Geen ‘doelgroep-ronselen’

Het eerste verkiezingsrelletje heeft een dag rond gezweefd, tot de burgemeester het gisteren persoonlijk doorprikte.

In december waren nog bijna alle fracties het erover eens dat het college de opkomst bij de raadsverkiezingen van 19 maart moet bevorderen. In 2010 kwam 51 procent van de kiezers stemmen, en de opkomst onder „ jonge Amsterdammers, Amsterdammers met een Turkse, Marokkaanse en Afro-Caraïbische herkomst en de stemgerechtigde Internationals” was nog lager geweest. Met 400.000 euro moest het college een „campagne opkomstbevordering” starten. Doel: een opkomst van 65 procent. Die campagne werd op poten gezet, met een „specifieke aanpak voor specifieke doelgroepen”: jongeren zouden anders worden benaderd dan ouderen, Marokkaanse Amsterdammers anders dan Turkse. „We hadden het gevoel heel braaf te zijn”, zei burgemeester Van der Laan gisteren.

Maar verschillende partijen roken onraad. Als die specifieke doelgroepen nou eens vooral niet-westerse allochtonen waren, zou de PvdA daar dan niet buitenproportioneel van profiteren? Een vergadering hierover bleef gisteren lang venijnig, vooral van de kant van D66. Tot de burgemeester een nieuw plan beloofde. „Wel efficiënt, maar zonder de suggestie van doelgroep-ronselen.” En hij temperde vast de verwachtingen: de opkomst wordt ook dit jaar sowieso geen 65 procent.