Ook de tandarts fraudeert soms

Zorgverzekeraars hebben een mes in handen dat aan twee kanten kan snijden. Door de (declarabele) kosten in de zorg te drukken houden ze hun eigen bedrijf rendabel en dienen ze de patiënt/consument die met premiebetalingen een belangrijke medefinancier van de zorgsector is.

Dat verzekeraar Achmea de komende vier maanden gaat trachten 4 miljoen euro terug te halen bij ongeveer duizend tandartsen is dus prijzenswaardig, althans voor zover die terugvordering correct is.

Het zal niet verbazen dat de betrokkenen daarover verdeeld zijn. De Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Tandheelkunde wijst naar Achmea zelf, dat zich „doof” heeft gehouden voor het feit dat de huidige tarieven de kosten van de tandartsen niet zouden dekken en dat de declaratiecodes voor de verrichtingen verouderd zijn. Een andere belangenorganisatie, de Associatie Nederlandse Tandartsen, vindt de verzekeraar, op haar website per ongeluk als Achema aangeduid, „te gretig”.

Daar staat de verzekering tegenover van Achmea dat het overgrote deel van de tandartsen „alles keurig volgens de regels” doet. Wat de vraag oproept waarom die andere tandartsen, ongeveer een op de zeven, daartoe dan niet in staat zijn. Er is nog een derde partij in het spel, waarvan een meer onafhankelijk oordeel mag worden verwacht. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), de ‘marktmeester’ in de zorg die bevoegd is tarieven en budgetten vast te stellen. Dat is voor dit jaar gebeurd: een tariefindexering van 3,79 procent.

De NZa raadde ruim twee jaar geleden de zorgverzekeraars aan om meer aandacht te geven aan fraude in de mondzorg . Bijvoorbeeld door hun adviserend tandartsen meer in te zetten. Zo bezien heeft Achmea gehoor gegeven aan deze oproep. De NZa heeft bovendien in 2013 onderzoek naar de kosten en opbrengsten van de mondzorg laten uitvoeren. Dat onderzoek loopt nog en moet informatie opleveren waarmee zowel verzekeraars als tandartsen en ook de NZA zelf aan de slag kunnen.

Duidelijk is dat het huidige declaratiesysteem, met codes die dateren uit de jaren 80, verouderd en ingewikkeld is. Dat verklaart ook waarom Achmea er rekening mee houdt dat de foutieve, soms dubbel ingediende declaraties niet altijd het gevolg van opzet zijn.

Het is dus van belang dat het declaratiesysteem aan de eisen van deze tijd wordt aangepast en vooral dat het zo helder wordt dat tandartsen in elk geval niet meer abusievelijk verkeerde kosten in rekening brengen. Het probleem is dat de onderhandelingen hierover moeizaam verlopen. Het gaat tenslotte om geld. Vanzelfsprekend is hierbij een belangrijke rol voor de NZa weggelegd. Iemand zal de knoop moeten doorhakken.