Eenduidige politiek jegens Israël nodig

In een brief aan dertien hoogleraren heeft minister Timmermans (PvdA) van Buitenlandse Zaken het vorige maand nog eens bevestigd: het kabinet ontmoedigt Nederlandse bedrijven om investeringen te doen of andere activiteiten te ontplooien in of ten behoeve van Israëlische nederzettingen in de bezette Palestijnse gebieden. Ontmoedigen, niet verbieden. Het is dus een zelfstandig besluit geweest van PGGM, een van de grootste pensioenbeleggers van Nederland, om niet langer te beleggen in vijf Israëlische banken die betrokken zijn bij de financiering van de nederzettingen. PGGM kwam tot zijn beslissing nadat gebleken was dat een dialoog met de banken weinig zin meer had, omdat die geen uitzicht op een oplossing bood.

PGGM baseert zich bovendien zowel op een uitspraak van het Internationaal Gerechtshof als op resoluties van de Verenigde Naties, waarin de nederzettingen als illegaal zijn bestempeld.

Andere bedrijven gingen PGGM voor. Ingenieursbedrijf Royal Haskoning zag vorig jaar af van de bouw van een waterzuiveringsinstallatie in bezet Oost-Jeruzalem. Enkele supermarkten lieten weten dat ze geen eigen producten uit de nederzettingen verkopen, al wilden ze dat geen boycot noemen. En recent blies het waterleidingbedrijf Vitens, dat geheel in handen is van lagere overheden, de samenwerking met het Israëlische bedrijf Mekorot af.

De reacties vanuit of namens Israël, zoals woensdag op het besluit van PGGM, zijn onverminderd boos en getuigen als gebruikelijk van doofheid voor internationale veroordelingen van en verontwaardiging over de nederzettingenpolitiek. Ongetwijfeld komen boycotacties, die overigens alleen de nederzettingen betreffen, de verstandhouding tussen Nederland en Israël niet ten goede. Maar ze zijn wel een consequentie van het officiële ontmoedigingsbeleid dat geldt voor, zoals Timmermans schreef, „activiteiten die bijdragen aan de aanleg of instandhouding van nederzettingen”. In hoeverre het kabinet zelf consequent handelt naar dit standpunt, is kwestieus. Het gevolg is dat Vitens zich politiek in de steek gelaten voelt door de tegenstrijdige signalen die het van het kabinet kreeg.

Eerder maakte de regering al een inconsequente indruk. Minister Timmermans kondigde eerst aan dat producten met het etiket ‘Made in Israël’, terwijl ze in de bezette gebieden waren gemaakt, niet meer mochten worden ingevoerd, om daar vervolgens op terug te komen. Het zal in een coalitie die uit VVD en PvdA bestaat niet eenvoudig zijn om een eenduidige politiek jegens Israël te voeren. Maar dat moet natuurlijk wel.