37.000 agenten in niemandsland

Tot op de laatste paperclip wordt de rugzak onderzocht. De politieman bij het detectiepoortjes van het nieuwe spoorwegstationnetje Olympisch Park, beginpunt van het nieuwe treintje Lastotsjka (Zwaluw) dat van het sportcomplex naar de regenteske badplaats Sotsji gaat, weet zeker dat er een groot metalen object in zit. Hij blijkt een mininietapparaatje en een doosje mininietjes op het spoor. Twee collega’s fouilleren me intussen lijfelijk. Er kan geen glimlach, verklarend woord of ‘alstublieft’ vanaf. De barse agenten – mannen en één vrouw – komen uit Kaloega, een stad zo groot als Utrecht ten zuidwesten van Moskou. Ze zijn bozig nerveus.

Dat lijkt verklaarbaar. In de iets noordelijker gelegen provincie Stavropol heerst sinds deze week een soort noodtoestand. Bij politieacties, die volgden op de twee zelfmoordaanslagen vlak voor Nieuwjaar in Volgograd, zijn eerder deze week zes lijken gevonden in vier Lada’s. Liquidaties door terroristen, aldus de autoriteiten. De politie trof de lichamen aan toen ze op woensdag bij een ‘razzia’ langs de federale rijksweg Kaukasus een controle hield. Sindsdien is de staatsveiligheidsdienst in hoogste staat van paraatheid.

Die stemming is kennelijk ook overgedragen op de politiemannen bij het Olympisch Park. Althans, dat denk ik, nadat ik de agenten uit Kaloega tevergeefs een paar vragen heb gesteld – onder meer of ze met deze precisie straks ook duizend mensen in het gedrang voor de poortjes kunnen controleren. Op weg naar de trein struikel ik over een van de vele stoepstenen die nog schots en scheef liggen.

Op het perron wacht een vijftal andere agenten op een plekje in de Zwaluw. Ze komen uit Altaj, een der 83 ‘subjecten’ van de Russische Federatie, gelegen in een puntje tussen Kazachstan en Mongolië.

Ze horen bij het leger van politieagenten dat uit heel Rusland is ingevlogen voor de Winterspelen in februari. Officieel zijn er deze maanden ongeveer 37.000 politiemannen in Sotsji, ook een stad met de omvang van Utrecht. Drie maanden zijn ze weg van huis. Pas eind maart, na de Paralympics, mogen ze terug.

Het model oogt als een drastische uitvergroting van het regime in Amsterdam in de jaren zestig, toen de Koninklijke Marechaussee de gemeentepolitie bijstond in de roerige tijden van toen. Net zoals de marechaussees destijds niet wisten waar het Spui was, hebben de ingevlogen politieagenten geen idee waar ze zijn. De jongens uit Altaj – vijf van in totaal 370 dienders uit hun deelrepubliek – verkeren geografisch in een niemandsland. Ze weten alleen te vertellen dat ze hier in een soort barak zijn gelegerd: geen klachten daarover. En dat ze geen kopeke extra krijgen voor hun uitzending naar Sotsji: wel klachten.

Over de Winterspelen zijn ze uitgesproken helder. De agenten uit Altaj maken van hun hart geen moordkuil. Zij schamperen over de training die ze hebben gekregen. Ze spreken nog steeds geen woord Engels. Ze zijn „jaloers” als ze horen dat Nederlandse dienders qua salaris ‘middenklasse’ zijn. En ze zien eigenlijk ook geen heil in de Winterspelen in Sotsji. Nee, niet omdat het klimaat er subtropisch is. Maar omdat Sotsji eigenlijk geen Rusland is. Sotsji is de Kaukasus. Rusland begint pas veel oostelijker, achter de Oeral, zeggen ze.

Olga en Joelia, twee jonge koks uit Sint-Petersburg, zijn ook onderdeel van de samenkomst in het Olympisch Park van Russen uit alle in windstreken. Ze werken in het Europese restaurant in het perscentrum en gaan nu met de trein Sotsji in om met vriendinnen te winkelen. Olga en Joelia hebben voor de halve wereld gekookt. Ze werken voor een cateringbedrijf dat door de Russische staatsveiligheid wordt vertrouwd. Olga bediende de Franse president Jacques Chirac bij de top van de G8 in 2006 in Sint-Petersburg, Joelia kookte toen voor de Duitse bondskanselier Angela Merkel. Joelia stond ook in de keuken van de topconferentie van de APEC in Vladivostok in 2012 en van de G20 in haar woonplaats afgelopen najaar.

Als ik uitstap bij de rivier Matsesta loop ik aan tegen een groepje ingevlogen agenten uit Vologda, een stad ten noorden van Moskou. Anders dan die lui uit Kaloega zijn het vrolijke mannen en vrouwen. Ook zij begrijpen de keuze voor Sotsji niet. Waarom niet gekozen voor Chanti-Mansysk aan de Ob in het Noorden? Talrijke belangrijke biatlonwedstrijden (skiën en schieten) zijn daar al georganiseerd. Het is de klassieke trots van Russen uit het Noorden, waar Rusland anders is. Alleen daar is Rusland het ‘universum’ waarover tsarina Catharina de Grote al sprak.