Op de Zuidas geldt de norm: ‘wit, piemel en een pak’

Drie jonge vrouwen drijven de spot met de zakenwereld.

Op de Zuidas heb je believers en non-believers. De gelovigen werken zich op en worden er met goed geluk baas. De heidenen verdwijnen stilletjes en worden vergeten.

Niet schrijverscollectief Zo Zuidas: drie jonge vrouwen die werken of werkten in het zakencentrum in Amsterdam-Zuid. Al snel vielen de drie van hun geloof af. Sinds 2009 schrijven ze columns over het „bizarre toneelspel” dat advocaten, bankiers en consultants dagelijks opvoeren. Vandaag verschijnt hun nieuwe boek: Project Dromenland. Een roman dit keer, over de strijd van drie vrouwen om zich op dat toneel staande te houden.

Tot nu toe bleven de drie columnisten, twee advocaten en een bankier, anoniem. Nu maken twee van de drie zich bekend. Het zijn advocaten Karima O’Flynn (32) en Rolinde Hoorntje (31) die al jaren de spot drijven met met de zakelijke biotoop. Inmiddels werken ze niet meer op Zuidas – zoals dat gaat met non-believers. Nummer drie werkt er nog wel, bij een grote bank, en blijft daarom anoniem.

Op hun 24ste betraden O’Flynn en Hoorntje de Zuidas, een wereld „vol glamour” – dachten ze. Ze gingen aan de slag bij een internationaal advocatenkantoor. Welk kantoor willen ze niet zeggen. Al snel moesten ze hun beeld bijstellen. Partners op de Zuidas zijn „excentrieke bullebakken”, zegt Hoorntje, die geen tegenspraak of vragen dulden. Juridische stukken werden per e-mail standaard toegelicht met drie letters: ‘FYI’. For your information. „Toegeven dat je het niet begrijpt, is not done.”

Nachten doorhalen is niet ongebruikelijk. „De secretaresses waren na elf uur ‘s avonds weg”, verklaart Hoorntje. Het werk was soms volslagen overbodig. O’Flynn moest eens een hele nacht op zoek naar een zwarte pen. „Geen idee waarom.” Collega’s voeren stille competitie wie de meeste uren maakt. „Face time is ontzettend belangrijk”, zegt de bankier. „Je gaat nóóit eerder weg dan de baas.”

Onderling konden de ZoZa’s, zoals ze zichzelf noemen, er hard om lachen. Ze begonnen te schrijven voor al die andere mensen die er – net als zij – niet helemaal tussen passen. „Gevoelige vrouwen, allochtonen, boerenkinkels”, somt Hoorntje op. „Eigenlijk iedereen die niet aan de norm voldoet: wit, piemel en een pak.”

Hun nieuwe boek en eerdere columns over het leven op de Zuidas zijn entertainment, maar is ook kritiek op „de mal” waar de Zuidas zijn bevolking „inperst”. De top en recruiters houden ze daar verantwoordelijk voor. „Ze accepteren alleen hen die zijn zoals zij. Of zo kunnen worden.”

Zonde, vinden de columnisten. „Ondanks alle diversiteitsdoelstellingen blijft het aantal vrouwelijke partners steken op 12 procent.” De allochtonen die worden aangenomen zijn „niet de moslims die een biertje afslaan tijdens de vrijmibo”.

Beide oud-advocaten zijn nu journalist. O’Flynn werkt als freelancer vanuit Londen. Hoorntje is freelance medewerker van nrc.next. De Zuidas is verleden tijd. De gelovigen zullen hen beschouwen als gevallenen. Mensen die het niet hebben gered. Outsiders.

Kunnen die wel een getrouw beeld schetsen? „Voor insiders is het ook herkenbaar”, zegt de bankier. „Een groot advocatenkantoor deed ons eerste boek cadeau bij het kerstpakket – we raken wel een snaar.” Bovendien schrijven ze niet alleen voor de Zuidas. „Het is een wereld die fascineert”, denkt O’Flynn. „Wat gebeurt er in die spiegeltorens waar je niet naar binnen kan kijken? Nou, dat is dus eigenlijk allemaal niet zo indrukwekkend.”

De ZoZa’s rekenen op een hoop reacties. Ook van hun oude bazen, partners. „Iets van: ‘Fijn dat jullie toch nog goed terecht zijn gekomen’”, schat O’Flynn. „En dan een wink.” Voor negatief commentaar zijn ze niet bang. „Zuur is niet Zuidas. Je laat je nooit kennen: smile and wave.”