EU-parlement: pak spionage aan

Het Europees Parlement eist zeggenschap bij de aanpak van spionagepraktijken. Het dreigt een handelsakkoord met de Verenigde Staten te blokkeren als er niets verandert.

Het Europees Parlement dreigt een vrijhandelsakkoord met de Verenigde Staten af te wijzen vanwege het internationale afluisterschandaal. Als Europese lidstaten strengere regels voor privacy en databescherming dwarsbomen en hun geheime diensten niet beter in de hand houden, zal het parlement een akkoord blokkeren, aldus een parlementaire commissie gisteren.

De spionageprogramma’s die in de VS, maar ook in een aantal Europese landen aan het licht zijn gekomen zijn compleet losgezongen van de strijd tegen het terrorisme, „zonder precedent” en „opnieuw een stap richting een volledig preventieve staat”, zo staat in een gisteren in Brussel gepresenteerd onderzoeksrapport.

Het parlement toont zich vastbesloten om de verontwaardiging levend te houden over het schandaal rond de Amerikaanse inlichtingendienst NSA, dat de VS, maar ook EU-regeringen in verlegenheid heeft gebracht. In mei zijn er Europese verkiezingen.

Niet alleen veroordeelt het „in de strengst mogelijke bewoordingen” hoe burgers massaal en ongericht in de gaten zijn gehouden, ook wil het de komende twee jaar op een trits privacy-conferenties de lidstaten ter verantwoording blijven roepen. „We willen niet dat dit verdampt zodra ons mandaat voorbij is”, zegt de Britse sociaal-democraat Claude Moraes, die het onderzoek leidde.

Het parlement heeft twee drukmiddelen. Het kan het vrijhandelsverdrag met de Amerikanen vetoën. En wetgeving over databescherming valt binnen de bevoegdheden van het parlement. Op dit moment onderhandelt het parlement met lidstaten over nieuwe EU-regels voor gegevensbescherming, inclusief zware boetes bij schending daarvan. De gesprekken hierover verlopen moeizaam: lidstaten staan op de rem, hierbij gesteund door een bedrijfsleven dat huiverig is voor te strenge privacyregels.

Na de onthullingen van klokkenluider Edward Snowden beval het Europees Parlement medio vorig jaar een onderzoek. Het resultaat: 54 pagina’s conclusies en, vooral, aanbevelingen. Zoals: een Europees verbod op bulkverwerking van persoonsgegevens, beter en deels Europees toezicht op geheime diensten binnen de EU en opschorting van bestaande privacyverdragen met de VS, zoals ‘Safe harbour’, over de opslag van privégegevens op Amerikaanse servers. Over het rapport moet nog plenair worden gestemd.

Dat het parlement de confrontatie zoekt, is verklaarbaar: lidstaten weigerden mee te werken aan het onderzoek, want formeel, zo is ooit afgesproken, zijn geheime diensten geen EU-zaak. Ook de Nederlandse ministers Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) en Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) legden uitnodigingen om te verschijnen op openbare hoorzittingen in Brussel naast zich neer. Nederland wordt, samen met vier andere landen, in het rapport bij naam genoemd als land waar de privacybescherming zorgen baart.

Het Europees Parlement is sinds het Verdrag van Lissabon (2009) veel machtiger, het is op tal van terreinen medewetgever. „Ze hebben ons nodig’’, zegt Sophie In ’t Veld (D66), een van de opstellers van het rapport. „En wij zijn niet te beroerd om mee te werken, als we er maar iets voor terugkrijgen.” In ’t Veld wil dat het parlement de macht krijgt om getuigen bij dit soort onderzoeken te ontbieden.

Dat Europa niets over geheime diensten te zeggen heeft, is volgens In ’t Veld niet vol te houden, temeer deze diensten steeds grensoverschrijdender werken. Volgens het parlement kunnen geheime diensten zich relatief gemakkelijk aan publieke controle onttrekken, doordat het toezicht per lidstaat verschilt.