Het spiegelbeeld van Don Quichot: de nieuwe Murakami is uit

Murakami tijdens een lezing in Jeruzalem in 2009

Hoewel uit de titel van de nieuwe Murakami vooral bedeesdheid spreekt, gaat de publicatie van het boek met de nodige opwinding gepaard. Zo komen er morgen 500 ‘eerste lezers’ samen om hun bevindingen met elkaar te delen. Maar hoe goed is het boek?

‘Verlies en overleving’: dat waren in april vorig jaar de trefwoorden waarmee volgens Reuters de nieuwste roman van de Japanse schrijver Haruki Murakami kon worden samengevat. De inhoud van De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren, zoals Murakami’s boek in vertaling heet, kon volgens het persbureau samengevat worden als “een eenzame man van 36, genaamd Tsukuru Tazaki, die een voorliefde heeft voor treinstations heeft”.

NRC Handelsblad besteedt vandaag in een special veel aandacht aan De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren, dat nu in de winkel ligt. Murakami, de gedoodverfde Nobelprijswinnaar, staat bekend om zijn mediaschuwheid, en het was dan ook niet minder dan nieuws toen bleek dat de schrijver na de publicatie van het boek zich in Japan weer eens aan een publiek optreden zou wagen.

In de NRC-special is het belangrijkste stuk dan ook het lange interview dat Auke Hulst met Murakami had op Hawaii (lees het artikel hier). Murakami gaat in dat gesprek onder meer in op zijn eigen saaiheid en op de enige plek waar hij iets voorstelt, namelijk achter het bureau:

“Het bureau is voor mij wat de telefooncel is voor Superman, met dien verstande dat Superman in zijn dagelijkse kloffie alleen maar doet of hij doorsnee is. Ik bén het. Zeker als tiener dacht ik wat Tsukuru Tazaki denkt. Welke bijzondere gaven heb ik nou helemaal? Geen enkele.”

Ook gaat hij in op zijn werkwijze als romanschrijver:

“Ik heb geen enkele bewegwijzering. Het is reizen zonder landkaart. Het enige wat ik nodig heb is zelfvertrouwen – het geloof dat ik ooit, op een dag, het verhaal waaraan ik begin ook daadwerkelijk zal kunnen beëindigen. Voordat ik die kracht in mezelf voel, begin ik niet eens.”

Naast het interview is er ook een bespreking van de roman te lezen, van de hand van Arjen Fortuin. Die had aanvankelijk het idee dat hij een boek las dat vrij eenvoudig van structuur was:

“In de synopsis klinkt De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren doodsimpel – en niet alleen in de synopsis. Murakami laat de pelgrimage van Tsukuru zich voltrekken in een reeks ontmoetingen waarbij de betrokkenen veel van hun gevoelsleven expliciet op tafel leggen. Zó expliciet dat je het idee krijgt dat hij de roman heeft geschreven volgens de wetten van de televisiesoap: tell, don’t show.”

De gehanteerde vorm van De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren resulteert volgens Fortuin in een “nogal slepende leeservaring”, totdat je ontdekt dat Murakami iets anders je hoofd binnen smokkelt, iets dat de relatieve matheid van de vertelling overstijgt. In de romanheld is namelijk een portret te ontdekken dat te typeren valt als “een spiegelbeeld van de ingenieuze ridder Don Quichot”: iemand die zich dus niet zijn eigen grootsheid verbeeldt, maar iemand “die zich vastklampt aan de gedachte dat hij niets voorstelt”.

Op het Murakami Festival, georganiseerd door Das Magazin, komen morgen 500 eerste lezers van De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren samen om over hun leesbevindingen te spreken.

Het festival was in een mum van tijd uitverkocht en werd opgepikt door een interessant blog waarin vertalers van Murakami hun vertaalproblemen bespreken.

Een ebook met daarin de stukken die NRC Handelsblad vanaf 1991 wijdde aan Murakami is hier te vinden.