2014 lijkt wel wat op 1914

Het gedrag van Duitsland en China toont dat de geschiedenis zich zomaar kan herhalen, stelt Jakob Augstein.

Honderd jaren, die niet voorbij willen gaan: met de Eerste Wereldoorlog is de tegenwoordige tijd begonnen. Maar hoe gaat het verder? Het Europa-beleid van Angela Merkel en het optreden van China in de Pacific doen vermoeden, dat iedere geschiedenis zich kan herhalen – ook de verschrikkelijkste.

Honderd jaar: we ontkomen niet aan de magie van dit getal. Voortdurend verjaart er wel iets, maar dit is anders. Honderd jaar geleden is de geschiedenis van onze tegenwoordige tijd begonnen. We treden nu een ander verleden binnen. Een verleden dat niet meer voorbijgaat. De Eerste Wereldoorlog en alles wat daarna is gebeurd, heeft voor ons een andere betekenis dan de Slag bij Nieuwpoort: „Het is allemaal te dichtbij en te verschrikkelijk”, heeft Gustav Seibt nog maar net geschreven.

En het is niet voorbij: in de regio van de Pacific laat China zich door dezelfde verblinding leiden die ooit de Duitsers te gronde heeft gericht. En in Europa bewijzen de Duitsers dat ze het nog steeds niet hebben begrepen: het continent laat zich niet ongestraft overheersen, noch door hun wapens, noch door hun economie.

„Wij willen de oorlog verheerlijken – deze enige hygiëne ter wereld – het militarisme, het patriottisme, de vernietigingsdaad van de anarchisten, de mooie ideeën waarvoor je wilt sterven en de minachting voor de vrouw.” Zo luiden de beroemde regels uit het manifest van de Italiaanse futuristen uit 1909. Wij kennen intussen de weg waarnaar dit Dionysische denken verwijst. Wij kennen het industriële doden in de loopgraven van Verdun en in de vernietigingskampen van de Duitsers. Maar worden wij door dit weten beschermd?

Het komende jubileumjaar zal over de hele wereld het begin van de Eerste Wereldoorlog worden herdacht. Vooral in Frankrijk, België en Groot-Brittannië, maar ook in Australië en Nieuw-Zeeland. In de nieuwe Der Spiegel staat het zo: „Het zal de tot nu toe grootste mediale geschiedenisgebeurtenis van de 21ste eeuw worden.” Maar de beslissende vraag luidt: zijn wij anders dan de mensen van 1914? Helaas luidt het antwoord: nee.

De acteurs van 1914 wisten dat ze met vuur speelden en toch probeerden ze hun voordeel te doen met het aanwezige gevaar. Dat doen de verantwoordelijken in de huidige eurocrisis ook, in Frankrijk, Griekenland en Italië, maar ook in Duitsland.

Angela Merkel lijkt op het eerste gezicht nu niet bepaald een incarnatie van keizer Wilhelm II, maar schijn bedriegt. Net als de keizer destijds speelt Merkel zelfs het riskantste spel van iedereen. Niemand heeft door de euro zoveel te winnen of te verliezen als de Duitsers, en toch hangt het succes van het Duitse beleid af van een buitengewoon onwaarschijnlijke gebeurtenis: dat de Zuid-Europeanen zich plotseling als Duitsers gaan gedragen.

Zeker, Merkel gelooft dat zij het in de Europese crisis bij het juiste eind heeft, net als een meerderheid van de Duitsers. Maar het gevoel gelijk te hebben is juist oorzaak van de ergste verwoestingen. Die betoverende ‘augustusgebeurtenis’ van 1914, waardoor de Duitsers als in een roes hun eigen ondergang tegemoet zijn gegaan, was des te mooier, omdat zij vooraf werd gegaan door het diepgaande gevoel dat zij in hun recht te stonden. Er zijn al publicisten en politici in Europa en Duitsland die de ineenstorting van de euro met regelrechte ‘augustusvreugde’ zouden begroeten. Als Merkel op deze manier de ondermijning van de Europese gedachte voortzet, zullen er ongetwijfeld ook weer schrijvers zijn die de ondergang van Europa als een ‘bevrijding’ ondergaan, zoals Thomas Mann ooit het begin van de Eerste Wereldoorlog heeft bezongen.

Betekent dit dat er een oorlog zal komen als de euro uiteenvalt? Je zou deze vraag onmiddellijk met ‘nee’ willen antwoorden. Maar je zou ook onmiddellijk je adem inhouden. Hoe onwaarschijnlijker ons een catastrofaal verloop van de toekomst voorkomt, des te meer we ons het verleden zouden moeten herinneren. Je kunt de overeenkomsten niet zo makkelijk uit de weg gaan: de oorlog, die in 1914 is begonnen, leek van tevoren net zo onwaarschijnlijk en net zo onverstandig als een oorlog ons nu lijkt.

Een regelrechte ‘re-enactment’ van de Europese wereldcrisis beleven we op dit moment in de Oost- en Zuid-Chinese Zee. China glijdt daar in de rol die het Duitse Rijk destijds noodlottig is geworden: die van de internationale parvenu, die naar erkenning streeft en zich omgeven ziet door vijanden. En de Verenigde Staten zijn het nieuwe Groot-Brittannië: de toonaangevende internationale macht, die over zijn top heen is en zich zal uitputten in de strijd tegen de nieuwe tegenstander. Er is weinig fantasie nodig om in de wankelende Amerikaanse president Obama een heruitgave van de ongelukkige Britse premier Asquith te zien, die destijds aan het hoofd stond van een diep verdeeld land, dat zijn leidende rol in de wereld niet meer kon en wilde uitoefenen.

„Als je gevechtsvliegtuigen de lucht in stuurt, biedt dat de mensen de kans er een puinhoop van te maken”, heeft admiraal-buiten-dienst William Fallon, de vroegere commandant van de Amerikaanse strijdkrachten in de Pacific, gezegd. Deze keer wordt er met vuur gespeeld rond de Senkaku-eilanden. Beleid dat geen oog heeft voor het toeval, is onverantwoordelijk.

Het toeval is een probleem: als alles anders had kunnen lopen, heeft de geschiedenis helemaal geen zin. Wat zou er van Europa en van de wereld geworden zijn zonder de aanslag in Sarajevo, die honderd jaar geleden de wereld in brand zette? Wij zijn niet gevrijwaard voor dergelijk toeval: wat zal er met de wereld gebeuren als een gevechtspiloot boven die verre eilanden zijn zelfbeheersing verliest? En wat zal er met Europa gebeuren als Italië alsnog de last van de Duitse strengheid van zich afschudt?

Wie dat wil, kan dit jaar somber tegemoet zien: als door een griezelige mechaniek wordt de geschiedenis gedwongen zich te herhalen. En wij hebben het vermoeden dat we niet in veiligheid zijn.