Nederlandse ambassadeur in Israël ontboden om besluit PGGM

De Nederlandse ambassadeur in Israël is vandaag opnieuw in Jeruzalem ontboden. De Israëlische regering wil opheldering over het besluit van pensioenbelegger PGGM om zijn investeringen in de vijf grootste Israëlische banken terug te halen, omdat de banken betrokken zijn bij de financiering van Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebed.

Vorige maand ontbood Israël de ambassadeur ook al, vanwege het besluit van waterbedrijf Vitens om samenwerking met Israëls nationale waterbedrijf te verbreken, omdat de samenwerking ten gunste zou komen van de nederzettingen.

De nederzettingen zijn volgens internationaal recht illegaal. Nederland ontmoedigt bedrijven daarom ‘investeringen te doen of andere activiteiten te ontplooien in of ten behoeve van Israëlische nederzettingen’.

Desalniettemin heeft de regering PGGM en Vitens niet op de vingers getikt. Een half jaar geleden waarschuwde het ministerie van Buitenlandse Zaken wel ingenieursbureau Haskoning, dat een waterzuiveringsinstallatie wilde bouwen in bezet gebied. Haskoning trok zich vervolgens terug. Toen werd de Nederlandse ambassadeur niet in Jeruzalem op het matje geroepen.

In een vandaag uitgegeven verklaring noemt Israël het besluit van PGGM „onacceptabel en gebaseerd op valse voorwendselen”. Israël verwacht dat de Nederlandse regering „in de geest van vriendschap tussen onze landen, zich ondubbelzinnig uitspreekt tegen zulke stappen, die de bilaterale relatie beschadigen”.

Deze eis zet minister Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) voor het blok. Hij voert weliswaar een ontmoedigingsbeleid, maar benadrukt telkens dat bedrijven zelf moeten besluiten wat zij doen. Hij weigerde tot nog toe te oordelen over de terugtrekking van Vitens en PGGM. Timmermans wordt intussen ook onder druk gezet door PVV, ChristenUnie en SGP, die de beslissingen van PGGM en Vitens eerder hekelden. SPG-leider Kees van der Staaij vraagt volgende week een debat aan met Timmermans.