Portishead - Dummy

1994 maakte met een knal een einde aan het leven van Kurt Cobain, en daarmee aan het geluid dat begin jaren negentig de muziek kleurde: de gruizige explosies van een getroebleerde generatie, oftewel grunge. Van onder de puinhopen van die aardverschuiving verscheen enkele maanden later een juweel. In Bristol, Engeland, bleek de band Portishead al enige jaren aan het experimenteren met collage-achtige muziekstukken, opgebouwd uit fragmenten soundtrack en zelfgespeelde bijdragen. De liedjes op hun debuut-cd Dummy waren met eindeloos geduld in elkaar gepuzzeld door Geoff Barrow en Adrian Utley, en bekroond met de wondermooie zang van Beth Gibbons. Ook hier was de ondertoon somber en melancholiek, blijkt uit titels als ‘Sour Times’ en ‘Numb’. Gibbons’ voordracht klonk zowel kwetsbaar als onverzettelijk, een stem als gesponnen diamant. Het was muzikale troost in optima forma.