Niet de tweede Heiden geworden

Håvard Bøkko kan dit weekeinde in eigen land aantonen dat hij nog altijd tot de wereldtop behoort

Zaterdagavond tegen elven. Er brandt nog volop licht in het imposante Vikingskipet van Hamar. Binnen staat de Noorse belofte Håvard Bøkko met telefoontje aan het oor naast een onder water gelopen ijsbaan. Kapotte vriesmachines hebben de EK van 2006 in de war gestuurd. Wordt er morgen nog geschaatst? „Even mijn familie gebeld”, zegt Bøkko in het voorbijgaan. Wat hij niet zegt: zijn moeder heeft een week eerder een nier afgestaan aan zijn zieke broer. Bescheiden jongen, pas 18 jaar. Al scheurt hij wel de Noorse nacht in met een volwassen auto. „Groter dan die van Sven Kramer”, merkt coach Peter Mueller op.

In kleedkamer 1 zit Bøkko zondagavond met glimmende ogen naast zijn Amerikaanse coach en ploeggenote Maren Haugli. Met drie afstanden op één dag is het EK alsnog voltooid. En hoe. Achter ervaren schaatsers als Enrico Fabris en landgenoot Eskil Ervik is het jochie uit het bergdorpje Hol als derde geëindigd. Brons, vlak vóór Kramer. „Ik heb één keer eerder zo’n bescheiden jongen meegemaakt, die precies wist wat hij wilde”, zegt Mueller als zijn schaatsers weg zijn. „Eric Heiden.” Aan het eind van dat seizoen wordt Bøkko in Erfurt wereldkampioen junioren. Met de grootste voorsprong sinds Heiden in 1978.

Morgen ontbreekt Kramer bij de EK in Hamar, omdat de zesvoudig Europees kampioen in de aanloop naar de Winterspelen van Sotsji de voorkeur geeft aan een trainingskamp op Tenerife. Bøkko doet wel mee, zoals hij nooit wedstrijden overslaat. Maar topfavoriet? In de zeven seizoenen tussen 2006 en nu reeg de Noorse kopman ereplaatsen aaneen. Twee keer tweede, twee keer derde bij de EK; vier zilver en één brons bij de WK allround; slechts één keer goud, bij de WK afstanden van 2011 op de 1.500 meter. En beter lijkt hij er niet op te worden. Zwakke reeks wereldbekerwedstrijden dit seizoen, last van de luchtwegen. Onlangs bij het Noors kampioenschap op het zachte buiten-ijs van Asker op de vijf kilometer liefst zes seconden achter zijn jongere ploeggenoot Sverre-Lunde Pedersen. Heiden?

Jaar na jaar verbeterde Bøkko aanvankelijk. In de trainingen trok hij zich op aan uitgeharde Vikingen Ervik, Øysteim Grødum of Lasse Saetre. Lagen de oude krijgers na een loodzware ochtendsessie uit te rusten, zagen ze voor de deur van hotel Kienberg in Inzell de benjamin van hun ploeg nog wat sprintjes trekken heuvel op. Kijken of hij de snelheidsmeter langs de weg boven de 30 kon jagen, lachen. „Moet je Shadow zien”, klonk het binnen liefkozend. Zijn bijnaam sinds hij aan het eind van een trainingskamp een fles wijn ontvreemdde uit de eetzaal, voor een besloten party op zijn kamer.

Pakte Mueller de jongste telg van de Noorse roedel te hard aan, zoals al snel de kritiek klonk in alwetend schaatsland Nederland? „Die mensen weten niet welke enorme basisuithouding hij heeft.” Want: van jongs af aan dagelijks urenlang op ski’s de sneeuw in, later ook om te jagen, zijn passie. Steeds weer de honderden traptreden op bij de natuurijsbaan van Hol, net als jeugdidool en dorpsgenoot Ådne Søndral. „Een tien kilometer is voor hem spielerei.” Zie hem in 2008 ondanks ziekte de wereldbeker lange afstanden binnenhalen. Niet kapot te krijgen.

In kleine stapjes kwam hij dichter bij Kramer, bij de eerste plaats. Een betere schakeling van vijf kilometer naar 1.500 meter bij allroundtoernooien. Steeds sneller durven starten op de vijf kilometer. Zijn ideale wedstrijdvoorbereiding vinden bij de WK allround in Hamar 2009. „We gaan Kramer niet verslaan maar verpulveren”, riep Mueller de week ervoor. Want geen enkele allrounder kon wat Bøkko kon: op een 500 meter openen onder de 10 seconden en een tien kilometer voltooien onder 13 minuten. Helaas voor hun, Kramer overtrof zichzelf weer eens. Geweldig WK van Bøkko. Maar weer tweede.

In de voor-olympische zomer van 2009 komt een kink in de opgaande lijn. Val op training, breuk in zijn al eerder gekwetste schouder, operatie. Op de bonnefooi met Mueller naar de Tour de France, wat bergritten kijken en stiekem trainen. Toch weer sterk genoeg voor een ultieme aanval op Kramer, bij de wereldbeker in Heerenveen. Al jaren toont de Fries respect voor de Noor, maar wel vanuit mentaal overwicht. Nu rijdt Bøkko zeventig meter voor en nog komt Kramer terug, om te winnen. En dat is niet eens het ergste.

En dan ineens schuift de Noorse bond Mueller terzijde, wegens grof taalgebruik tegen schaatsster Haugli. Zijn trainer kwijt, middenin de olympische winter. Zomaar een ochtend in december staat Bøkko op de stoep voor het appartement van Mueller, schenkt hem de gouden armband van zijn wereldbekerwinst. Ten einde raad. Met de nieuwe coach Johann Olav Koss botert het niet. Maar het openlijk opnemen tegen de olympische held? Daarvoor is Bøkko te bescheiden. Liever zoekt hij in Vancouver in het geheim Mueller op voor een peptalk. Brons op de 1.500 meter, toch nog.

Is zijn eerste internationale goud, bij de WK afstanden in Inzell 2011 de doorbraak? Bøkko keert terug naar Mueller en diens commerciële CBA-ploeg, gesponsord door Rolf Hauge, een vriend van de familie Bøkko. Maar extra sprintjes zijn er niet meer bij, de lange drills op de rolschaatsen vervelen. Als de Noorse bond moeilijk doet, blijkt Bøkko geen boegbeeld voor het commerciële schaatsen, zoals Rintje Ritsma in Nederland. Geen strijd met zijn vrienden, dan keert hij liever terug bij de Noorse kernploeg van coach Jarle Pedersen. Al fungeert hij daar als gangmaker voor diens zoon Sverre Lunde. Zoals hij zelf ooit profiteerde van Ervik, Grødum of Saetre.

Wat zijn dit weekeinde in Hamar zijn zekerheden? Vorig jaar reed Bøkko er nog een goed WK. Tweede, achter Kramer die nu niet meedoet. En ondanks zijn geïrriteerde bronchiën was hij dit voorseizoen ook weer niet heel ver verwijderd van de code waarmee hij jarenlang moeiteloos de 1.500 meter kraakte: 23-hoog, 26-laag, 27-laag, 28-laag, 1.45. Geen Heiden, maar nog steeds in staat te strijden voor zijn eerste internationale allroundtitel.