeten de harde woorden die we spraken zodat we kunnen blijven geloven dat we aardige personen zijn. We vergeten alle pijn en het verdriet zodat we niet van een brug springen.

Uit de chaos van losse momenten destilleren, fantaseren en liegen we een eenduidig verhaal over onszelf en ons leven om door te kunnen. En ongetwijfeld gaat daarbij veel moois verloren. Het biertje dat we dronken in de kroeg, het interessante gesprek met een vreemde dat daarop volgde, opgepakt worden in Boedapest. Maar het is het waard.

Om optimaal te leven, in het hier en nu, moet je kunnen vergeten.