Column

Huggen, huilen, angora, apekool en oude Grieken

In De Wereld Draait Door zat gisteravond een hoogleraar ouderengeneeskunde, een man met een eeuwig strikje. Hij vertelde dat mensen die nu geboren worden de 130 kunnen halen. Ik vroeg me af of ik, als ik nog 80 jaar voor de boeg had, nog vaak naar de Nederlandse televisie zou kijken. De man met het strikje verheugde zich op dat lange leven, in tegenstelling tot de meeste andere Nederlanders. Hij beweerde dat die helemaal niet oud willen worden en het alleen maar over de gebrekkige zorgverlening hebben.

Om de moreel wat op te hogen was ook denker des vaderlands René Gude gemobiliseerd. We moeten naar de Oude Grieken kijken, zei hij, die kenden alleen maar vrije tijd en lieten het vuile werk aan slaven over. Gude had woensdag duidelijk niet naar Land van Aankomst gekeken, om te kunnen constateren dat we in Europa al lang Oude Grieken zijn.

Zelf vul ik als Oude Griek mijn vrije tijd met het lezen van boeken en kranten. DWDD kwam me daarin tegemoet en liet veertien schrijvers in dertig seconden hun nieuwe boek pitchen.

De een deed dat zenuwachtig, de ander vol bravoure. Weer een ander bekende dat hij had moeten lachen om zijn eigen nieuwe roman; zijn buurman vertelde dat zíjn boek over leven, dood en zwangere vrouwen ging. Het was allemaal best grappig, maar geïnformeerd werd ik niet, dus het werd tijd om naar Utopia te zappen.

Daar had aannemer Paul zich ontpopt als de leider. „Hij is nu God”, zei serveerster Charlotte. Pauls huilen had plaatsgemaakt voor huggen en het herhaaldelijk uitgesproken woord ‘toppertje’.

Gauw verder zappen dus, naar Nederland 3 waar in De Social Club de presentatoren uitgingen met hun ‘vrienden’ van Twitter en Facebook. Pretmaken, dat is wat ze wilden, hoe vreemder hoe beter. Apekool.

Gelukkig waren er ook serieuze programma’s: Keuringsdienst van Waarde ging na een voorgesprek met Midas Dekkers naar China om zich te bekommeren om het angorakonijn, wiens vacht op een konijnonwaardige wijze wordt geplukt om er een zacht truitje van te maken.

Het gaf een goed beeld van onoverbrugbare cultuurverschillen tussen Oost en West. Zembla wekte vervolgens met zijn aflevering over de prijzenoorlog tussen supermarkten mijn weerzin om ooit nog naar een Lidl of een Aldi te gaan, omdat ze bakkerijen die niet tegen kostprijs brood willen bakken net als bij de Oude Grieken uitstoten.

De enige ‘mooie’ televisie van de avond was te zien in Close Up, dat een Britse documentaire over fotografe Robyn Beeche vertoonde. Er werd niet alleen een boeiend levensverhaal over een bijzondere kunstenares verteld, maar je kon ook zien dat goede televisie het vooral van een creatieve montage van beeld en interviews moet hebben.

Het was een van de schaarse hoogtepunten van een week tv kijken, een week die zo hoopvol begon. Nu maar weer lekker zeven jaar boeken lezen.