Joh. Enschedé kan toch biljetten blijven drukken

Gelddrukker Joh. Enschedé is gisteren op het nippertje van een faillissement gered. De werknemers leveren in.

Faillissement van één van de oudste en bekendste familiebedrijven van Nederland is voorkomen. Investeringsmaatschappij Nimbus uit Zeist neemt 95 procent van de aandelen van de 310 jaar oude bankbiljettendrukkerij Koninklijke Joh. Enschedé uit Haarlem over. De resterende aandelen blijven in handen van de familie Enschedé. Hoeveel geld Nimbus in de drukkerij steekt, is niet bekend. De investeringsmaatschappij komt volgende week met „nadere mededelingen”.

Bij Joh. Enschedé, de drukker van bankbiljetten en postzegels die vorig jaar een omzet maakte van 55 miljoen euro, verliezen 65 werknemers hun baan. De overige 200 werknemers leveren 8 procent salaris in. Het personeel is afgelopen maandag om het loonoffer gevraagd – 98 procent stemde met het voorstel in.

Met huisbankier ING is een herfinancieringsovereenkomst gesloten. De bank schrijft een fiks deel van haar vordering op het bedrijf af, maar krijgt een overheidsgarantie voor de rest van de schuld.

Koninklijke Joh. Enschedé is in 1703 opgericht. De drukkerij verkeerde al langer in financiële problemen. Nadat een opdracht van de Duitse Bundesbank voor 450 miljoen nieuwe eurobiljetten door een technische fout werd doorgeschoven, was de situatie nijpend. Joh. Enschedé had voor deze opdracht een productielijn van een half jaar gereserveerd. Toen die wegviel, waren er niet genoeg orders meer om de drukkerij draaiende te houden.

Drie jaar geleden raakte Joh. Enschedé het contract met De Nederlandsche Bank kwijt voor het drukken van het Nederlandse deel van de eurobiljetten. Joh. Enschedé drukt nog wel bankbiljetten voor landen als Guatemala, Libanon, Paraguay en Maleisië.