Om bang van te worden, zo goed ging het

En het jaar begon nog met een waarschuwing.

1994 was maar een paar maanden oud, toen NRC Handelsblad op een zaterdag in februari opende met de alarmkreet Nationale elite moet economie redden.

Een gezelschap van „vooraanstaande Nederlanders”, onder wie Philips-topman Jan Timmer en VVD-leider Frits Bolkestein, riep gezamenlijk in de krant op tot een „actieplan” om het ingedutte Nederland van de afgrond te redden. Gebeurde dat niet, dreigde Timmer, „dan is er geen hoop voor het land”.

Geen hoop meer voor Nederland?

Zo’n vaart liep het ook niet.

Paars I was nog maar net aan de macht – dat opgeruimde kabinet van jonge doeners van PvdA, VVD en D66, die eindelijk zonder de schaduw van christen-democratie en God het land opnieuw zouden inrichten. De verwarring bij het CDA, decennialang onafgebroken rentmeesters van het land, was compleet.

Drie jaar later mocht premier Wim Kok, de eerste sociaal-democraat zonder „ideologische veren”, op een topconferentie in Denver aan de wereldleiders uitleggen hoe het hem gelukt was het crisisgebied Nederland om te toveren in een economisch mirakel. Het poldermodel tekende zich in zijn volle, vlakke glorie af tegen de Rocky Mountains.

Nederland als boomtown

Toen was van die wereldwijze ondernemersangst uit NRC Handelsblad over de ondergang van Nederland al niets meer te merken. Het hele land was een boomtown geworden van flexwerkers, een nieuwe dienstensector, en beleggingkoersen die tot in de hemel groeiden. Een tophypotheek voor elke burger en Partyland voor iedereen die knuffelig de dansvloer op sprong. Alsof dat nog niet genoeg was, lonkte het walhalla van het Wereld Wijde Web. Toen nog alleen bereikbaar op de inbelmodem, dat wel.

Ook internationaal markeerde het jaar het einde van een langzame klim uit het economische dal van de jaren tachtig, naar nieuwe gouden toppen. Volop krediet, en nergens crisis. Een prettig klimaat, geen kopzorgen om de poolkappen. Ja, vreemde jongens, die moslims, maar je hoorde gelukkig alleen iets van ze als Salman Rushdie een boek had geschreven. Hij moest onderduiken na zijn ‘blasfemische’ roman over de Duivelsverzen in de Koran. En niet te vergeten: geen Muur meer, en dus ook geen communisten meer. Althans, Francis Fukuyama beloofde in een veelbesproken artikel, dat later een boek werd, een ideologisch ‘einde van de geschiedenis’ en de triomf van het liberalisme.

En dan hoor je weleens, dat Europa in 1914 de ellende niet zag aankomen.

Het waren illusies.

Wim Kok dacht dat zijn Paars – moderne mensen zonder die tobberige christen-democraten – een gewoon kabinet zou zijn. Het bleek een fatale misrekening: Paars overleefde de bug van het millennium, maar niet die van het populistische ongenoegen.

IJzingwekkend optimisme

Het optimisme in 1994 bleek al met al het eerste danspasje te zijn geweest op de vulkaan van een liberale wereldorde. Op de valreep van de jaren negentig vatte Elsevier de stemming in het land als volgt samen, in een ijzingwekkend montere reportagebundel: „Het is om bang van te worden, zo goedgemutst begint Nederland aan de volgende duizend jaar. Afgaand op de jongste peilingen, is er in het land een stemming van tevredenheid over het heden en optimisme over de toekomst. De jaren negentig zijn in Nederland voor velen een tijd geweest van voorspoed en aangename veranderingen.”

Maar maatschappelijke tegenstellingen, spanningen en conflicten laten zich niet oplossen in de zegeningen van besprenkeld Suburbia, privatisering van overheidsdiensten, ontkerkelijking en multigenerationele houseparty’s. In de late jaren negentig was het vreugdedansje van 1994 al uitgegroeid tot een hysterische paringsdans tussen burgers, banken en kapitaal – tot de desillusie toesloeg en alles anders werd.

Twee jaar later was uitbuikend Arcadia veranderd in een hels tableau van Jeroen Bosch, vol kopzorgen om zinloos geweld, mislukte integratie en geslaagde desintegratie, omvallende banken en, van de weeromstuit, een nostalgische hang naar gemeenschapsgevoel en een „bezield verband”. De opgestoken duimen van Nina Brink, moeder van internetbedrijf World Online dat keihard crashte op de beurs, werden gevolgd door het militaire saluut van Pim Fortuyn. At your service in de strijd om een land dat ook opeens weer aan de rand van de afgrond wankelde. En nu niet door een stroperige staat, of een bedrijfsleven dat het liet afweten, maar door de zeven plagen van immigratie, integratie, islam, multiculturalisme, politieke correctheid, mainstream media en ‘Linksmensen’.

Het saluut van Pim werd vervolgens gesmoord in de schoten van Volkert. Partyland werd in één klap Somberland.

Dat was de vooruitgeschoven rekening van 1994 – een decennium van apolitiek optimisme, dat voorbij was toen het schip van Pim en de zijnen de wal keerde.