Muziek voor een gedumpte generatie

1994 was het beste muziekjaar ooit Het was sowieso een geweldig jaar Terug naar de tijd waarin we de crisis niet zagen aankomen 13 muziekjournalisten en ’94-liefhebbers over hun favoriete album

Twintig jaar geleden speelden we Donkey Kong en Doom. Een enkeling al met Windows 3.1, maar de meesten op de Super Nintendo. Met zo’n grijs blok waar je even in moest blazen.

Generatie-X, Generatie Nix. Die groep kinderen van babyboomers die zonder idealen zou opgroeien, zonder hoger doel, zonder toekomst. Geen oorlog (niet eens een koude) of economische crisis als moreel kompas.

Watjes.

Maar juist die generatie, de laatste die het normaal vond geld uit te geven aan cd’s, verzorgde het beste muziekjaar ooit, dat dit jaar z’n twintigste verjaardag viert: 1994.

Terwijl we dat jaar keken naar de eerste afleveringen van Friends, E.R. en Onderweg naar Morgen, Brazilië wereldkampioen voetbal werd in de Verenigde Staten nadat ze Nederland in de kwartfinale uitschakelden, Nelson Mandela tot president werd verkozen, en we keken naar Pulp Fiction, Forrest Gump, Schindler’s List en The Lion King, werden de best denkbare albums uitgebracht. Ondanks de geboorte van Justin Bieber dat jaar.

Het werd het jaar van ‘black hole suuuun, won’t you cooooome...’ en ‘magic people, voodoo people!’, platen die ook twintig jaar later bijna niet uit te zetten zijn. De grunge dooft dan wel wat uit, met de zelfmoord van Kurt Cobain in april 1994, maar de britpop krijgt alle ruimte. In hetzelfde jaar waarin postuum een van Nirvana’s beste platen, Unplugged in New York uitkwam, bracht Oasis hun debuutplaat uit, Definitely, Maybe. En ook Blur, Suede en Manic Street Preachers breken door.

De hiphop overspoelt met ongekend succes een massapubliek: Nas, Method Man, Outkast en Notorious B.I.G. brengen allemaal hun eerste platen uit. En de zoete, zwoele r&b van Blackstreet, Aaliyah, Brandy en Mary J. Blige flankeren de stroming.

Wie liever z’n haar lang liet groeien, kreeg te maken met Soundgardens Superunknown, en kreeg rillingen bij de duisternis van Nine Inch Nails, Pantera, Korn, Marilyn Manson, en Machine Head. Stuiteren konden we met Green Day, NOFX, Bad Religion en ‘whaa whaa lalalaa’: de eerste van The Offspring, Smash.

Het was ook het jaar van Jeff Buckley, Elliott Smith en dEUS. We dansten nachtenlang op de funk van Jamiroquai’s tweede, en met de elektronica van Underworld en Massive Attack.

Dat jaar bracht ons Music for the jilted generation, muziek voor de gedumpte generatie – The Prodigy benoemde het dat jaar met die albumtitel. Tori Amos kondigde het in januari 1994 zo aan: Hold onto nothing / as fast as you can / well, still pretty good year.